Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » WFON » 1967 » Pagina 83-85

De merk- en letterlappen (2/2)

Over deze motieven is veel meer te vertellen, maar dat zou te ver voeren.
De stijl van de 18e-eeuwse merk- en letterlappen zien we langzamerhand veranderen, ofschoon ze de traditionele motieven (zoals hierboven omschreven) handhaaft. In deze periode of zelfs iets vroeger zien we de overgang van een willekeurige opzet naar een symmetrische indeling; sierlijke bloemtakken, anjerachtige bloemen, en een rand rondom, die de barokinvloed kenmerken.

In de 18e-eeuw gaat de rand, die de motieven omlijst, een belangrijke rol spelen. Het doel, meer vaardigheid te verkrijgen in het versierend merken en letteren is niet meer hoofdzaak; in plaats daarvan worden de merklappen min of meer schilderijtjes. Er komen motieven bij die in de 17e-eeuw nog niet gebruikt werden, o.a.: hoorn des overvloeds, Nederlandse Maagd in Hollandse tuin, Nederlandse leeuw in Hollandse tuin, konijn, ooievaar, griffioen, vlinder, vrouw bij put, wapen van Amsterdam, oranjeboom, lantaarn.

Een combinatie van gestyleerde met de veel luchtiger en zwieriger motieven zien wij op een merklap uit 1847 (12 juli), met verschillende kleuren wol geborduurd door Jacoba van Selm, oud 8 jaar. Boven is in het midden een bouquet bloemen en een vaas op een zuil geborduurd. Rozen en lelieachtige bloemen hangen over de rand. Eronder een bloempot met oren, waaruit een tak met één grote bloem omhoog steekt met links en rechts enige kleinere, heel strak en symmetrisch. Links en rechts van de vaas een pauw, de linkse zoals we die ook in de 17e eeuw aantreffen; strak van vorm met een staart, bestaande uit zeven achthoekjes in een halve cirkel om het lijfje geplaatst.

Het rechter pauwenmotief is volkomen naturalistisch in genuanceerde kleuren geborduurd, waarin zelfs de schaduwpartijen niet ontbreken. Ook de grond waarop de pauw staat is aangegeven. Hieronder een jongen, die aan het hoepelen is. Langs de linker- en rechterkant een gestyleerde rand, bestaande uit druiventrossen en -bladeren. Onderaan een bloemenrand met anjerachtige bloemen en bovenaan een rand met kleine bloemetjes, die de motieven omlijsten.

De voor de 19e en 20e eeuw kenmerkende motieven zijn vooral romantische (arkadische), bestaande uit: hond of kat, huis tussen bomen met een hert op de voorgrond, herderachtige figuurtjes bij een struik, ook de grond waarop ze staan ontbreekt nooit; een hond of een kat liggend op een kussen. Zie afb. 3: merklap anno 1859 gemaakt door Proontje Nobel, geboren in 1839.

Afb. 3.
Afb. 3.

Vooral op het eind van de 19e eeuw en begin van de 20e eeuw vinden wij schilderijen van stramien met verschillende fel gekleurde wollen garens in kruissteektechniek geborduurd. De achtergrond wordt ook wel geheel met kruissteken bewerkt. De merklappen worden dan als schilderijen aan de wand gehangen. De merklap van 'Oud West-Friesland' sluit geheel aan bij de ontwikkeling en de functie die de merklap thans heeft gekregen.

Techniek

De 17e-eeuwse en vroeg 18e-eeuwse worden meestal in vlecht steek geborduurd. Door de fijnheid van het materiaal ontstonden bijzonder mooie kunstnaaldwerkjes.
De vlechtsteek is een variant op de kruissteek. Zij is heel mooi en zeer de moeite waard om weer toegepast te worden. In de loop van de 18e eeuw raakte zij op de achtergrond en werd er hoofdzakelijk in de kruissteektechniek gewerkt. Deze techniek werd zo goed als in geheel Europa toegepast op de kostuums van de welgestelde burgers en andere bevolkingsgroepen waaronder die van het platteland.

Materiaal

Vanzelfsprekend is het te bewerken materiaal zeer belangrijk. De verschillende soorten lappen zijn van handgeweven linnen, variërend van heel fijne tot grove weefsels. Later zien we een veelluchtiger linnen weefsel, dat het beste is te vergelijken met het tegenwoordige 'kaasdoek', in een zachtblauwe of crême kleur. Er werd ook op mousseline gewerkt, dat veel weg heeft van fijn geweven wollen vlaggendoek.
In de 19e eeuw gaat men veel over op het gebruik van stopgaas, dat een fijn en mooi effect geeft.
In de tweede helft van de 19e eeuw en in de 20e eeuw wordt meer en meer op het gebruik van stramien voor het leren van de eerste beginselen van de handwerkkunst overgegaan. De fijnheid van het werk wordt hier bepaaldelijk niet door verhoogd.

Garens

De garens zijn in de 17e en 18e eeuw van zijde of wol, later van katoen. De plantaardig geverfde garens geven een prachtig kleureneffect en zijn veel beter bestand tegen wassen en verschieten niet zo snel van kleur dan de latere, na ±1850, gebruikte katoenen garens, die ook veel minder zonbestendig zijn.
Bijzonder mooie, genuanceerde, warme tinten geven de zijden garens. De prachtige glans werkt fascinerend.
De wollen plantaardig geverfde garens uit de 18e eeuw hebben mooie pastel- en donkere kleuren, in tegenstelling met veel grovere wollen garens, in felle tinten zoals hardgroen, kanariegeel, zuurstokrose, uit de 2e helft van de 19e eeuw en de 20e eeuw.

Uit dit artikel blijkt wel dat de vrouwen en de meisjes, die, door de eeuwen heen, toch ook hun zorgen voor het gezin en het huishoudelijk werk zonder de moderne hulpmiddelen hadden, gelukkig nog de ambitie hadden om, zelfs bij vaak slechte verlichting, zulk mooi en fijn handwerk te maken.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.