Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » WFON » 1962 » Pagina XXXI-XXXII

Over de geschiedschrijver P. Noordeloos

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 29e bundel, pagina XXXI-XXXII.
Uitgave: Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”, 1962.
Auteur: L. J. Rogier.

Dat de heer Noordeloos vóór zijn veertigste jaar niets geschreven zou hebben, kan ik mij niet goed voorstellen, maar de uit zijn eigen pen afkomstige, in 1940 gepubliceerde bibliografie begint anno 1927 met een opstel in het voormalige tijdschrift 'Bijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom Haarlem' over 'Het Sint Elisabethen convent-weeshuis der stede Grootebroek'. Ik nam van dit artikel onmiddellijk na het uitkomen kennis en mag zeggen dat ik van wat sindsdien uit deze vruchtbare pen ter wereld zou komen heel weinig ongelezen gelaten heb. Levendig herinner ik mij, hoe vreemd ik aanvankelijk tegenover de titel van het eerste geschrift stond, maar ook hoe de studie mij boeide. Zij deed mij in de auteur de geboren geschiedvorser herkennen. Reeds deze eerste studie kenmerkte een zeldzame rijpheid. Op de grondslag van een nauwgezet, naar volledigheid strevend bronnenonderzoek, dat geleid werd door degelijke beheersing der zogenaamde hulpwetenschappen, was een bouwsel van hechte constructie neergezet. Sindsdien heb ik de auteur nooit uit het oog verloren. Telkens was ik weer blij verrast, als ik een vrucht van zijn vlot, maar conscientieus gehanteerde pen mocht ter hand nemen. Sedert omstreeks 1937 heeft hij mij dit zeer gemakkelijk gemaakt door mij zijn publicaties steeds ten geschenke te geven.

Ofschoon ik hem uit de elkaar rusteloos opvolgende kerkhistorische artikelen in het genoemde tijdschrift reeds kende als een respectabel vakman, stond ik toch bijna verbijsterd, toen hij een in 1935 door het 'Nuijensfonds' uitgeschreven prijsvraag beantwoordde met een boekwerk van ruim 500 bladzijden over 'De restitutie der kerken in den Franschen tijd'. Deze met de uitgeloofde prijs onderscheiden studie bleek de verwerking van een archiefonderzoek, dat de – door zijn ambtswerk reeds zeer druk bezette – auteur rusteloos van archief naar archief had doen trekken. Waarlijk duizenden uren heeft hij, vooral op het Algemeen Rijksarchief te Den Haag, gewijd aan het copiëren en resumeren van vaak zeer langademige stukken en vervolgens heeft hij de scherpzinnigheid van een zeer helder brein en de grondigheid van een algemene historiekennis doen samenwerken ter verkrijging van een weloverwogen beeld in een hechte compositie. Ik kan in alle eerlijkheid getuigen van Noordeloos' stugge toewijding aan deze soort arbeid geen weerga te kennen. De verschijning van dit omvangrijke standaardwerk, dat een leemte in de vaderlandse geschiedschrijving zo afdoende aanvulde, werd de aanleiding tot Noordeloos' benoeming tot lid van de vereniging, die tegenwoordig 'Thijmgenootschap' heet. In of kort na 1937 toegetreden, is hij een van de trouwste leden geworden en tot vandaag toe gebleven. Zeldzaam zijn de vergaderingen van de Letterkundige Afdeling, waarop hij ontbrak. Enkele malen vervulde hij in deze afdeling een spreekbeurt, bijna steeds over het leven van Sint Antonius de Grote, het thema bij uitstek van zijn deskundigheid, het hartstochtelijk nagejaagd doelwit van een levenslang vorsen, dat hem van archief naar archief, naar kerken en kloosters, van het ene land naar het andere dreef. Bijna heel Europa heeft hij aldus, al vorsend, doorkruist én op ruim zeventigjarige leeftijd ondernam hij tot dit ene doel nog een reis naar Egypte. Zo doende, verwierf hij van dit onderwerp een kennis, waarvan breedte noch diepte door iemand ter wereld buiten hem bereikt kunnen zijn.

Het nagaan van de in dit geschrift opgenomen bibliografie kan de betuiging staven van mijn diep respect voor een geschiedkundig oeuvre van bijna verbijsterende veelzijdigheid, waarvan toch geen onderdeel oppervlakkig of ondoordacht mag heten. Aan deze eerbied voor een man, die zo grote gaven achter hartelijke eenvoud doet schuilgaan, met enige warmte uiting te geven, is een oud vriend van veel goede jaren een behoefte.

L. J. Rogier.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.