Geschiedenis van West-Friesland in vogelvlucht
Deel III: West-Friesland en het platteland
13. Zomerstal met kaaspers

Klik hier voor een grotere afbeelding.
's Winters staat het vee op stal, 's zomers graast het buiten in de wei. Veel boerderijen hadden hun eigen
kaasmakerij, voortgekomen uit het feit dat melk toen niet lang goed te houden was. Door de meeste boeren werd
vrijwel alle melk verkaasd. Het kaasmaken was vaak een vrouwenaangelegenheid. De laatste jaren is er voor het
kaasmaken weer meer belangstelling gekomen en op steeds meer boerderijen wordt weer boerenkaas gemaakt en kan
daar gekocht worden.
In het voorjaar worden de stallen goed schoongemaakt en geschilderd. De koevensters worden van gordijntjes
voorzien. In West-Friesland gaat men dan vaak nog veel verder in het versieren en aankleden van de stal; men
strooit zand en schelpjes op de vloer, legt er kleden in neer en zet er het mooiste porcelein en aardewerk in
te kijk dat men bezit. Zo werd de stal 's zomers meer een woonstal dan een veestal. Ook de kaaspers werd daar
als pronkstuk neergezet.