Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » WFON » 1966 » Pagina XXV-XXX

Jaarverslag van de secretaris over 1965

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 33e bundel, pagina XXV-XXX.
Uitgave: Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”, 1966.
Auteur: H. J. Avis.

De voor het maken van een verslag noodzakelijkerwijs opmerkzame terugblik op 1966 laat zien dat dit opnieuw een jaar vol activiteiten is geweest, te danken aan ideeën en werkzaamheden van vele leden. Een aantal van deze zaken passeerde het bestuur reeds en werd inmiddels geheel of ten dele uitgevoerd, zoals - in willekeurige volgorde - het voltooien van de catalogisering van 's genootschaps boekerij, een fraaie tentoonstelling van kunstknipwerken, de organisatie van een kunstknipcursus, de regeling van de fotoprijsvraag, de aanleg van een prentbriefkaartenverzameling, het ontwerpen van een merklap, de reproductie van een oude kaart, de uitgifte van een liederenbundel, de ontwikkeling van plaatselijke bewaking van monumenten. Andere onderwerpen wachten nog op nadere uitwerking, bijvoorbeeld: restauratie van oude meubelen, beoefening van de oude ambachten in het algemeen, het maken van filigrain - U weet wel, sierlijke figuurtjes, gebogen van goud- of zilverdraad.
Voorts hebben de bijeenkomsten van leden plaatsgevonden. Allereerst de streekmiddag in Koog aan de Zaan, waarvoor de belangstelling niet al te groot was. Ruim tachtig personen hebben desondanks wel genoten van de tocht op de Zaan, het molenmuseum, de Zaanse Oudheidkamer, de molen Het Pink en een kijkje op de Zaanse Schans. De Westfriezendag, opnieuw in Hoorn, trok een zeer groot aantal deelnemers, namelijk 330. De tentoonstelling van kunstknipwerk, bijeengebracht uit musea en particuliere bezittingen, was uniek, de bustochten, 's middags in de omgeving gemaakt, zijn wel zeer in de smaak gevallen. Voor de vrij grote groep, welke de dag vol wilde maken waren er het diner, gezellige dansmuziek uit Spierdijk en het optreden van leerlingen en oud-leerlingen van een Amsterdamse balletschool.
De jaarvergadering verkoos de aftredende bestuursleden, behalve de heer J. J. Schilstra, die zich hiervoor, in verband met zijn drukke werkzaamheden, niet meer beschikbaar had gesteld. Hij werd vervangen door mej. C. A. Langedijk, een der oprichtsters van de jeugdgroep. Bij monde van de voorzitter werd de heer Schilstra ter vergadering dank gebracht voor de vele werkzaamheden, welke hij voor het genootschap heeft verricht in negen jaren bestuurslidmaatschap en zijn waardevolle bijdragen tot de bestuursvergaderingen geleverd. De voorzitter noemde onder meer het boekje 'Dit land boven het IJ' en het werk voor registratie van veld- en waternamen, waarvoor de heer Schilstra correspondent blijft. Het afscheid is dus niet volledig en zal hopelijk ook overigens niet het einde zijn van de actieve belangstelling van de heer Schilstra voor het genootschap.
Mej. C. A. Langcedijk werd door het bestuur als lid van de archaeologische werkgroep afgevaardigd, in de plaats van de heer Schilstra. Het bestuur vergaderde in het afgelopen jaar zesmaal ter behandeling van vele en velerlei zaken betreffende 'het in ere houden en beoefenen van alles, wat op het streekeigen en de levensstijl van West-Friesland betrekking heeft'. Leden van het bestuur vertegenwoordigden het genootschap op bijeenkomsten en bij vergaderingen van 'zuster' -verenigingen en evenementen, welke tot de belangensfeer van het genootschap behoren. Hierbij nam het weder ingebruikstellen van de fraai gerestaureerde kerken te Beets en Oosthuizen een vooraanstaande plaats in.
Het behoud van deze en de restauratie van andere monumenten, groót of klein, meer of minder belangrijk momenteel, is zeer waardevol. Het toont bovendien aan dat daar goede belangstelling voor bestaat, dat er heel wat mensen zijn die voor zulke zaken veel zorgen en werk op zich willen nemen. In dit verband dient melding te worden gemaakt van de onlangs begonnen pogingen om te komen tot restauratie van de kerk te Kolhorn.
Vooral nu 'het oude' wel een 'modern verschijnsel' kan worden genoemd zullen er van de wijze waarop het genootschap zich aan het publiek vertoont, meer dan ooit stimulerende en propagandistische krachten kunnen uitgaan. Daarom wordt voortdurend gestreefd naar publiciteit, door middel van de jaarboeken, de uitgaven in de Stolphoevereeks, de bijeenkomsten van leden, de pers en onlangs de radio-uitzending van het volksliederenconcert, waarbij de liederenbundel 'Adelijn, bruin maagdelijn' werd geïntroduceerd. Publicaties in de streekpers hebben ook in het afgelopen verenigingsjaar op goede wijze de aandacht op het werk van het genootschap gevestigd. Daarnaast zijn vele leden uitstekende propagandisten en dit niet alleen vanwege de door hun zorgen voortgezette groei van het ledental tot 1430, waarvan 45 jeugdleden, bij de afsluiting van dit verslag.
Het jaar werd begonnen met 1380 leden, er werden 131 nieuwe ingeschreven en er was een verlies van 81 leden. Door overlijden eindigden helaas de lidmaatschappen van de heer H. Bakker te Midwoud, mevrouw J. Bos-Haars te 's Gravenhage, de heer P. Bos Eijssen te Bergen, mevrouw N. Brander te Hoogkarspel, de heren N. Bijhouder te Hoorn, J. Dalenberg te De Rijp, U. R. Feenstra te Amsterdam, D. Kaan te Slootdorp, K. J. Kaan te Anna-Paulowna, J. C. Kabel te Hoorn, mevrouw N. Kerkmeer-Nieman te Bergen, de heren Prof. dr ir J. Klopper te Zeist, J. Kos te Anna-Paulowna, Tj. Kroon te Hoorn, J. van der Laan te Blokker. J. Lont te Nieuwe Niedorp, mevrouw J. Mossel-Klomp te Heiloo, de heren P. H. Ooms te Scharwoude, W. A. Porte te Beemster, dr ir J. A. Ringers te 's Gravenhage, R. Sasburg te Hoorn, mevrouw M. Roos-Homan te Beemster, de heren J. Spaander te Obdam, De Scheringa te Den Helder, H. Stallinga te Medemblik, C. Wardenaar te Schoorl en A. Wiedijk te Barsingerhorn. In de opsomming herkennen we de namen van hen die zich op een of andere wijze direct verdienstelijk hebben kunnen maken voor het genootschap, maar allen gedenken wij in eerbied en met erkentelijkheid voor het feit dat zij de Westfriese zaak hebben voorgestaan.
Behalve op de bijeenkomsten werd met de leden contact onderhouden door twee mededelingenbladen. Daarin vermelde bijzonderheden, oproepen of uitnodigingen vonden ruime weerklank, gezien de ontvangen reacties. De steeds weer verschijnende rubriek 'vraag en aanbod' toont de waarde aan, onder meer van oudere bundels. Dit moet voor allen een aansporing zijn de jaarboeken zorgvuldig te bewaren, deze bij gelegenheid over te dragen aan belangstellenden, dan wel - en dit geldt vooral voor exemplaren, waarvan geen voorraad meer aanwezig is - ter beschikking te stellen van het genootschap, zodat aan navragen kan worden voldaan. De bundel 1966 onderscheidt zich in de reeks door de opname van het verhaal over Jan Duim. Met het artikel over de Westfriese tuinbouw na 1880 geeft dit een brokje nieuwere geschiedenis van het gewest, waarop nog wel eens zal worden teruggegrepen.
De archaeologische werkgroep, vooral door zijn voorzitter en secretaris actief waar dat maar mogelijk is, heeft succes geboekt door de verwerving van belangrijke gegevens bij opgravingen in Hoogkarspel. Over het waardevolle werk van de groep vindt u ook in deze bundel nadere bijzonderheden.
De met de groei van het ledental gepaard gaande toename van de werkzaamheden, verbonden aan de contributie-inning en de ledenadministratie, heeft geleid tot een besluit van het bestuur deze af te scheiden van het penningmeesterschap en zo mogelijk ook van het secretariaat. Het bestuur heeft zich moeten realiseren dat het genootschap zich voor het verrichten van deze werkzaamheden door een leden-administrateur, onder toezicht van de penningmeester en de secretaris, een financiëel offer zal moeten getroosten. Dit houdt echter tevens in dat niemand meer behoeft te schromen nieuwe leden te winnen en op te geven. Er is, dunkt mij, in zekere zin een kritiek stadium in de geschiedenis van het genootschap ingetreden, voor het overwinnen waarvan de groei van het ledental van wezenlijk belang is, opdat voortzetting van de werkzaamheden op de wijze en het niveau, dat thans bereikt is, verzekerd zij.
Het verslagjaar 1966 is bijna ongemerkt overgegaan in het drieenveertigste verenigingsjaar. Het is, meen ik, opnieuw een jaar geweest dat vele goede werken heeft opgeleverd en waarin de basis werd gelegd voor een onverpoosde voortzetting van de taak, welke het genootschap op zich genomen heeft.

Medemblik, maart 1966

H. J. Avis.

 


Andere jaarverslagen:

'33/'34 | '34/'35 | '38/'39 | '41/'42 | '42/'43 | '43/'44 | '45 | '46 | '47 | '48/'49 | '51 | '53 | '54 | '55 | '56 | '57 | '58 | '59 | '60 | '61 | '62 | '63 | '64 | '65 | '66 | '67 | '68 | '69 | '70 | '71 | '72 | '73 | '74 | '75 | '76 | '77 | '78 | '79 | '80 | '81 | '82 | '83 | '84 | '85 | '86 | '87 | '88 | '89 | '90 | '91 | '92 | '93 | '94 | '95 | '96 | '97 | '98 | '99 | '00 | '01 | '02

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.