Westfries Genootschap
Kap en Dek
Westfries Genootschap Archivering Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 
Delen :


RSS

Intro

De "Commissie Kap en Dek" zet zich in voor het behoud en de kennis van de Westfriese klederdracht en hoofdtooi.
Op cursussen (o.a. japonmaken en kappennaaien) leert men zélf een eigen kostuum en kap te maken.


De Commissie Kap en Dek.
Staand van links naar rechts: Annemarie van Dolder, Evelien Lub, Margreet de Reus en Gerian Helder;
Zittend van links naar rechts: Hans van Kampen en Barbara Donker.
(foto Jan de Reus - 2005)

Een hoogtijdag is de Westfriezendag (eerste zaterdag in september), waarop veel leden verschijnen in hun zelfgemaakte Westfriese streekdracht. Uiteraard wordt er deelgenomen aan diverse andere activiteiten in- en buiten West-Friesland waarbij de kleding gedragen wordt.

Jaarlijks terugkerend hoogtepunt voor "Kap en Dek" is de eerste zaterdag van februari. Op deze dag wordt in het café "de Ridder van Sint Joris" in Berkhout, de traditionele slotmiddag georganiseerd. De deelnemers aan de cursussen "kostuum naaien" en van de "kappencursus" tonen op deze dag de schoonheid, gratie en rijkdom van de Westfriese streekdracht. Tevens wordt op deze dag een groots opgezette veiling gehouden van ingebrachte artikelen, die te maken hebben met de Westfriese historie. Oude originele kledingstukken alsmede sieraden en huisraad worden door de veilingmeester aangeboden.

              
De eerste foto is een fotoportret van oud-bestuurslid van het Genootschap Marijtje Molen (1872 - 1955).
Niet alleen op de Westfriese dagen, maar ook bij de bestuursvergaderingen verscheen zij met "kap en dek".
De kleurenfoto is eind 2002 genomen in Wadway tijdens de jaarlijkse informatieavond ten behoeve van de nieuwe leden.

De streekdrachten zijn in het laatste kwart van de 20ste eeuw bijna overal uitgestorven. Maar nog overal worden restanten bewaard en soms gedragen bij folkloristische gebeurtenissen. De kap heeft als oorsprong het stadse mutsje dat in het eind van de 18de eeuw in het hele land door de vrouwen werd gedragen. De veranderde mode en de behoefte aan veranderingen had tot gevolg dat de mutsen zich gingen ontwikkelen. Het gevolg was dat men aan de kleding en met name de kap de plaats van herkomst kon zien.

Aan het kostuum van de boerin kon je de welstand van de boer aflezen. Wie een gouden oorijzer droeg had meer koeien dan die met een zilveren. De rijksten hadden zelfs diamantjes op gouden spelden, echte parels en soms zelfs een "ferretje" een ferronière over het voorhoofd. Je zorgde ervoor dat je je niet boven je stand kleedde. Zo'n oorijzer, van oorsprong een ijzerdraadje waarmee je de muts op het haar kon vastzetten, was in de loop van de tijd uitgegroeid tot een zilveren of gouden helm. De boerinnen schoren meestal hun hoofd kaal zodat de muts beter zat en staken op hun voorhoofd toefjes vals haar in. Als een meisje voor het eerst haar kap afzette was dat voor haar vrijer vaak wel even schrikken.

Kleren kopen was voor het gemiddelde boerengezin veel te duur en werd bovendien als het toppunt van verkwisting beschouwd. Een boerin moest zelf kleren kunnen maken en verstellen. Als jong meisje werd begonnen met breien naar voorbeeld van een broddellap. Dan volgde merkjes maken op een merklap. Het verstellen en tenslotte het knippen en naaien. Een vrouw zat nooit met lege handen aan tafel, maar had op rustige momenten altijd een brei- of verstelwerkje in handen.

Al vroeg begon een boerenmeisje met het samenstellen van een uitzet. Haar hoogste en enige doel was immers een huwelijk. Een knap smoeltje hielp daarbij, maar ook zeker vaardigheden als kazen en handwerken.

(bron: museum Vreeburg, Schagen)


© 1924-2012 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.