Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » WFON » 1997 » Pagina 126-128

De ondergang van de boerenvrijstaat West-Friesland (1/6)

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud & Nieuw, 64e bundel, pagina 126-143.
Uitgave: Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1997.
Auteur: Dick Roth.

Dit jaar is het 700 jaar geleden dat bij het toen, even ten noordoosten van Alkmaar gelegen dorp Vroonen, slag werd geleverd tussen een grafelijk Hollands-Zeeuws ridderleger en de gecombineerde strijdkrachten van de vier Westfriese ambachten; een treffen met voor West-Friesland dramatische gevolgen.
Deze veldslag, die plaatsvond op 27 maart 1297, ligt in de schaduw van één van de grootste 'monumenten' uit onze vaderlandse geschiedenis, de moord op graaf Floris V en bleef mede daardoor onderbelicht.
Contemporaine bronnen – oorkonden en kronieken, de laatste met die van Melis Stoke en Wilhelmus Procurator voorop – bieden over deze voor de Westfriese geschiedenis belangrijke gebeurtenissen voldoende informatie. Zo ontstaat een beeld van het laatste, heroïsche verzet van de boerenvrijstaat West-Friesland tegen de feodalisering; een strijd die werd gestreden tegen de achtergrond van het in Holland en Zeeland ontstane machtsvacuüm na de dood van 'der keerlen God'.

'Dat si met herten niet en gheren'
In 1282 schrijft Floris V aan de Engelse koning Edward – met wie hij goede relaties onderhoudt – dat hij zijn 'doodsvijanden', de Friezen, in vier veldslagen heeft overwonnen en het lichaam van zijn vader Rooms-koning Willem II heeft teruggevonden. Aan het laatste voegt hij toe: 'Iets wat ik boven alles wenste'.
Floris heeft reden trots te zijn. Na de eerste en mislukte poging in 1272 heeft de jonge vorst veel aan strategisch inzicht gewonnen en met behulp van een geniale aanvalsopzet zijn erfvijanden verslagen. Floris heeft zijn ridderleger niet opnieuw voor de in West-Friesland veelvuldig voorkomende waterbarrières gezet. Hij scheept zijn leger in en landt bij Wijdenes op Westfrieslands oostkust. Daar geeft een hoge landrug zijn zware ruiterij toegang tot het hart van het vijandelijke land. De Westfriezen worden op meerdere plaatsen – waaronder Schellinkhout – verslagen. De hoogste eer behaalt Floris door in Hoogwoud het graf van zijn in 1256 door de Westfriezen gedode vader terug te vinden en zorg te dragen voor een eervolle begrafenis van deze Rooms-koning en beoogd Keizer van het Duitse rijk. De teraardebestelling vindt plaats in Middelburg en ditmaal in gewijde aarde. De koningszoon heeft aan zijn ridderplicht voldaan.

In onze ogen is er een keerzijde met minder 'eer'. De kronieken melden óók dat Hoogwoud wordt geplunderd en verbrand. En dat veel Westfriezen worden gedood en maar weinigen gevangen genomen, 'uit wraak voor de eervolle vorst, de Roomskoning'!
Eervolle vorst? Daar zullen de Westfriezen anders over hebben gedacht. Het was deze Rooms-koning die destijds gedurende zijn pogingen West-Friesland te onderwerpen, vanuit zijn legerplaats, een - in oorkonde bewaard gebleven - brief verstuurde met het opschrift: In castris in depopulatione Westfrisiae'. Dat is: in de legerplaats tijdens de verwoesting van West-Friesland!
Het illustreert dat de al eeuwenlang durende strijd tussen de naar gebiedsuitbreiding strevende graven van Holland en de hun onafhankelijkheid verdedigende Westfriezen met grote meedogenloosheid en ten koste van veel offers werd gestreden.
En nog is het einde niet in zicht, want ondanks zijn overwinning is Floris niet in staat West-Friesland volledig in zijn macht te houden. Een permanente bezetting van het gehele land is buitengewoon kostbaar en gezien de vijandige bevolking ook niet te handhaven. Maar Floris heeft in de Engelse koning, die met Wales soortgelijke problemen ondervond, een goed voorbeeld en raadgever. Edward liet in Wales een aantal dwangburchten bouwen waarmee hij de bevolking onder de duim hield. De Hollandse graaf volgt zijn voorbeeld en spint een web van kastelen rond het Westfriese land.
De eerste kastelen verschijnen bij Wijdenes – om de landingsplaats aan de oostkust veilig te stellen – en bij het strategisch gelegen, ook als stad belangrijke, Medemblik. In het noordwesten, tussen Eenigenburg en Krabbendam verrijst de Nieuwendoorn. Dit kasteel is daar mede gebouwd ter bescherming van de Rekerdam die in 1264 aan de mond van de Rekere was gelegd om de instroom van de zee te verhinderen. Tenslotte twee kastelen in de onmiddellijke omgeving van het al door Willem II in Alkmaar gebouwde meest noordelijke steunpunt in Kennemerland, de Torenburg (ter plaatse van de huidige Friese brug). Deze twee burchten worden gebouwd aan de dijk (de huidige Munnikenweg) die Floris laat aanleggen tussen de Torenburg en de Vroonergeest. Aan het Westfriese eind daarvan, aan de rand van de Vroonergeest, wordt de Nieuwburg gebouwd. Halverwege de dijk een kleiner kasteel, de Middelburg. Drie kostbare kastelen binnen anderhalve kilometer! Beter kan het belang van de toegang tot de Vroonergeest en daarmee de toegang tot het waterbastion West-Friesland, niet worden aangegeven! Melis Stoke tekent hierbij aan dat de onderlinge afstand tussen de kastelen zodanig was dat men elkaar in geval van een beleg onderling met pijlen kon 'bestrijken'.

...singhen enen niwen sanc...'
Ondanks de dwangburchten vertonen de Westfriezen geen spoor van onderdanigheid en hun overgave had nog lang op zich kunnen laten wachten, als de natuur Floris niet had bijgestaan. De winter van 1287 op 1288 is een echte stormwinter. Twee stormvloeden doen in de lage landen de dijken breken en veroorzaken veel ellende. Ook West-Friesland heeft zwaar te lijden. Floris V slaat onmiddellijk toe, zoals zou blijken bij verrassing. De graaf geeft zijn baljuw in Kennemerland, Dirk II van Brederode, opdracht met strijdkoggen het ondergelopen land binnen te vallen. Dirk vaart van dorp tot dorp en van huis tot huis. De Friezen zijn kennelijk te plotseling overvallen om hun eigen schepen in de strijd te kunnen brengen en daarmee elkaar te hulp te schieten. Dirk bereikt op die manier een vrij gemakkelijke overwinning en eist, in naam van zijn leenheer, gijzelaars overal waar hij verschijnt. Het verzet van de Westftiezen komt aan zijn eind.
De dwangburchten, de watersnood, de gegijzelden, de grens van het draagbare is bereikt.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.