Archivering » WFON » 2000 » Pagina 41-43
Piet Burger uit Andijk (1929)
Goochelaar met woorden en zinnen
Eerder verschenen in West-Friesland Oud & Nieuw, 67e bundel, pagina 41-43.
Uitgave: Westfries Genootschap, 2000.
Auteur: Volkert J. Nobel.
Volkert J. Nobel
Op 12 mei 1929 werd het gezin van Klaas Burger, timmerman/aannemer in Andijk, en Aafje Bierman, een
boerendochter uit Onderdijk, verrijkt met een zoon, die Pieter werd genoemd. Het telde al twee dochters:
Reinoutje en Geertje. Het bleef bij dit drietal.
In de zomer van 1952, hij was toen 23 jaar, beleefde Piet Burger zijn tweede geboorte. Na een ziekbed
en herstelperiode van in totaal zeven jaar mocht hij alsnog proberen zich een plaats in de maatschappij
te verwerven. ‘Daar stond ik: zonder enige opleiding, geen eelt op mijn handen en met een lege
portemonnee’.
Op eigen kracht heeft hij zich een geheel eigen zijn plek veroverd.
Piet Burger leerde stoeien met letters en woorden, maakte zich het geheimschrift eigen dat wij kennen
als cryptogram, heeft er daarvan inmiddels vele honderden gepubliceerd en in 1981 gaf Hugo Brandt Corstius
– alias Piet Grijs, Battus, drs. G. van Buren enz. enz. – hem de eretitel ‘palindroomkoning
van Andijk’.
Als kind was er met Piet nog niets aan de hand. Hij doorliep de lagere school. Als ‘linkse’
jongen moest hij daar alleen rechts leren schrijven. ‘Heb wat een tikken met een lineaal op
mijn linkerhand gehad. Ik kàn links en rechts schrijven, alleen niemand kan het resultaat
lezen’. Vervolgens ging hij naar de ambachtsschool in Hoorn om zich daar te bekwamen in het
timmervak.
Van tent naar sanatorium
Het jaar 1946 was nog geen week oud toen hij werd geveld door een hoge koorts. De dokter constateerde
pleuritis en het mondde uit in tbc. ‘Zes maanden heb ik in een tent achter op ons erf gelegen:
zo'n houten huisje met veel glas, geplaatst op een op een plateau bevestigde rail, zodat de toegangsdeur
altijd naar de luwe kant kon worden gedraaid’.
Vervolgens werd hij overgebracht naar het sanatorium Oranje Nassau Oord in Renkum. Een gebouw, dat
toebehoorde aan het koninklijk huis.
‘Met Kerst kregen wij een geschenk van koningin Wilhelmina. Een keer een leren portefeuille
– nog in mijn bezit – en een andere keer het boek ‘De martelgang van Kromme
Lindert’. Een leuk boek voor als je daar als patiënt ligt’, lacht hij. ‘Maar
het staat nog in mijn boekenkast’.
De tijd in het sanatorium doodde hij met lezen en puzzelen.
‘Woordspelingpuzzels waren toen in de mode. Zoals: zonder peer, zonder eik = perzik; visscher
in de volle maan = scherm’.
In de zomer van 1951 mocht hij naar huis en na een jaar aansterken werd hij genezen verklaard. Hij pakte
het timmervak weer op en maakte zijn vader meteen duidelijk dat hij niet van plan was om de zaak over
te nemen. Puzzelen werd zijn hobby, ‘maar je kwam regelmatig dezelfde cryptogrammen tegen en
toen ben ik ze zelf maar gaan maken’.
Foutenzoeker in de Van Dale
Hij stuurde er eens een paar op naar ‘Denksport’. Ze werden geplaatst en binnen de kortste
keren stond hij daar te boek als vaste medewerker. ‘Gedurende 28 jaar heb ik er vijf in de
veertien dagen geleverd. Toen Denksport 50 jaar bestond was Sonja Barend ook op het feest. Zij hoorde
daar van een timmerman uit Andijk die cryptogrammen maakte en toen belandde ik in haar ‘Goed
Nieuws-show’ op de televisie. In de voorbespreking bij mij thuis snuffelde Ellen Blazer wat in
mijn boekenkast en vond, bladerend in de Van Dale, daarin tal van aantekeningen. Door mij aangebrachte
correcties. Dàt werd toen het item in die uitzending: een timmerman uit Andijk, die fouten uit
de Van Dale haalde. Dat laatste ben ik blijven doen. Elke nieuwe druk kreeg ik thuis gestuurd, maar nu
stop ik met dat correctiewerk’.
Professional
In 1980 stalde hij zijn timmerkist op de zolder van de woning, die de vrijgezel Piet Burger voor zichzelf
aan de voet van de Omringdijk had laten bouwen. Hij werd – als cryptogrammenproducent –
professional. Het Parool heeft hij lange tijd wekelijks van een cryptogram voorzien en al 27 jaar lang
levert hij er wekelijks een aan Elseviers Weekblad. ‘Maar ik ben aan de afbouw begonnen. Ik
teer op mijn buffer en indien nodig actualiseer ik ze. Het is mooi geweest. De jaren beginnen te
tellen’. Stoeien met taal. Hij heeft een forse bijdrage geleverd aan het door Battus geschreven
werk ‘Opperlandse taal- en letterkunde’, dat in 1981 bij Querido verscheen. Nr. 729 staat
bij hem in de kast: ‘Voor Piet, zonder wie dit boek een jaar eerder was afgeweest, maar 9/10
minder leuk was geweest. Hugo. 1-9-1981’.
Er naast staat een speciaal bundeltje van Simon Carmiggelt: een geschenk aan de ‘taalkunstenaar
Piet Burger’. Daar weer naast zijn eigen boekje: ‘Leed ... vermaak’ een handleiding
voor cryptogramoplossers; P13 in de reeks Elsevier Praktische Pockets.
Als eerste begon hij met het maken van zinnen van louter plaatsnamen. Voor de aardigheid. Een voorbeeld?
‘Een rumlosser uit Hoorn zei starend: al haar lemen schotels trekken haast recht, die verzetten
wij, hè, maar nu de netten bergen’. Er zitten 16 Nederlandse- en één
Noorse plaatsnaam in verborgen.
Eén damtitel
Piet Burger brengt zijn linker wijsvinger naar zijn voorhoofd. ‘Hierachter moet je het scherp
proberen te houden’. Daarom ook is hij al 44 jaar lid van de damclub Ons Genoegen. Tussen
de vele trofeeën in de gang echter slechts één kampioensbeker.
De grootste voldoening en het meeste plezier beleefde hij dan ook aan de ontboezemingen die bij vele
oplossingen worden bijgesloten. Stapels post heeft hij in de afgelopen decennia verwerkt. Post, die in
zijn postbus wordt verzameld: ‘Ik moet die berg briefkaarten en brieven niet op mijn deurmat
hebben’.
Zuid-Scharwoude, november 1999