Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » WFON » 1949 » Pagina 31-35

Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”

Verslag over het jaar 1946

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 19e bundel, pagina 31-35.
Uitgave: Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”, 1949.
Auteur: Th. P. H. Wortel.

Bracht het jaar 1945 met de uiteindelijke herkrijging van onze vrijheid voor ons Genootschap een periode van herademing en bezinning, het jaar 1946 gaf tijd en gelegenheid tot het weder opnemen van veel onderbroken werkzaamheden en schiep mogelijkheden tot hernieuwd aanvatten van verschillende plannen, die noodgedwongen waren blijven liggen.
Maar alvorens U daarvan een overzicht te geven eerst enkele gebruikelijke mededelingen.
Het ledental, dat einde 1945 de 900 bereikte, steeg einde 1946 tot welgeteld 977 . Van de nieuw-geworven leden danken we er een belangrijk aantal aan enkele ijverige propagandisten, die we hier wel even eervol mogen vermelden: K. Zeeman, Noord-Scharwoude, Mevr. Geerlings-van der Voort, Oudesluis en Jan Buisman, Schagen; zij volgden met goed succes het voorbeeld van onze Voorzitter.

Van de leden, die wij door de dood verloren, noem ik — voorzover hun namen tot ons kwamen: J. Boon, Kolonel b.d., Den Haag, Mevr. H. Elrich-de Wit, Haarlem, D. Feller, Hoorn, Mevr. D. Koeman-Groot, Blokker, C. Kramer Glijnis, Dijkgraaf van de Schermer, te Stompetoren, P. Lub Johzn., Rotterdam, L. Metzelaar, Anna Paulowna, Mevr. Wed. P. Trapman, Bergen en L. Ypma, Huizen.

Voor ons Genootschap betekende het overlijden van Mevr. C. Kerkmeyer-de Regt een groot verlies. De laatste jaargangen van onze „Bundel” hebben hun goede reputatie voor geen gering deel te danken aan haar veelzijdige kennis en bezonken oordeel.

Uit de nalatenschap van ons in 1945 overleden lid A. Merens werd door bemiddeling van Mr. Merens, te Haarlem, aan het Genootschap geschonken een bundel correspondentie betr. de opleiding van de beeldhouwster Jant Smit.

Onze volijverige penningmeesteresse, Mej. C. Ruyterman, die op doktersadvies haar werkzaamheden moest beperken, zag zich dientengevolge genoodzaakt het beheer van onze penningen in andere handen over te dragen. De heer R. Sasburg in de jaarvergadering tot bestuurslid verkozen, nam deze niet weinig-omvattende taak nog voor het einde des jaars op zich. Wie weet wat er aan dit baantje vastzit, zal hem niet benijden.

Door deze functie-overdracht met alle ap- en dependenties konden sommige affaires, zoals de contributie-inning, niet zo vlot worden afgewikkeld als we dat gewend zijn. In 1947 zal inmiddels dit alles zeker weer in normale banen komen, daar kunnen we gerust op zijn. Het bestuur mocht er in slagen Mej. Ruyterman in zijn midden te behouden en zij blijft niet alleen tweede penningmeesteresse, maar in alle genoodschapszaken achter de groene tafel haar woordje meespreken.

Een andere dame uit het bestuur deed van zich spreken: Mevr. Buishand-Molen kwam op uitnodiging van de A.V.R.O. voor de microfoon en vergastte ons op een paar Westfriese voordrachten.

De 21ste Westfriezendag in Enkhuizen gehouden, met medewerking van de Ver. „Oud Enkhuizen” bracht ons een prettige dag en prachtig weer, vooral gewaardeerd tijdens de boottocht, die ditmaal voerde langs de kust van Enkhuizen tot Medemblik en ons het IJsselmeer toonde onder een fiksche bries en ons vanaf het water een blik schonk op de Ooster- en Medemblikkerkoggen en de Wieringermeer.

Nog juist in December zag ons 18de jaarboek het licht en het kon dit licht ten volle velen. De redactie verdient lof voor haar streven het peil zo hoog mogelijk op te voeren. Met dit jaarboek immers treedt het Genootschap naar buiten op; het wordt verspreid over alle belangrijke bibliotheken in Nederland en komt zelfs over de grenzen in veler handen. Het is zoveel als het visitekaartje van ons Genootschap en moet er dus keurig en goed verzorgd uitzien en qua inhoud een goede en gedegen indruk maken. Het is daarom niet nodig, dat het indertijd door Dr. Van Balen Blanken gegeven motto: „Elck wat wils” wordt verwaarloosd. Het mag ernst en jok brengen, maar aan de eis, dat zowel het een als het ander op hoog peil moet staan, mag niet worden getornd.

Een ernstige moeilijkheid, die aan Uw bestuur veel hoofdbrekens kost, vormt de grote stijging der druk- en papierkosten. Ons jaarboek, zoals het nu is verschenen, moet voor niet-leden reeds ƒ 4.50 kosten. Het is voor eenieder begrijpelijk, dat de tijd, waarin aan alle leden op grond van de door hen betaalde jaarlijksche contributie van ƒ 2.50, de hundel gratis kon worden verstrekt, voorbij is. Het bestuur wilde desalniettemin niet overgaan tot contributieverhoging, maar zal de oplossing zoeken in een zo matig-mogelijke toeslag voor die leden, die prijs zullen blijven stellen op hun „bundel” en het bestuur vertrouwt, dat dit welhaast alle leden zullen zijn, al blijft eenieder dan voortaan vrij in de beslissing of hij het jaarboek al dan niet wenst te ontvangen.

Een andere uitgave, waarbij ons Genootschap nauw is betrokken, aanschouwde dit jaar 1946 in Februari het levenslicht: het periodiek „De Speelwagen”, als orgaan van alle samenwerkende vereenigingen op oudheidkundig gebied in Noord-Holland boven 't IJ. Reeds na een maand telde dit blad 1100 abonnées, na vier maanden 3000, een aantal, dat alle verwachtingen overtrof. De eerste spoedig uitverkochte nummers moesten herhaald worden herdrukt. De voor een jaar berekende papiervoorraad was in Juni al uitgeput. Maar er werd raad geschaft en „De Speelwagen” hield de gang erin en volbracht zonder ongelukken zijn eerste reis door ons mooie gewest. Het enthousiasme, dat zijn verschijning wekte gaf onder meer aanleiding tot het organiseren van twee welgeslaagde weekeinden aan de Volkshoogeschool te Bergen, waarin over allerlei zaken, van belang voor streek en dorp, werd gesproken en van gedachten gewisseld. In Barsingerhorn bracht de voordrachtkunstenaar Siem Bosma een „Speelwagen-avond” met medewerking van de zangeres Maartje Kliffen en de musicus Herman Zaal. Uit dit alles is in ieder geval gebleken, dat er ten plattelande een groeiende behoefte bestaat aan ontspanning van edeler gehalte. Daarom kan er niet genoeg gedaan worden — en ook voor ons Genootschap ligt hier een mooie taak — ter bevordering van een gezond cultureel leven in onze dorpen, waarin de eigenaard, het typische en het karakteristieke zich veredelend en verheffend moeten weerspiegelen. Ik haal hier aan, wat ik zelf in „De Speelwagen” schreef naar aanleiding van wat ik las en hoorde van wat er op dit gebied leeft en streeft in onze noordelijke en oostelijke provinciën: „Het behoeft wel geen betoog, dat onze nationale, Nederlandsche cultuur een utopie wordt als ze niet kan steunen op levende, bloeiende gewestelijke culturen, die als zovele bronnen zijn, waaruit ons volk die krachten put, welke zijn typisch karakter als geheel bepalen. Verdrogen die bronnen dan vervlakt en verarmt onze cultuur en gaat onze eigenaard verloren.”

Een mensch leeft niet van brood alleen. Het is noodig, dat wij en allen weer worden bezield door een gezonde liefde voor onze streek, onze stad, ons dorp, ons huis en erf.
Daaruit groeit ook belangstelling voor het historisch-gegroeide. Men krijgt zo ook hart en oog voor het mooie in eigen omgeving en leert medeijveren tot behoud daarvan.
Ons Genootschap tracht hierin steeds voor te gaan en op te wekken. Haar belangstelling uit zich op dit punt allereerst in het werk, verricht door onze Commissie voor Landelijk Schoon, waarvan U het verslag zo aanstonds zult horen.

In ruimer verband werkt de hier al meermalen genoemde Commissie voor Landschapsschoon in Hollands Noorderkwartier, opgericht dank zy een door onze Voorzitter op de 16de te Koog aan de Zaan gehouden Westfriezendag. Deze Commissie, waarin naast leden van Uw bestuur vertegenwoordigers zitten van onze zusterorganisaties benevens zeer bekwame deskundigen, vond reeds contact met vele besturen van polders en waterschappen, van provincie en gemeenten. Zij waakt en werkt voor behoud en herstel van het schone in natuur en landschap.

Ter bevordering van goede beplantingen langs wegen en op erven organiseerde zij in samenwerking met de Heidemaatschappij z.g. snoeilessen te Hoorn en Alkmaar, waaraan door zeer velen werd deelgenomen, die in theorie en praktijk van het juiste snoeien werden onderricht. Door onoordeelkundig snoeien wordt veel geboomte verminkt zeer tot schade niet alleen van het landschapsschoon, maar ook van de nuttige houtopbrengst.

Zooals U wellicht weet, steunt ons genootschap het werken en streven van een commissie tot restauratie van de Ned. Herv. Kerk, de St. Ursula, te Warmenhuizen. Het was ons medelid, de Heer J. L. Lutjeharms uit Schagen, die hier als promotor optrad. De Commissie, waarin bestuur en leden van Oud West-Friesland rijkelijk zijn vertegenwoordigd, werd omgezet in een Stichting. Reeds zijn de plannen tot herstel in volle voorbereiding; de leiding van de restauratie is gelegd in handen van de bekende architect Jan de Meijer. Een propaganda-avond, gewijd aan deze Kerk, trok te Warmenhuizen groote belangstelling en getuigde van het medeleven der gehele bevolking.

Van onze interesse voor de monumenten van geschiedenis en kunst, zowel in het kleine als in het grote, getuigt mede de herleefde werkzaamheid van ons comité voor de oudheden-enquête, waarvan de leiding der praktische werkzaamheden in handen is gelegd van onze leden N. J. Groot en J. L. Lutjeharms.
Er is nog zoveel ten plattelande, dat niet voorkomt op de z.g. voorlopige monumentenlijst en dat toch onze aandacht ten volle waard is. De gegevens, die dank zij veler medewerking gedurende de laatste oorlogsjaren bijeengegaard konden worden, zijn in afschrift reeds gezonden aan het Rijksbureau voor de Monumentenzorg, dat er zeer veel prijs op bleek te stellen.
De bemoeienissen vim dit Comité strekken zich ook uit tot de landelijke woningbouw, w.o. mede valt het landarbeidershuis, waarvan hier en daar nog zulke aardige specimina zijn te vinden. Het is de bedoeling om over geheel West-Friesland een net van correspondentschappen te spannen om zo te komen tot een zo volledig mogelijke registratie van allerlei mooie oude en merkwaardige dingen. Het is tevens de bedoeling, dat de correspondenten onmiddellijk alarm zullen slaan als er iets moois in hun omgeving zou worden bedreigd met ondergang of verminking.

Mej. Blokker vestigde in het bestuur de aandacht op het uitstervend ras der kappennaaisters. Dit vroeger zoo veelvuldig en zeer kunstzinnig beoefend handwerk telt nog maar een heel enkele beoefenaarster. Zou het niet mogelijk zijn, om door een van die nog levende bejaarde dames haar kunst te laten ieren aan enkele jonge Westfriezinnen, opdat aldus de kunst van het kappenmaken en het behandelen van de kap behouden zal blijven? Het bestuur meende van wel en verklaarde zich spontaan bereid om alle daartoe aan te wenden pogingen te steunen, opdat aldus de Westfriese kap in ere kan blijven en — waar dat pas geeft — zich in al haar luister kan blijven vertonen.

Niet alleen dat wat òp, maar ook dat wat verborgen ìn de Westfriesche bodem verblijft, heeft de aandacht van het bestuur.
Men zal in onze bundel hebben gelezen wat de opgravingen te Wervershoof aan het licht hebben gebracht en wat daaruit valt te leren. Voor de voortzetting van dit werk onder de beproefde leiding van Prof. van Giffen, Directeur van het Biologisch-Archaeologisch Instituut te Groningen, werd wederom een subsidie toegekend van voorlopig ƒ 500.- voor 1946. Het zal echter wel 1947 worden eer weer een spade in de grond kan worden gestoken.

Ons bestuurslid, de Heer P. Noordeloos, zette zijn voorbereiding van een uitgebreide geschiedenis van West-Friesland onverdroten voort. Voor de hoofdstukken Praehistorie en Bodem en Bodemcultuur werd van zeer bevoegde zijde reeds medewerking toegezegd. Het is de bedoeling, dat het een jubileum-uitgave zal worden naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van het Genootschap, dat we in 1949 hopen te vieren.

Th. P. H. Wortel

 


Andere jaarverslagen:

'33/'34 | '34/'35 | '38/'39 | '41/'42 | '42/'43 | '43/'44 | '45 | '46 | '47 | '48/'49 | '51 | '53 | '54 | '55 | '56 | '57 | '58 | '59 | '60 | '61 | '62 | '63 | '64 | '65 | '66 | '67 | '68 | '69 | '70 | '71 | '72 | '73 | '74 | '75 | '76 | '77 | '78 | '79 | '80 | '81 | '82 | '83 | '84 | '85 | '86 | '87 | '88 | '89 | '90 | '91 | '92 | '93 | '94 | '95 | '96 | '97 | '98 | '99 | '00 | '01 | '02

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.