Archivering » WFON » 1999 » Pagina 119-120
Kansen en bedreigingen binnen de Omringdijk in de periode tot 2024 (1/5)
Eerder verschenen in West-Friesland Oud & Nieuw, 66e bundel, pagina 119-130.
Uitgave: Westfries Genootschap, 1999.
Auteur: J.P.M. Groot.
J.P.M. Groot
De periode 1969-1994 heeft zeer ingrijpende gevolgen gehad voor West-Friesland en zijn bewoners. Hechte agrarische gemeenschappen – als Hauwert en Tuitjenhorn – werden opengebroken. De beslotenheid verdween. West-Friesland werd in al zijn facetten een onderdeel van Noord-Holland.
De periode 1995-2024 zal naar verwachting een even stormachtig beeld te zien geven, waarbij de
context zal worden verbreed naar geheel Nederland en bovendien een fors aantal Europese kenmerken in
zich zal dragen. Liberalisering van de wereldhandel en voortschrijdende globalisering, in combinatie
met snelgroeiende wereldwijde communicatie-mogelijkheden, zullen grote invloed krijgen op ons dagelijks
bestaan.
De huidige bestuurlijke opzet zal geen stand kunnen houden. Verdere schaalvergroting zal ook in West-Friesland
niet tegen te houden zijn. Het aantal zelfstandige gemeenten zal opnieuw afnemen en tenminste worden
gehalveerd. Ook de regionale samenwerking zal zich gaan verbreden, waarin West-Friesland, Noord-Kennemerland
en de Kop van Noord-Holland wellicht tot één integraal gebied zullen samensmelten. In
allerlei maatschappelijke organisaties zullen deze processen zich eveneens gaan voltrekken. De complexheid
van onderwerpen en de noodzaak voor een samenhangend en integraal beleid in een breed verband zullen
dit beeld verder versterken.
Het huidige door de provincie in 1994 vastgestelde streekplan bestrijkt al een aanzienlijk gedeelte
van Noord-Holland Noord. De hierin vastgelegde hoofdlijnen voor het beleid zullen hieronder worden
samengevat.
Tevens zal een voorzichtige vooruitblik worden gegeven op de discussie-elementen die in een in 2004
vast te stellen nieuw streekplan aan de orde zullen komen en door zullen werken naar 2015.
Verder zal de samenwerking op Europees niveau gevolgen hebben voor ons gebied. De uitbreiding van de
Europese Gemeenschap met nog eens vijf tot tien voormalige oostblok-landen zal mogelijk leiden tot
verplaatsing van agrarische productiegebieden. Dit zal in het kader van toekomstig rijksbeleid een
niet onaanzienlijke mogelijkheid bieden om de invulling van vrijkomende gebieden te betrekken bij
allerlei behoeften die zich in de steeds verder uitdijende Randstad zullen voordoen.
Grootschalige en ingrijpende veranderingen zijn sedert het ontstaan van West-Friesland eerder regel
als uitzondering geweest. Tot het einde van de jaren zestig kwamen deze veranderingen hoofdzakelijk
voort uit het eigen belang van het gebied. Ze ontstonden doorgaans van binnen uit en verkregen daardoor
uiteindelijk voldoende maatschappelijk draagvlak.
Vanaf de jaren zeventig is het niet zozeer het eigen belang meer dat de veranderingen bepaalt, maar
het bovenregionale belang. Het gebiedsgebonden draagvlak raakt steeds verder van West-Friesland verwijderd
en externe belangen zullen steeds meer het gezicht en de veranderingen in West-Friesland gaan bepalen.
Over ons heen zullen de provincie, het rijk en het Europees parlement de regie bepalen, waarbij het
behoud en de versterking van de welvaart vooralsnog uitgangspunt zullen zijn.
Het streekplan voor West-Friesland en Noord-Holland Noord
Op 12 september 1994 hebben Provinciale Staten het nieuwe streekplan voor de periode 1995-2005 vastgesteld,
waarin weer veel nieuwe ontwikkelingen zijn vastgelegd. Een streekplan voor geheel Noord-Holland Noord.
Een aantal belangrijkebeleidsuitgangspunten voor deze periode zijn:
Ten behoeve van natuurontwikkeling zal in het streekplangebied 1550 ha agrarische grond worden
onttrokken. Nog eens 2000 ha zal worden ingericht als relatienotagebied ('vogeltjesland') Nieuwe
infrastructurele voorzieningen (wegen, havens, recreatiegebieden) worden in projectvorm gepresenteerd.
Er komt aanzienlijke aandacht voor de mobiliteitsproblematiek, echter meer gericht op het voorkomen
van nieuwe verkeersstromen en op het oplossen van bestaande knelpunten op dit gebied.