Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » WFON » 1984 » Pagina 156-159

O.K.B.: acht jaren van voetbalplezier in Obdam

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud & Nieuw, 51e bundel, pagina 156-159.
Uitgave: Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”, 1984.
Auteur: Piet J. Spaander.

In 1919 werd in Spanbroek een voetbalvereniging opgericht. Een neutrale vereniging - d.w.z. toegankelijk voor roomskatholieken èn protestanten - die “Stormvogels” werd genoemd. Er werd gespeeld op een stuk land aan 't Wuiver, nadien op een weiland van boer De Jong. Om dat veld bespeelbaar te maken moest er eerst een diepe greppel worden gedempt. Het blééf een veld met een grote del er in. “Stormvogels” sloot zich aan bij de op 19 november 1921 opgerichte Westfriesche Voetbalbond. Twee keer zijn de “Stormvogels” kampioen geweest van deze bond. In 1927 werd de vereniging opgeheven. Bij gebrek aan spelers!

Omstreeks 1930 begon de voetbalsport in midden- en oostelijk West-Friesland wat tot leven te komen. Dat gebeurde mede op initiatief van de Diocesane Haarlemse Voetbal Bond (DHVB). Roomskatholieke voetbalverenigingen speelden toen nog apart! Op 24 maart 1930 werd in Obdam, in hotelcafé “Klein Victoria” van Jan Dekker, mede op initiatief van kapelaan Van Houten - een voetbalfanaat - de r.k. voetbalvereniging “Victoria” opgericht. De vereniging beschikte over één speelveld, dat werd gehuurd van de parochie “St. Victor” en dat was gelegen op de plaats waar thans de Poststraat is gesitueerd. Een schuur achter “Klein Victoria” diende als kleedlokaal. Vanuit de “kleedkamer” ging het dan dwars over de Dorpsstraat richting speelveld: via een stuk land, waarop nu huize “De Overkant” staat, dat eigendom was van Jan Dekker, de eerste voorzitter. De voorzitter liet dan ook een brug slaan over de sloot, die het speelveld van zijn café scheidde. Wee degene, die langs een andere - illegale - weg probeerde het speelveld te betreden! Iedereen moest via zijn zaak... (In 1937 werd de naam “Victoria”, vooral op “verzoek” van de toenmalige pastoor Wanna, gewijzigd in “St. Victor”; de parochienaam. In de loop van het seizoen 1967-'68 werd de naam Victoria 0 ingevoerd).

Deze aanloop had ik even nodig om tot mijn eigenlijke verhaal te komen. Een verhaal, dat óók in 1930 begint. Het jaar, waarin de r.k. voetbalvereniging “Victoria” werd opgericht. Een vereniging, die voor niet-rooms katholieken (voor protestanten, voor andersdenkenden) gesloten bleef. Ik wàs zo'n andersdenkende.

Als 11-jarig jochie was ik destijds adspirant-lid van “Stormvogels” geworden. Ik herinner me, dat ik eens mee mocht spelen in het derde elftal: tegen het derde van Nieuwe Niedorp. Lopende was ik naar Spanbroek gegaan. Toen mocht ik bij een medespeler achterop de fiets mee rijden naar Nieuwe Niedorp. Zo ging dat in die tijd! De omstandigheden, waaronder in die jaren werd gevoetbald, waren in vergelijking met deze tijd zó absurd dat - wanneer je er over praat met voetballers van nu - zij ongelovig het hoofd schudden.

Vele voetballers uit de jaren dertig werkten in de land- en tuinbouw en maakten dagen van twaalf tot veertien uur, zodat er weinig vrije tijd voor echte sportbeoefening over bleef. Bovendien moesten de spelers zelf nog het veld speelklaar maken. Zuiveren van ongerechtigheden. Lijnen trekken: met een boender aan een stok of - wanneer het niet te hard waaide - met de hand wat kalk strooien. Het oppompen van de wedstrijdbal was meestal een hele klus. Er kwam een veter aan te pas, die flink moest worden aangetrokken om de bal rond te krijgen. Wanneer de veter brak kon je opnieuw beginnen. Koppen deed soms behoorlijk zeer. Als de club een terrein had kunnen huren moesten de leden het zelf draineren en egaliseren. Om de huurprijs wat te drukken moesten er schapen op lopen, die dan meteen het gras kort hielden. Alle kosten moesten worden bestreden uit de contributie en entreegelden van wedstrijden. Gemeenten bemoeiden zich in die tijd nog niet met de sport. Een groot verschil met tegenwoordig.

Op klompen begonnen
Terug naar Obdam. Naar het voorjaar van 1930. De roomskatholieken hadden hun eigen voetbalvereniging, een handje vol niet-katholieken voetbalde - op klompen - in de vrije uren bij een boer op het erf. Wanneer je nieuwe klompen had gekregen, liet je er bij de smid altijd eerst even een bandje omleggen: ter grotere bescherming van de kap. Anders gingen ze zó kapot!

Het elftal van O.K.B., zoals het - als toerploeg - 1930 een wedstrijd speelde tegen “Berkhout”, op het terrein aan de Slagterslaan. Achterste rij, v.l.n.r.: Jaap Hollenberg (res.), Bram van Leijen, Piet Bankert, Rinus Dokter, Janus Stapel, Jan Stammes, Dirk Stapel (met sokophouders) en Dirk Groot (res.); knielend: Klaas Bosma, Piet de Vries, Teunis Schoon en Piet J. Spaander; voor: doelman Gert Hoffenberg. De spelers droegen hun “officiële” voetbal plunje!!

Het was in mei 1930 dat de gebroeders Andries en Piet Spaander besloten óók een voetbalvereniging op te richten. Er kon precies één elftal worden geformeerd. De naam was meteen gevonden. We waren op klompen begonnen, dus het werd O.K.B. Shirts vormden geen probleem. Iedereen beschikte wel over een oud overhemd. En wat de schoenen betreft: er waren er die goede werkschoenen hadden en de “rijksten” kochten echte voetbalschoenen. Op het land van Jb. Rooker mochten we trainen. Een eigen veld was er (nog) niet, dus O.K.B. begon als zogenaamde toerploeg. Er werden alleen maar uitwedstrijden gespeeld!

De eerste wedstrijd speelden we in Aartswoud: tegen het eerste. We speelden op een kale vlakte in de net droog gevallen Wieringermeer en verloren met 11-1. Twee weken later speelden we er een wedstrijd tegen het tweede team van Aartswoud. Dat ging beter. We wonnen met 4-0.

Ik herinner me een wedstrijd tegen T.F.C. in Twisk. Deze vereniging had óók nog geen eigen terrein, maar mocht bij een boer op het erf spelen. Er was een hoge kant en een lage. Bovendien stond er nog een ronde schuur op het veld. Hindernissen genoeg op de weg naar het doel. Maar het enthousiasme was er niet minder om.

Gedurende het eerste jaar speelde O.K.B. alleen maar uitwedstrijden. Een enkele keer, wanneer we wat ver moesten, huurden we J. Hartland met zijn vrachtauto, die we de naam gaven van “De Blauwe Prins”. Mooie tochten waren dat. Maarten Stapel nam dan zijn oude, lekke mook mee en met muziek gingen we er op af. Reizen met een vrachtauto mocht eigenlijk niet. De politie heeft ons wel eens gewaarschuwd, maar had begrip voor ons vervoersprobleem en liet dit vervoer daarom toch oogluikend toe.

Eigen veldje
Na een jaar als toerploeg te hebben gespeeld kregen we toch nog een eigen veld. Dank zij Jacob (Jac) Broersen, de nadien bekende Westfriese journalist: de trouwste supporter van O.K.B. Hij wist van N. Blauw een stukje land van een halve hectare, gelegen nabij de grenspaal Obdam-Hensbroek, los te peuteren voor de somma van f. 130,- per jaar. Het stuk land was eigenlijk te klein voor een voetbalveld: één van de hoekvlaggen stond bijna in de sloot. Maar gelukkig kwam een bondsofficial het veld keuren toen het al bijna donker was. Anders had hij het subiet afgekeurd: als zijnde te klein. Nu vielen de geringe afmetingen niet zo op! O.K.B. werd ingedeeld in de derde klas van de Westfriese afdeling. De oude overhemden verdwenen in de voddenzak en er kwamen heuse shirts: zwart met rode kraag en manchetten en een zwarte broek. Allemaal donkere kleuren. Die waren niet zo gauw smerig...

De eerste competitiewedstrijd was een uitwedstrijd tegen T.F.C.; een oude tegenstander uit de toertijd. T.F.C had inmiddels óók een eigen veld. Alleen: er stond een hoop kuilgras op, die de boer nog moest opvoeren. De scheidsrechter vroeg nog of wij zo wilden spelen. Natuurlijk wilden we dat. We waren niet voor niks naar Twisk toe gefietst. Schitterende taferelen, wanneer de bal op de hoop kuilgras terecht kwam. Dan vlogen van weerskanten spelers de hoop op. We verloren met 1-0. Een week later werd ons eigen veldje ingewijd; met een wedstrijd tegen Hem. We wonnen met 2 -1.
In de derde klas van de Westfriese afdeling waren tien clubs ingedeeld: Aartswoud, V.C.L.-Langereis, M.V.K-Blokker, Hem, Ursem, Nieuwe Niedorp 3, Sijbekarspel, M.F.C 3-Medemblik, T.F.C-Twisk en O.K.B. We eindigden dat eerste jaar met 11 punten uit 18 wedstrijden op de één na onderste plaats. Twee jaar speelden we op dat kleine veldje. Toen kregen we een groter terrein; dat wel aan de maten voldeed: bij J.v.d.Molen. We schoven wat op naar het centrum van het dorp en kwamen vlakbij ons clubhuis, het café van Jb. Stammes. We moesten het veld wel eerst weer zelf vlak maken en draineren. En er werden schapen op gejaagd om het gras kort te houden.

Het seizoen 1935-'36 werd het hoogtepunt in de (kortstondige) O.K.B.-historie. Het eerste elftal werd - na een verwoede strijd met Hauwert kampioen. Ongeslagen nog wel, met een doelsaldo van 77-18. O.K.B. promoveerde naar de tweede klas van de Noordhollandse Voetbalbond. Aanvankelijk konden we in die afdeling aardig mee komen, maar vervolgens ontstond er een gebrek aan spelers. Als gevolg van vertrek, trouwen.

In 1938 viel het doek over O.K.B. Kwam er een einde aan acht jaar voetbal van deze club. Van de overgebleven spelers gingen er zes spelen bij de vereniging “Oudendijk”. Deze club werd hierdoor zodanig versterkt dat prompt promotie volgde van de tweede naar de eerste klas!

De katholieke voetbalbond (D.H.V.B.) werd in de bezettingsjaren op last van de bezetter ontbonden. De K.N.V.B. bleef alleen over. Enkele oude O.K.B.'ers gingen bij “St. Victor” voetballen. Zelf heb ik de vereniging “St. Victor”/“Victoria O” nog als trainer gediend: in de jaren 1949-1951 en 1955-1968.

Acht jaren O.K.B. Het waren jaren van een bijzonder plezierige vrijetijdsbesteding, die bovendien de saamhorigheid bevorderde en de sport meer onder de mensen bracht: bij zowel jong als oud. Acht jaren, waarin geweldig veel werk moest worden verzet om de boel draaiende te houden. Er waren vele oudere mensen, die aanvankelijk weinig goede woorden over hadden voor “die schopperij en benenbrekerij”. Maar die later toch kwamen kijken en er dan nog van genoten óók. Het was een mooie voetbaltijd.

Piet J. Spaander

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.