Archivering » WFON » 1961 » Pagina XXIII-XXIV
Kanttekeningen bij het verzamelen van veld- en waternamen
Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 27e bundel, pagina XXIII-XXIV.
Uitgave: Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1961.
Auteur: J. A. Bakker.
Op 1 maart 1960 werd door mij begonnen met het werk om, gewapend met de oude kaarten van de N.A.K. (keuringsdienst voor
aardappelen), de in kaart gebrachtte stukken en stukjes land van West-Friesland, indien mogelijk, te voorzien van de nog
levende oude namen.
Mijn eerste gemeente was Hoogwoud. Daar immers is de voorzitter van het Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland'
burgemeester. Burgemeester Breebaart had al eens jaren geleden zijn gemeenteleden een gestencild rondschrijven gezonden met
het verzoek aan de gebruikers de nog levende namen van hun landerijen op te geven. Het was bitter weinig wat er uit de bus
kwam. Slechts enkele namen en bovendien waar liggen de stukken land waarvan de namen nu bekend zijn! Dat rondschrijvingen of
verzoeken weinig uithaalden had ook de Afdeling Naamkunde van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen te
Amsterdam herhaaldelijk ervaren. Direct contact en meteen registreren: dit leek mij de oplossing.
In Hoogwoud ging ik als volgt te werk. In samenwerking met de hoofdambtenaar van de secretarie tekenden wij bij de aangewezen
boerderijen - de gemeente Hoogwoud telt vele veehouders - het huisnummer aan. Ik kreeg een huisnummerlijst en daarop werd
aangetekend welke personen ik had bezocht en wie namen had en wie niet. We hadden een 500 stencils gemaakt van een
vragenlijst, welke ik bij de adressen invulde. Deze methode was wel secuur maar zeer tijdrovend. Niet alleen voor mijzelf
maar meer nog voor de mensen. Als de heer des huizes niet thuis was liet ik een vragenlijst achter, die ik de volgende dag
weer ophaalde. Maar .... òf er was niet aan gedacht òf de lijst was zoek geraakt! In de gemeente Opmeer heb ik
deze werkwijze ook nog gevolgd maar daarna ben ik er van af gestapt. De huidige methode is sneller en effectiever.
Geheel oud West-Friesland is nog niet in kaart doch wel alle gemeenten tussen Hoorn-Medemblik-Enkhuizen en tussen
Hoogwoud-Hoorn en Ursem-Hoorn. Deze streek omvat 37 dorpen en 3 steden.
Welke gemeente aan de beurt is wordt door mij opgegeven aan Burgemeester Breebaart. Deze schrijft het gemeentebestuur aan.
Dan vervoeg ik mij bij de secretaris en meestal kan ik zelf de Burgemeester onze bedoeling uitleggen. Bijna allen waren zo
niet enthousiast dan toch graag bereid alle medewerking te verlenen. Hierna verzocht ik om de adressen van oude, ter plaatse
geboren, ingezetenen, die zelf land bezaten of vroeger land bewerkten. Met deze adressen trok ik 'de boer' op.
Vroeger had ik bij het eerste contact de kaart nog niet bij me, maar alleen de vragenlijst en moest ik later terugkomen om,
als er bijzondere namen waren, op de kaart te laten aanwijzen waar deze stukken land lagen. Nu leg ik direct de kaart op
tafel zonder formulieren en beginnen we zonder meer met de kaart te bekijken.
Van de afdeling Naamkunde van de Koninklijke Academie van Wetenschappen te Amsterdam had ik vernomen dat ik mij wel vooral
tot de oudste ingezetenen zou moeten wenden, doch de ervaring heeft mij anders geleerd. Ik heb oude tuinders en boeren
gesproken van boven de 80 jaar en 3 zelfs boven de 90 jaar. Het resultaat was zeer gering. Deze mensen waren allen nog goed
'bij de tijd', maar ze waren te lang uit hun bedrijf om zich de oude namen nog goed te kunnen herinneren. Daarbij komt nog
dat zij geen kaart kunnen lezen.
De beste bronnen zijn de landgebruikers of de eigenaars, die rond de 60 of 70 jaar zijn. Meestal staan zij nog in het volle
leven en kennen hun omgeving op hun duim. Het meest echter hebben wij te danken aan de controleurs van de keuringsdienst
voor aardappelen (N.A.K.). Deze komen dikwijls op het land en horen van de gebruikers de namen, die zij geven aan het
perceel, dat gekeurd moet worden. Wegens de aardappelmoeheid moet de bebouwde grond worden gevariëerd en zodoende leren
zij heel wat namen kennen.
Het valt op hoe verschillend de medewerking van de bewoners in diverse gemeenten is. Vaak ontmoet je direct alle medewerking,
maar het kan ook gebeuren dat de deur al dicht slaat voordat je één woord hebt gezegd! 'Aan de deur koop ik
niet', of 'Ik heb alle verzekeringen al'. Anderen vertrouwen het zaakje niet en dan probeer je maar bij een oudere inwoner
in de buurt de namen te ontfutselen! Eén zag mij zelfs aan voor een spion en vroeg of ik mij kon legitimeren!
Van de 37 dorpen en 3 steden heb ik nu ruim 4000 namen in kaart kunnen brengen. Ik ben van dit werk gaan houden en hoop de
kans te krijgen geheel West-Friesland en liefst geheel Nederland te bewerken, om zo de oude namen te behouden voor het
nageslacht.
J. A. Bakker.