Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Dokter in West-Friesland » Pagina 79-80

Het dialect bij Van Balen Blanken

Van Balen Blanken was een man van de daad en het woord, niet van de pen. Er is dan ook weinig geschreven of gedrukt van hem bewaard, en van dat weinige is maar een gedeelte in Westfries dialect. Bij het lezen ervan kan ik niet ontkomen aan de indruk dat hij het geduld niet had de dialectklanken zorgvuldig te spellen. Maar, als geboren en getogen Westfries, moet hij het dialect goed gekend en goed gesproken hebben. Het Westfries van de personen die hij sprekend laat optreden, van een boer of een boerin, een knecht of een dienstbode is zuiver wat betreft woordkeus en zinsbouw. 'En jai moete wete wat ze Dinsdag in Purmerend voor de keis had hewwen', 'vooral as ze 't meer bai de hand had hewwen', 'dat had je ok doen kennen' en dergelijke voorbeelden zijn daarvan het beste bewijs. Vaak zorgt hij voor een contrast door in dezelfde schets een 'stad ter' te laten optreden, zoals Gerard in 'n Vreemde eend in de bait, de tandendokter in O Greta, Greta main, de dokter in Een folkloristische kraamvisite. Dat Nederlands is wel eens wat stijf, maar we moeten niet vergeten dat de schrijver in de vorige eeuw was geboren en op school geweest, de eeuw waarin de schrijftafel veel meer dan tegenwoordig als de norm voor goed Nederlands werd beschouwd. Met deze tegenstellingen heeft hij zeker niet alleen het verschil in optreden, maar evenzeer dat in taal en uitspraak willen karakteriseren.
Uit de aantekeningen achter 'n Vreemde eend in de bait of Vraijen is laijen, een een-acter uit 1925, blijkt dat de schrijver een goed gehoor had voor de dialectklanken. Hij zegt daar dat de ij en ei dikwijls of bijna altijd als ai uitgesproken worden behalve in jij; dat de enkele en dubbele o in 't Westfries de klank krijgt van de o in doffer (mannetjesduif), maar niet altijd, want in kogel blijft ze uitgesproken zoals we dat in 't Nederlands doen. Dat is zijn theorie, die juist is, maar die hij niet in de praktijk brengt. In diezelfde eenacter spelt hij vele malen jij, maar ook jai op blz. 5, 6, 14 en 20. De van het Nederlands afwijkende oo spelt hij met ôo of met , soms laat hij het accent helemaal weg. De sk aan het begin van een woord zoals in skip, skool, wordt de ene maal met sk, een andere keer met sch geschreven. De slot-n van werkwoordsvormen treffen we soms wel, soms niet aan. Zelfs achter te, wanneer de meeste Westfriezen deze n nog altijd duidelijk laten horen, ontbreekt hij, b.v.: te zegge, te hore, maar op een andere plaats: te wezen. Ook in het schrijven van de meervouds-n is geen regelmaat te vinden. In één zin: De bossen warre weer anplant, de daike weer stopt.
Door deze onregelmatigheden, die waarschijnlijk niets anders dan slordigheden zijn, is het dialect van onze dokter niet goed te gebruiken voor de studie van het Westfries voor zover het de klanken, de verbuiging en de vervoeging betreft.
Maar de meeste slordigheden treffen we aan in zijn toneelaanwijzingen. Daar staan Nederlandse en Westfriese woorden door elkaar, zoals in deze: hij haalt z'n zuiveren segarenkoker uit de vestzak, de segaren worden aangeboden. De spellingsonregelmatigheden komen ook daar voor, zoals kooltje naast zoô. Het eerste woord heeft in het Westfries dezelfde oo als zo.

In het bovenstaande staat veel kritiek op het dialect dat Van Balen Blanken heeft geschreven. Maar als we het vergelijken met het dialect dat sommige anderen voor Westfries wilden laten doorgaan, hoort hij tot degenen die het nog niet zo slecht gedaan hebben. Het is ook zo moeilijk een dialect te schrijven, omdat het op school niet geleerd wordt. Ook al praat je Westfries, je leert alleen Nederlands schrijven. Nederlands komt als vanzelf uit je pen, zoals Westfries uit je mond. Het is dus zeker een verdienste dat Van Balen Blankens dialect zuiver is van woordkeus en zinsbouw. De toneelspelers, de voordragers hebben zijn werk, ondanks de spelfouten, toch wel goed uitgesproken, omdat het geschreven was in hun moedertaal.

Afbeelding pagina 80

 


Hé, is dat Westfries?

209. De helt (handvat, greep) van m'n graaf (spade, schop met naar onder spits toelopend blad).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.