Geschiedenis van West-Friesland in vogelvlucht
Deel III: West-Friesland en het platteland
16. De coöperatieve zuivelfabriek "Aurora" te Opmeer

Klik hier voor een grotere afbeelding.
In de tweede helft van de negentiende eeuw begon de mechanisering en industrialisering ook door te werken in
het boerenbedrijf. De steden groeiden, de vraag naar kant-en-klare veeteeltprodukten werd groter en boeren
begonnen zich te organiseren. Eén "melkfabriek" voor een heel dorp, opgericht en betaald door een grote groep
boeren, die met elkaar de opbrengst deelden. Bijna elk dorp had zijn eigen melkfabriekje en leverde veel
continuer dan voorheen melk aan de omgeving. Zo werd ook de prijs van de melk door de boeren zelf bepaald.
Na de Tweede Wereldoorlog zijn de fabrieken opgegaan in veel grootschaliger zuivelcentrales. De melk uit
West-Friesland gaat grotendeels naar Aurora te Opmeer, dat een onderdeel is van de C.M.C. in Woerden
(Zuid-Holland, bij Utrecht).
Dit proces betekende een grote verandering in de geschiedenis van de veeteelt, niet alleen in West-Friesland.
Enigszins te vergelijken met de coöperatieve zuivelfabrieken uit de vorige en het begin van deze eeuw zijn de
tegenwoordige verdeelcentra van landbouwprodukten, die door de kleine biologische bedrijfjes zijn opgezet.
De Coöperatieve zuivelfabriek "Aurora" te Opmeer is een goed voorbeeld van mechanisering en industrialisering
in West-Friesland, voortgekomen uit de veeteelt. Maar ook op de boerderij zet de mechanisatie van het bedrijf
zich voort. Behalve het "elektrisch" melken heeft nu ook het computergestuurde voederen en het gesloten
televisie-circuit zijn intrede gedaan.