Westfries Genootschap » Omringdijk » Actueel » 2012 » 6 mei
Tekst en afbeeldingen van Dik de Waal
In 2008 zijn de werkzaamheden gestart aan de versteviging van de Zuiderdijk van het Ambacht
Drechterland. Voor de huidige generatie is dit de dijk langs het Markermeer tussen Enkhuizen en Hoorn.
Doordat er hier en daar huizen aan de binnenkant van de Zuiderdijk staan had het Hoogheemraadschap hier
de oplossing voor de versteviging bedacht om een nieuwe en zwaardere dijk voor de oude te maken. Met
het afgraven van de oude Zuiderdijk kwam de oude wierdijk te voorschijn. De wierdijk moet rond 1550
voor het eerst worden gemaakt en heeft tot 1730 dienst gedaan als de golfbreker voor de waterkerende
kleidijk, die achter de wierdijk lag. Voor 1550 lag er een aanzienlijk breed voorland voor de Zuiderdijk
waar de golven hun energie verspeelden *). Na 1730 is vanwege de paalworm de wierdijk begraven onder
een glooiing van de noordse stenen.
Op de volgende afbeelding is de wierdijk getekend in een dwarsdoorsnede van de Zuiderdijk bij De Weed
in het jaar 1775. Bij De Weed stond indertijd een dijkmagazijn en er was een mogelijkheid om in de
nabij gelegen boerderij te overnachten. Dit was voornamelijk voor de dijkwachten in de winter. Een
verbinding met Venhuizen bestond toen uit vele kilometers lopen over de dijk of varen door de polder.

Een kopie uit het boek ‘In de Ban van de dijk’ geeft de dwarsdoorsnede van de Zuiderdijk in 1776.
Om het wier, dat 8,5 voet breed was, op zijn plaats te houden werden er zware palen voor het wier
in de grond geheid. De palen waren ongeveer 7 m lang en stonden ruim een meter uit elkaar en waren 30
cm dik. Het hout was van grenen. Als de Drechterlandse maten toegepast werden, waren de palen een voet
dik, stonden 3 voet uiteen en waren waarschijnlijk 25 voet lang. Volgens het archeologisch onderzoek,
dat in 2010 is uitgevoerd, waren zij aangevoerd uit het zuiden van Noorwegen. Op de waterlijn hebben
waarschijnlijk noordse stenen gelegen, want voor de wierdijk lagen haaks op de dijk een dikke laag
wilgentenen. Een voorloper van een zinkstuk, zoals dat nu wordt toegepast. Het ‘zinkstuk’
was nodig om de uitholling door de golven van de bodem voor de wierdijk te voorkomen.
Om het wier tijdens een storm met hoogwater op zijn plaats te houden, waren achter de wierdijk een
roede, ruim 3 m, uiteen palen geheid, die middels houten krebbingen strak over het wier aan de palen
voor de wierdijk waren verbonden.
Op de volgende foto is het restant van de wierdijk te zien. De voorkant en de bovenkant van de wierdijk
zijn nog gedeeltelijk te zien. Door hout en wier als golfbreker te gebruiken was men jaarlijks bezig
om palen te vervangen en wier aan te vullen. De oude palen, die men wilde vervangen, moesten worden
getrokken en door nieuwe worden vervangen.

De palen van de wierdijk staan netjes in het gelid en achter de palen ligt wier dat wit is gekleurd.
Door het verwijderen van de noordse stenen en het puin eronder kwam de wierdijk in het zicht. Het
puin ligt onder de rijplaten.
Met doorgravingen van de complete oude dijk is in 2010 de wierdijk op twee plaatsen onderzocht. Op een
plaats heeft het onderzoek nagenoeg op het ingemeten dwarsprofiel van 1776 plaats gevonden.
*) De bevestiging van het buitendijksland is terug te vinden in de eerste uitgaven van het
Genootschap. De auteur Schuurman haalt de acte van Hendrik Seevanck, notaris van het Noorderkwartier.