Archivering » WFON » 2000 » Pagina 153-154
De ontwikkelingen in West-Friesland tussen '24 en '99
Eerder verschenen in West-Friesland Oud & Nieuw, 67e bundel, pagina 153-154.
Uitgave: Westfries Genootschap, 2000.
Auteur: A. Govers-Komen.
Laten we beginnnen met de dagelijkse dingen. In 1924 was er in WestFriesland wel ‘electrisch’
met een bovengronds net, maar nog niet in alle huizen.
‘Waterleiding’ op sommige plaatsen, maar bij de meeste gezinnen kwam het water uit de
regenbak bij het huis.
Van ‘aardgas’ had men toen nog nooit gehoord. Wel was er bij ons thuis een gaswel met een
zwarte ketel, waar gas in zat. Dat gas kwam uit de bodem. Een gasfitter perste buizen in de grond tot
de gaslaag in de bodem. Dan kwam het gas plus water daardoor naar boven, dat werd opgevangen in een
kleine ketel. Vandaar werd het naar de grote ketel geleid.
Mijn moeder gebruikte het gas voor het koken, voor verlichting (met gaskousjes), verwarming en de was.
We waren daardoor bevoorrecht, want het was schoner en gemakkelijker dan petroleum. Veruit de meeste
vrouwen moesten het hiermee doen.
Geen electricteit, dus ook geen stofzuiger, wasmachine enzovoort.
Het huishouden vergde veel tijd. Maar de boodschappen werden thuisbezorgd. Aan de deur kwamen de bakker,
de slager, de kastjesventer en de vrachtman, die boodschappen uit de stad meenam.
Bijna al deze middenstanders woonden op het dorp. Iedereen kende elkaar. Het vermaak was ook in 't dorp.
Er waren: de zangvereniging, de gymnastiek, de toneelvereniging, het fanfare en het NUT. Verder de
jaarlijkse kermis en andere feesten.
Voor de oorlog begonnen ook de vrouwen zich te verenigen, onder andere in de Nederlandse Bond voor
Plattelandsvrouwen.
Ook van de kerk was er een vrouwengroep. Verder de zondagsschool, de catechesatie en later voor de jeugd:
De Vrije Vogels en de jeugdvereniging. In de oorlogsjaren veranderde er veel. De klok moest vooruit
gezet op Europese tijd. Voor de oorlog had ieder land zijn eigen zonetijd. In Engeland de Greenwichtijd,
Nederland twintig minuten later en Duitsland weer veertig minuten later.
Voor de bezetter was dat te lastig, vooral voor de luchtvaart en ander vervoer en na de oorlog is het
zo gebleven.
De oorlog was een nare periode. De verenigingen lagen zo goed als stil, omdat de avondklok was ingesteld.
Eerst na tien uur, later na acht uur niet meer op straat. Het eten kwam op de bon, evenals kleding en
brandstof. Heel veel stedelingen kwamen naar West-Friesland om eten.
Maar na de oorlog begon de wederopbouw, er werden veel plannen gemaakt. Nieuwe huizen, winkels en bedrijven,
nieuwe machines en ruilverkavelingen. Electriciteit, waterleiding, aardgas, telefoon, radio, televisie,
de ontwikkeling gaat maar door. West-Friesland gaat mee in de stroom van de tijd. Steeds weer is er
agrarische grond nodig. Soms denk ik, wat blijft er over van de rust, het weidse uitzicht en de
gemoedelijkheid?
De kleine middenstand is er bijna niet meer, de boodschappen worden heel vaak met de auto gedaan. Maar
de verenigingen zijn er gelukkig nog wel. Er zijn veel sportverenigingen, ook zang, toneel en fanfare
worden nog druk bezocht.
Verder zijn er culturele groepen en er is scholing op allerlei gebied.
Ook het 75-jarig genootschap doet zijn best met diverse commissies om het beste van ons West-Friesland
levendig te houden.
Ook om nieuwe bewoners te overtuigen van dit voor ons zo waardevol stukje grond. Mijn wens is, dat het
genootschap voor het bestuur en de commissies steeds mensen vindt, die de liefde uitstralen voor ons
West-Friesland in taal en gebaar!
A. Govers-Komen,
Stompetoren