Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Dokter in West-Friesland » Pagina 32-33

‘De dokter’ als dokter (1/5)

Zeker even belangrijk voor zijn patiënten als het huis was de koets van de dokter. Men mocht hem bij zijn veertigjarig jubileum een auto toewensen, hij bleef rijden met zijn vos. Ter gelegenheid van congressen e.d. is hij meer dan eens, tussen anderen in een auto, op een foto gezet, en - het kan natuurlijk toeval zijn - hij maakt dan altijd een wat onwennige indruk!
In de eerste jaren van zijn praktijk, toen de wegen nog slecht waren en hij ten gevolge van het geringe aantal artsen in West-Friesland ook bijzonder ver weg wonende patiënten moest bezoeken, zal hij wel eens naar een sneller voertuig hebben verlangd. Hij moest er toen soms met twee paarden tegelijk op uit, waarvan het één vóór en het ander achter de wagen werd gespannen. En het gebeurde meer dan eens, dat er een paard bezweek bij die zware en langdurige ritten.
Vanwaar dan later die tegenzin in een auto? Afkeer van het nieuwe? In de meeste opzichten was hij vooruitstrevend genoeg. Eerder kwam zijn houding voort uit positieve gehechtheid aan een wijze van vervoer die min of meer tot symbool van zijn beroep geworden was.
Paard en dokter hoorden bij elkaar, al was het alleen maar omdat ze samen zoveel hadden beleefd. Niemand zou durven beweren, dat dokter niet goed kon rijden, maar hij was er toch wat ongelukkig mee. Een paar keer raakte hij met paard en al te water: eenmaal op een pleziertochtje naar de Kaag; nog eens, zwart gerokt en wel, bij het huwelijk van zijn zuster; ten slotte sloeg zijn paard bij een wedstrijd per arreslee op hol, en kon maar met moeite tot staan worden gebracht.
Zijn paarden, hoewel wisselend in de loop der jaren, hadden, net als hun baas, altijd iets bijzonders. Een tijdlang moet hij er een hebben gehad, dat voor iedere kroeg bleef staan: dokter hield van een glaasje, wie zou dat erg vinden?
Rijke boeren zullen nog meer genoten hebben van de andere lezing van deze anekdote: het paard weigerde langs de ontvanger van de belastingen te gaan, sinds dokter met die nuttige ambtenaar ruzie had gemaakt. En toen het eindelijk zijn leven had gebeterd, keek het, net als de dokter, onder het passeren van het kantoor van de ontvanger nadrukkelijk een andere kant uit.

Belangrijk voor zijn vasthouden aan paard en koets moet het besef zijn geweest, dat deze een andere verhouding tot zijn patiënten mogelijk maakten dan de snel voortglijdende, gesloten auto. Nu konden ze hem in het voorbijgaan toeroepen, dat de koffie stond te wachten, dat er een kies moest worden getrokken, dat moeder het weer zo erg te pakken had, en vragen of hij een drankje mee wou brengen. Men wist ongeveer, wanneer hij langs zou komen en wachtte hem op. Moest hij dat allemaal prijs geven voor wat twijfelachtige tijdwinst?
De opvatting strookt met wat we al eerder schreven: vóór alles ging bij hem het persoonlijk contact tussen arts en patiënt. Was hij daarnaast een berekenend man geweest, hij zou het door zijn ongelooflijk gemakkelijke omgang met mensen van allerlei slag ook financieel ver hebben kunnen brengen. Maar hij was integendeel haast artistiek zorgeloos en ook te goedhartig. Tegen een van zijn dochters zei een arbeidersvrouw eens: 'Je vader, dat is nog ereis een dokter! Je opknappen en geld toegeven!' Dat betekende, dat er vlees en eieren werden bezorgd in gezinnen waar nood heerste. Het feit dat hij uit eigen beurs behoeftige families steunde, werd in de gemeenteraad bij zijn veertigjarig jubileum openlijk ter sprake gebracht, toen zijn verzoek de armensteun te verdubbelen in behandeling kwam. Maar de raad kon er, ook in die bijzondere omstandigheden, niet toe komen anders dan een veel geringere verhoging toe te staan.

Stond de menselijke kant van het beroep voorop, dit betekende niet, dat hij de wetenschappelijke verwaarloosde. Uit bewaard gebleven brieven, geschreven aan of ontvangen van bekende specialisten en ook uit correspondentie van patiënten, krijgt men de indruk, dat hij scherp een diagnose wist te stellen en ernaar streefde, wat het vak betreft, bij te blijven. 1)
De mensen moeten achter zijn zorgeloze vrolijkheid duidelijk de ernst van de vakman hebben gevoeld. Daarnaast hielp zijn doortastendheid - eenmaal amputeerde hij snel en vaardig bij zich thuis een been - zijn naam als arts vestigen.

Mocht hij zich in het begin in Spanbroek hebben verveeld toen hij het vertrouwen van de bevolking eenmaal gewonnen had, kwam hij tijd tekort. Vroedvrouwen waren er in het dorp niet, alle verloskundige hulp moest dus door hem zelf worden verricht. Een paar honderd Spanbroekers heeft hij als gemeentedokter tegen het zachte prijsje van ƒ 5,- op de wereld geholpen; niet mmder dan zestien jaar duurde het vóór hij voor een bevalling ƒ 25,- op kon schrijven.

1) Dit is niet meer dan de indruk van een leek, die de correspondentie uiteraard met op haar medische waarde kan beoordelen.

 


Hé, is dat Westfries?

723. Ik hou niet van z'n konkelefóesies (smoesjes; overdreven beleefdheid, mooipraterij).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.