Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Westfriese boeken te koop

    Zoeken:

Bibliotheek » Boeken » Dokter in West-Friesland » Pagina 45-46

Organisator en opvoeder (2/6)

Taktiek? Ten dele misschien, maar vooral: hij hield in zijn hart toch te veel van de kermis. Het geroep 'Zundag is 't kerremis! Morgen is 't kerremis!' had in zijn jonge tijd en ook later nog min of meer op hem de uitwerking van een wapenkreet die alle kritiek doet verstommen. Hoe graag schilderde hij niet de indrukken zoals hij ze zo vaak had gehad: 's morgens om een uur of elf, 'met gasterstaid', de stroom van liefhebbers, aangevoerd met paard en kar, tram en trein, de mannen in feestelijk donkere pakken, de vrouwen in de rijke praal van oorijzer en bloedkoralen ketting. Aan de kant van de weg een straatmuzikant: hij trekt vrolijke en sentimentele wijsjes uit zijn 'mook'. 1) En overal de kinderen.: fris en stralend op weg naar hun speelgoedkraam, naar de man met het blok voor het koekhakken, naar de draaimolen, die tingelend waarschuwt, dat de eerste ronde zo dadelijk zal beginnen. 'In de baan' is het vol met mannen, waarvan de meesten genoeglijk achter een biertje zitten of nippen aan een brandewijntje of glaasje jenever, terwijl ze kijken naar de sportieven die de kolf hanteren: wijdbeens staande, scherp kijkend slaat er een de bal naar het andere eind. Na de mooie slag herhaalt zich vijf tot zes maal het gekets met de kolven van de spelers op de keiharde vloer. Boven de mompelende goedkeuring van de kijkers aan de kant schiet een kreet van bewondering uit: 'Wat had ie 'm best an. Tjonge!'

Wat een betrekkelijke rust bleef er in zo'n dorp, zelfs 's avonds heersen in vergelijking met de kermis in een stad als bijv. Alkmaar, waar de boerenzoons en -dochters ook bij troepen heengingen, vooral naderhand.
Daar zwol in de late dag boven het roerig gepraat geleidelijk de geluidenstroom tot een onstuitbare kakofonie van aanprijzend geschreeuwen door elkaar kolkende klanken van draaiorgels en carrousel, telkens grillig geritmeerd door scherpe knallen na de doffe slag op de kop van Jut.
En dan die stadskermis bij avond: hel blinkt het licht in de zoet walmende kramen met hun spiegels en omlijsting van klatergoud; op de veranda van een grote tent treden voor het nu en dan geheimzinnig opwapperend doek twee trompetters, hun triomfantelijk geschetter snijdt door het lawaai. Een man in rok met hoge hoed probeert in zijn toespraak het sensationele met het plechtige te verenigen; zijn hese schreeuwstem heeft een Brabants accent: 'Dames en heren, wij bieden u aan de vrouw van Mexico gevangen door kapitein Bol met het ijzeren net in de binnenlanden van Borneo. Deze mens is niet zwart, niet blank, maar koperkleurig van huid. Zij heeft bloedrode ogen, zij draagt een ring door haar neus… Al wat zij vangt, nuttigt zij… Al wat brandend is, eten deze mensen het liefst: brandende sigaren, brandende fakkels… 2)
Concurrerend geschreeuw klinkt voor het tentje aan de overkant. 'Voor twee centen vijf minuten in de hel… twee centen maar! Je hoort ze vloeken, je hoort ze…'
En de meisjes, 'armpie-deur', die giechelend blijven staan, willen wel met een jongen mee naar binnen om lekker te griezelen; of ze rijden naast elkaar op de traag steigerende witte paarden van de draaimolen, ofwel ze zetten samen in de schommelgondel zich zo hoog mogelijk op, tot duizelig wordens toe. En daarna komt het dansen en gaan ze 'in de bank' en 'aan de wijn'.
En de kermis golft wilder en deint in purper en zwart met daarboven in een baan ros licht witte en gele ballons. Muziek en geschreeuw dreunen vast en eentonig; het poppetje van de kop van Jut schiet telkens nog knallend omhoog.

Eindelijk, in de vroegte - de kermis is nu grauw met hier en daar een katterig wit licht - wandelen de paartjes, gearmd of arm om de schouders en geheimzinnig vrolijk fluisterend - een enkele luider, met een poging tot zingen - de donkere straten in. Twee late ouderen hebben een begin van ruzie. Maar meestal is men maar zachtjes dronken.

Van Balen Blanken hield van de kermis in al haar vormen, ondanks mogelijke uitwassen - hij was inderdaad bovendien een veel te goed tacticus om rechtstreeks op een verbod af te stevenen, zoals Obdam, dat daarmee nog in 1926 heftige protesten opriep. Men achtte de leden van de raad o.m. bevangen door een zedelijkheidsbevlieging ‘'t Gaat om de zedeloosheid, zeggen ze. Ja, dat weet ik wel, maar dat liegen ze, versta je… 't Is witte voetjeszoekerij… we weten wel bij wie…' 3)
Men praat van gedwongen huwelijken na zo'n feest. Och kom, als daarvan al sprake was, dan was 'dat schreeuwertje… nag gien iens 'n kermispoppie'. Is er ooit proces-verbaal opgemaakt wegens schending van de openbare eerbaarheid? Wat blijft er van de aantijgingen over: ‘'n Armpie deur, 'n zoen as ze 'n zwart scheip teugekomme, twei as ze 'n breggie over moeten en 'n rissie bij 't afscheid. Het Jantje dat nooit dein? Het die brave mesjochgem nooit eris mal weest om 'n hoekie? Het ie in 't kartje nooit eris tegen 't maidje anleund…?' Misschien nooit op de Alkmaarse kermis: maar ook niet bij het pinksterrijden in Bergen? De ouderen moeten tegenover het jonge volk niet zo schijnheilig doen!

1) Harmonica.
2) De veel langere toespraak is letterlijk uit de mond van een kermisgast opgeschreven.
3) J. van den Raad in het Nieuwsblad van West-Friesland van 27 maart 1926: De Zondagskermis te Obdam.

 


Hé, is dat Westfries?

265. Voor de kerstdagen kochten we 'n pondje volvette meshanger (jonge, vette kaas, die aan 't mes blijft hangen).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2022 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.