Archivering » WFON » 1983 » Pagina 8-9
De „spreeuwenverordening” van de gemeente Schellinkhout
Eerder verschenen in West-Frieslands Oud & Nieuw, 50e bundel, pagina 8-9.
Uitgave: Historisch Genootschap "Oud West-Friesland", 1983.
Auteur: Jac. Groot.
In 1939 heeft Schellinkhout - als eerste en enige gemeente in ons land - de spreeuw officieel vogelvrij
verklaard. In een op 23 november 1939 gehouden vergadering stelde de gemeenteraad, op voorstel van het
college van B. en W., de tekst vast van de zogenoemde „spreeuwenverordening”. Die verordening
was gericht op het verdelgen van alle spreeuwen in de (toen nog zelfstandige) gemeente. Deze plaatselijke
verordening is slechts één jaar effectief geweest, maar is nooit officieel ingetrokken.
Toen de gemeenten Venhuizen, Wijdenes en Schellinkhout per 1 januari 1970 vrijwillig de nieuwe gemeente
Venhuizen vormden heeft de raad van die nieuw gevormde gemeente de „spreeuwenverordening”
van de voormalige gemeente Schellinkhout niet overgenomen. En daarmee werd die wat merkwaardige
verordening een archiefstuk.
In de jaren dertig werden er in Schellinkhout - net als in de buurgemeenten Blokker en Wijdenes - nogal
wat bessen geteeld. De spreeuwenkolonie, welke in die jaren rond „De Kleiput” bij De Nek
huisde, fourageerde in de pluktijd frequent in de omliggende bessentuinen. Tot ongenoegen van de telers
uiteraard.
Eén van hen was Jurie Maarse uit Schellinkhout; een teler, die er al meerdere keren blijk van
had gegeven theorie en praktijk in de fruitteelt te kunnen laten samengaan. Hij was bijvoorbeeld de
„ontdekker”" van de „Schellinkhouter”: een bijzonder fijn smakende appel, die
op dit moment niet meer in zo'n groot aantal wordt geteeld omdat de vruchten nogal kwetsbaar zijn.
Jurie Maarse stelde zich op het standpunt dat er maar één middel was om van de overlast
af te komen: alle spreeuwen elimineren. Volgens hem was dat een vrij eenvoudige zaak. De spreeuwen uit
„De Kleiput” nestelden immers onder de dakpannen op de daken van de huizen in het nabije
Schellinkhout. En wanneer je elk voorjaar alle eieren c.q. jonge vogels - de kadodders - vernietigde
stierf die spreeuwenkolonie op den duur vanzelf wel uit!
Maarse wist burgemeester J. Palenstijn en de beide wethouders enthousiast te krijgen voor zijn plan.
Het college kwam met een voorstel om de gemeentelijke politieverordening aan te vullen met een
„spreeuwenverordening”: met een artikel betreffende het opruimen van spreeuweeieren en
kadodders. Gezien het felt, dat de gemeenteraad vrijwel geheel werd gevormd door tuinders en lieden die
met de tuinderij annex waren, werd die verordening met algemene stemmen vastgesteld.
Omdat men niet de verwachting had dat alle gemeentenaren in het voorjaar het dak van hun woning zouden
beklimmen werd een „jongeren-brigade” gevormd. Tegen een kleine vergoeding ruimden deze
jongeren de nesten met inhoud op.
Het eerste jaar - in het voorjaar van 1940 - was het succes redelijk, maar daarna kwamen er al spoedig
bezwaren. De dierenbescherming kwam in het geweer en sommige dorpsbewoners, die een wat oud huis
bewoonden vreesden toch schade aan het dak wanneer leden van de „brigade” onder de pannen
zouden gaan rommelen. Bovendien bleek dat de spreeuwen uit de „Kleiput”-kolonie niet alleen
en uitsluitend uit Schellinkhout afkomstig waren...
De „spreeuwenverordening” bleef gehandhaafd, maar in ruste. Meeuwen verjoegen vervolgens
de spreeuwen rond „De Kleiput”. Het bessenareaal werd steeds kleiner en de nu nog te velden
staande bessen worden met netten tegen vogelschade beschermd.
Maarse heeft ook nog geprobeerd om in de gemeenten Blokker en Wijdenes zo'n spreeuwenverordening
aangenomen te krijgen, maar dat gelukte hem niet. In Schellinkhout werd zijn „stunt” trouwens
ook niet zo'n succes. Wel een curiosum.
Hoorn, voorjaar 1983
Jac. Groot