Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Dokter in West-Friesland » Pagina 95-98

'n Vreemde eend in de bait 1)

(fragment)

Gerard van der Werve, zoon van de dokter, is voorgelicht door zijn vriend Jaap, die hem vergezelt, uit 'schooien' gegaan bij de familie De Boer. Hij treft in de huiskamer behalve Vader en Moeder De Boer en de dochters Saitje, Jantje en Traintje, drie mededingers aan: Dorus, Kees en Arie. Maar het dokterszeuntje wordt sportief behandeld - en meer dan dat -, óók, wanneer hij fouten maakt tegen de 'schooi'-voorschriften.

Afbeelding pagina 95

        G e r a r d (opstaande) :
Nou de Boer en Juffrouw de Boer als u 't mij niet kwalijk neemt, dan wou ik Trijntje al vast vertellen, 'dat ik van sinds ben om bij haar te komme'.

        A r i e :
Je benne der al!

        K e e s :
Wil je ons nou op die manier te graaze nemen?

        G e r a r d :
Maar wat misdoe ik?

        K e e s (kaikt 'n beetje boos):
Je most je beurt afwacht hewwe. Het Piet de Reus je niet zaid, wat je zegge moste as je binne kwamme en dat je, as je 'n stoel kregen hadde, wachte moste tot ien van de maide vragen zou, 'bai wie we van zins ware te komme' en as we dat ieder op ons beurt zaid hadde, de baas van de drie wel vertellen zou wie z'n gang kon gaan, wat jullie nouw?

        D e  B o e r :
Ieder het hier vrai praate en wat jullie onder mekaar opstookt hewwe, gaat ons niet aan, maar die bai ons om de koffie is, moet vrindelaiker kaike as jij pas deede, Keessie!

        K e e s :
Ik trek me der niks van an hoor! Maar Arie en Jaapie, die nog wel met de kar er op uitgaan benne, zelle aanstonds wel kaike moette of 't licht genog is om te raije en ik zeg maar (zich tot den boer wendend) en wat zeg jai er nou van, of je dokterszeun, boereknecht of boerezeun benne, je moette huile met de honde weêr je mee in 't bosch benne.

        D e  B o e r i n :
Ieder veugeltje zingt zôo as-ie bekt is.

        T r a i n :
Wat het-ie er aigelaik mee van noôde. Wat-ie bai 'm thuis doet, moet hai weten, maar hier het-ie toch niet de lakens uit te deelen. Gerat neem jij al vast je stoel maar meê! (Allen lachen)

        G e r a r d :
Wat bedoelt u?

        A r i e (lachend) :
Dat hewwe ze 'm niet leert!

        T r a i n :
Dat je je stoel maar meê moet nemen.
(Gerard kijkt ietwat verbaasd)

        A r i e :
Jij benne zoô gelukkig dat je blaive magge en nou moet je met er nei de toeteboet en de er is niks as 'n waivat en 'n zeunis, zoôdat je voor je aigen zitmatriaal zorge moete. (Alles lacht.)

        G e r a r d (tot Train) :
Meent U het ook zoo? (Train knikt ja. - Hij neemt ziin stoel op en volgt Train, die hem voorgaat, zeggende) : Dan zal ik U allemaal verder maar 'n gezelligen avond wenschen.

        A r i e :
Main woord ok zoô.

        K e e s (Arie aanziende) :
Vraag je moeder aanstonds maar om 'n koppie kôffie, den kraig je troost.

        D o r u s :
Kees is van eivend erg optrederig, hew je 'n slechte nacht had m'n jôen?

        K e e s :
Dat ok, maar deer niet van hoor, maar wat doet zo'n vreemde eend in de bait. Hij mient er immers toch niks van.

        J a a p :
Dat kon je nag welderes ontskiete. Hij houdt niks van staive deftige dames en al is-ie buiten ons opvoed, hij is nergens liever as in 't boereland en z'n vader is ok met 'n boerin trouwt, weet je dat wel?

        D e  B o e r i n :
Wel ja, dat is nog gien iens zoô lang leden, dat ik er met de kap op zien hew.

        K e e s :
Dat mag wat, maar ik wou welderes hoore wat Gerards zussies en nichies zaid hadde as wai deres bai heurlie op 't koppie kommen waare.

        A r i e :
Ze zouwe vraagt hewwe:
        Hew je 'n boereplaas m'n Keessie?
        Ik kom den bai je op 't land.
        Hew je enkel praats m'n Keessie,
        Schraif je naam den maar in 't zand.


        D e  B o e r :
Al wat raimt, dat mag je zegge. (Men hoort 'n geweldig geluid, als van iets, dat valt.)

        J a n t j e :
Deer beurt wat!

        D e  B o e r :
'n Koe van 't stal miskien.

Jantje kaik jij eres.

        J a n t j e :
Da's ok wat mooi's!

        D e  B o e r :
Nou wacht maar, ik zel wel, (staat langzaam op en rekt zich eres uit en zegt) : Ik laik wel sleiperig.

1) 'n Vreemde eend in de bait of Vraijen is laijen, Hoorn z.j.; blz. 26 vlgg. De spelling van het fragment is in verband met de veelal naar dit toneelstuk verwijzende beschouwing over Van Balen Blankens dialect geheel ongewijzigd gelaten (zie ook blz. 70 en blz. 79 vlg.).
De luttele afwijkingen van de gedrukte tekst komen overeen met de in het aan mij gesohonken exemplaar van 'n Vreemde eend ... door de dokter zelf aangebrachte verbeteringen.

 


Hé, is dat Westfries?

646. Over de benoeming van die ambtenaar heb ik niks te kerdiezen (niets over te zeggen of te beslissen).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.