Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Dokter in West-Friesland » Pagina 128-129

Venhuizen: van moedige Oranjeklanten en voorlijke vrouwen 1)

Onder Hem hebben we al vermeld, dat de Venhuizers met de Hemmers in 1387 van Graaf Albrecht het recht van de vrije visvangst hadden gepacht, of zoals van Venhuizen geschreven staat 'het recht van hare sluizen en wateren', waardoor ik terugkom op Tersluis, dat minder door z'n weggelopen vissers of om z'n nog maar in tekening bestaande haven zal worden genoemd, dan in verband met een zekere Zeger Davidson, die men de Westfriese Albrecht Beijling zou kunnen noemen. Deze Davidson woonde in 1811 te Tersluis, dreef vandaar uit verboden handel met Engeland, maar stond, wat erger was, bekend als een volbloed Oranjeklant, wat hij onvoorzichtigerwijze niet onder stoelen en banken stak, maar bij verschillende gelegenheden wel wat overmoedig en al te veel opzichtig blijken deed. Hij had als een voorloper van Carré zijn paard geleerd op de achterpoten te gaan staan, als hij er op zittende 'Oranje Boven' riep en die bravourtour eens te Hoorn op de Kaasmarkt vertonende, had dat de aandacht getrokken van de Fransen, die hem 's nachts uit zijn bed deden halen en hem ter dood veroordeelden. Toen hij verzocht van vrouw en kinderen afscheid te mogen nemen, werd hem dat toegestaan onder belofte van te zullen wederkeren, welke belofte hij ridderlijk is nagekomen. Zelf zijn paard voor de sjees gespannen hebbende, reed hij er mee naar St. Pancras, waar Franse soldaten in 't fort lagen. Voor 't laatst aldaar op 't op zijn achterpoten staande paard zittende, had hij der keerlen strijdkreet 'Oranje Boven' herhaald, om daarna gefusilleerd te worden. Aan een zekere Jan Bol, een der soldaten, die hem moesten fusilleren, werd opgedragen paard en sjees naar Tersluis te brengen, waar men tot mijn grote spijt verzuimd heeft de sjees te bewaren, die als een stomme getuige toch zou spreken van durf, van moed, van ridderlijkheid als die van Davidson. Het feit is historisch, ik heb het meermalen horen vertellen door een mijner vrienden, wiens grootvader een dorps- en tijdgenoot van Davidson was. Bovendien wonen er in 'de Streek' nog tal van mensen, die beweren het zeker te weten, als zijnde die geschiedenis van generatie op generatie overgeleverd. 2) Zijn naam wordt nog door velen gevoerd en of het toeval oftewel erfelijk is, weet ik niet, maar wel weet ik, dat in de paardensport zijn naam nog voortleeft. Van de Venhuizers apartelijk valt nog te vermelden dat ze in 1508 Enkhuizen krachtdadig hebben geholpen in de bewapening en bij de versterkingen, welke nodig waren tegen de aanvallen der Geldersen, die vanuit zee tegen Enkhuizen werden ondernomen, maar niet genoeg kan er herinnerd worden, dat zij zich in 't bijzonder duchtig en moedig hebben geweerd in de strijd tegen Bossu bij de slag op de Zuiderzee in 1573. Van de wal en te water gingen zij hem te lijf met een succes, waarvan een ingemetselde steen aan 't Weeshuis te Hoorn de herinnering nog in leven houdt. Nu, ze hadden er aanleiding toe. In 1572 hadden ze vreselijk te lijden gehad van de Spaanse soldaten, die naar Enkhuizen optrokken en vandaar onverrichterzake moetende terugtrekken, hun onridderlijke vechtlust door roven, moorden, branden, het onteren van meisjes aan de Venhuizers hadden gekoeld. 't Moet al heel erg geweest zijn en lang, heel lang geduurd hebben, eer 't dorp weer tot enige welvaart komen kon, waar 't ons geschetst wordt als:

Venhuizen, door den tijd, dien alverslinder,
Bijna gesloopt door 't breidelloos geweld
Van 't oorlog, 't geen het all' ter neder velt,
En niemand, hoe onschuldig, zal verschoonen…

Al zijn de Venhuizer bijzonderheden moeilijk met elkander in verband te brengen, nog ene is er, die wij niet mogen achterhouden, omdat het nu eens vrouwen geldt, waar wij bijna altijd het over mannen hebben gehad. Van de Venhuizer vrouwen wordt namelijk vermeld, dat ze in 1732 even hartstochtelijke rokers waren als haar mannen. Als nu de koek, was toen tabak haar als een snoeperij, die ze in een zilveren doos, aan koord of ketting, aan haar zij lieten bengelen. 'Nu, elk gewest heeft zijn bijzondere zeden; 't geen hier misstaat, wordt elders aangebeden.'

1) West-Frieslands Oud en Nieuw IV, blz. 166 vlgg.
2) Het gegeven werd door J. Visser-Rozendaal verwerkt in haar roman Trouw tot in den dood.

 


Hé, is dat Westfries?

409. Wat is de soep fleeuw (flauw, niet hartig).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.