Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » WFON » 1946 » Pagina 33-38

Jaarverslagen van het Historisch Genootschap „Oud West-Friesland” Verslag 1943-1944

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 18e bundel, pagina 33-38.
Uitgave: Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”, 1946.

Kon op onze vorige algemeene vergadering worden medegedeeld, dat het ledental 596 bedroeg, thans bedraagt dit 711, plus nog 11 beschermers maakt een totaal van 722.

Onze leden zijn trouw, want het is opvallend hoe weinig wij er verliezen door bedanken. Vooral in deze moeilijke jaren, nu het Genootschap noodgedwongen niet alles kan geven wat het geven wil, verdient dit simpele feit wel even de bijzondere aandacht en extra waardeering. Hier spreekt een mooie Westfriesche karaktertrek: vasthouden aan datgene waarvan men de overtuiging heeft, dat het goed is.

Door overlijden verloren wij zeven onzer leden: Mejuffrouw N. de Boer, te Alkmaar, en de heeren: H. Jb. Avis, oud-burgemeester van Midwoud, N. Raap, Anna Paulowna en uit diezelfde gemeente C. Wijdenes Spaans, den oud-dijkgraaf van het Hoogheemraadschap Noord-Hollands Noorderkwartier, J. Koelemey, van Binnenwijzend, die voor onzen bundel interessante artikelen heeft geschreven, Volkert Kay, van Hauwert; vanaf de oprichting lid van ons Genootschap, trouw bezoeker van onze vergaderingen, waar hij zich vaak liet hooren, en tenslotte Jacob Portegijs, van Nibbixwoud, vanaf de oprichting lid van het bestuur, met hart en ziel Oud West-Friesland toegedaan, een gelijkmoedig en blijmoedig man, dien we noode missen.

Met tevredenheid kunnen we terugzien op den 18den Westfriezendag te Purmerend gehouden. Er was weer — ondanks alle verkeers- en andere moeilijkheden — een groote opkomst, een goede stemming en er werden vruchtbare besprekingen gevoerd. Nog in dezelfde maand Augustus had een excursie plaats naar Heemskerk en Beverwijk, waar wij de welkome gasten waren van het Genootschap „Midden-Kennemerland”. Wij bezochten verschillende historische plekken en zagen vele mooie oude dingen. Tevens droeg deze dag er toe bij om den band tusschen beide zustervereenigingen en tusschen de leden onderling te verstevigen.

Reeds in ons vorig jaarverslag kon melding worden gemaakt van de vorming van een Commissie voor Landschapsschoon in Hollands Noorderkwartier, te danken aan het initiatief van onzen voorzitter, genomen op den Westfriezendag te Koog aan de Zaan. Veel werk is door deze commissie inmiddels reeds verricht en door eenige publicaties in de bladen heeft men daarvan diverse malen kennis kunnen nemen. Te gelegener tijd en plaats zal de commissie over haar werkzaamheden een verslag publiceeren. Hier moet worden volstaan met de vermelding, dat de commissie velerlei nuttig contact tot stand heeft kunnen brengen en reeds meermalen aan officieele lichamen deskundig advies heeft mogen verstrekken.

Bezitten wij in deze commissie een orgaan, waardoor wij in samenwerking met diverse andere instanties en organisaties invloed kunnen uitoefenen over geheel Noord-Holland boven 't IJ, wij blijven in onze commissie voor Landelijk Schoon, binnen het kader van ons Genootschap en binnen den Westfrieschen omloopdijk, een werkgroep bezitten, die allesbehalve haar tijd verbeuzelt. Sedert de vorige algemeene vergadering, waarop de heer W. H. Wessel, gemeente-architect van Hoorn, tot lid verkozen werd, is deze commissie samengesteld als volgt: J. C. Kerkmeijer, voorzitter, G. Nobel, vice-voorzitter, H. Galis, secretaris, D. Saal, 2de secretaris en W. H. Wessel, penningmeester. Ook van deze commissie zal u te zijner tijd een verslag onder oogen worden gebracht. Wij verklappen hier slechts, dat zij in het afgeloopen jaar bemoeiing had met o.a. de volgende restauraties of restauratieplannen: gevelsteenen van de Garegoedsboogaard aan den Hoornschen weg en de boerderij van Van der Zelm, onder Zwaag, de kerk te Oosterblokker, het inwendige van de kerk te Sijbekarspel, de afsluiting van het terrein rondom de kerk van Opperdoes en de boerderij te Blokker nr. 127.

De strijd voor het behoud van het mooie en eigene, dat ons gewest biedt, eischte ook overigens van uw bestuur voortdurend aandacht.
Toen een onzer leden wees op het verval van den meelmolen te St. Pancras, is onzerzijds contact gezocht met den eigenaar. Deze, hoewel zeer aan den molen gehecht, bleek van meening, dat hij wegens zijn desolaten toestand alleen nog maar waard was gesloopt te worden. Daar er thans een algeheel sloopverbod voor molens geldt, is dit natuurlijk niet mogelijk. Om het belang, dat de molen voor het dorpsbeeld ter plaatse heeft, hopen wij, dat men toch nog zal overgaan tot herstel. Dit lijkt ons ook een eereplicht voor het grootbedrijf, dat er zijn oorsprong nam.

Wijlen Jacob Portegijs vestigde vorig jaar onze aandacht op een ander vervallen geval: het voormalige kerkje te Zijdewind. Dit is wel geen bouwwerk van opvallende architectonische schoonheid, maar om zijn oudheidkundige waarde — het dateert van 1652 — wegens zijn aardige ligging en terwille van het eerbiedwaardig doel, dat het eens diende, leek het ons toch van voldoende belang om tenminste te trachten er een betere bestemming voor te vinden dan die welke men er nu aan heeft gegeven door het gebouw te misbruiken als stal. De burgemeester van O. Niedorp was ons ter wille door met den eigenaar te gaan praten. Deze laatste bleek wel bereid het geval te verkoopen, maar vroeg een zoo hoogen prijs, dat van verder onderhandelen moest worden afgezien.

De burgemeester van Hensbroek vroeg onze belangstelling voor een tegelschouw in een zeer vervallen huis in die gemeente. Deze aangelegenheid, die nog niet is afgedaan, bewees weer eens ten overvloede de noodzakelijkheid van een inventarisatie van de vele zaken van oudheidkundige waarde, die hier en daar en overal ten plattelande nog zijn te vinden.

Zoo kwam uw bestuur ertoe een circulaire op te stellen, waarin het de leden van het genootschap opwekt mede te werken aan een enquête betreffende dergelijke oudheden in Westfriesland. Dit rondschrijven is niet zonder resultaat gebleven. Wij ontvingen van zeer veel zijden waardevolle inlichtingen en aanwijzingen, maar wat nog meer waard is: er gaven zich verschillende leden op, die zich bereid verklaarden een systematisch onderzoek in hun geheele omgeving in te stellen. Voor den goeden gang van zaken zijn nu in onderling overleg twee belangrijke maatregelen getroffen:
  1. Begonnen zal worden met een onderzoek aan de hand van de z.g. voorloopige lijst, uitgegeven door het Rijksbureau voor de Monumentenzorg. Nagegaan zal worden of het daar beschrevene nog aanwezig is. Aanvullingen en verdere onderzoekingen zunen geleidelijk vo1gen.
  2 Het te bewerken gebied werd, na overleg met de Zaansche oudheidkundige vereeniging en met het Genootschap „Midden-Kennemerland”, naar het Zuiden toe beperkt tot en met de dorpen: Heiloo, Akersloot, Oost-Knollendam, Beemster, Kwadijk en Middelie. Wij hebben reeds den steun van een groote schare serieuze medewerk(st)ers, die welhaast het geheele gebied bestrijken. Van de resultaten van dit uitgebreide en omvangrijke werk hopen wij binnen afzienbaren tijd nadere mededeelingen te kunnen doen. Ook naar de vroegere en vroegste geschiedenis van ons gewest blijft de belangstelling van ons Genootschap uitgaan. Aan Prof. van Giffen werd dezerzijds wederom medewerking toegezegd om binnenkort het onderzoek van de grafheuvels onder Wervershoof voort te zetten.

Het Rijksbureau voor de Monumentenzorg vroeg de bemiddeling van ons Genootschap ter voorbereiding van een opgraving ter plaatse van de voormalige Abdijkerk te Egmond-Binnen. Het gaat hier niet alleen om het blootleggen van de fundamenten van dit Romaansch bouwwerk, maar men heeft goede aanwijzingen, dat hier ook bodemsporen gevonden zullen worden van nog oudere beschavingsperioden. Een deel van het terrein, waar het om gaat, vormt een hoek van het kerkhof achter het tegenwoordige Hervormde Kerkje.

Een reeks belangrijke artikelen, door onzen archivaris, den heer D. Brouwer, gedurende jaren gepubliceerd in de Enkhuizer Courant, zal op initiatief van de „West-Frieze-Styk” in boekvorm gaan verschijnen. Op verzoek van deze laatste hebben wij in een circulaire onze leden opgewekt op deze uitgave in te schrijven. Op een verzoek van de „West-Frieze-Styk” om op dezelfde wijze de leden van het Genootschap gelegenheid te geven om zich tegen gereduceerden prijs te doen inschrijven als abonné op het door de Styk uitgegeven maandblad „De Westfries” is uw bestuur niet ingegaan.

Het is verheugend in dit jaarverslag te mogen constateeren, dat het ten langeleste is gelukt de benoodigde vergunningen te verwerven waardoor het weder verschijnen van onzen bundel gewaarborgd is. Zij zal de gebruikelijke officieele mededeelingen bevatten en voorts uitsluitend artikelen van meer wetenschappelijken aard. Voor het z.g. meer populaire gedeelte, dat gezien het devies „Elck wat wils” van wijlen Dr. van Balen Blanken toch eigenlijk niet ontbreken mag, zal hopelijk in een volgende uitgave weer plaats kunnen worden ingeruimd.

Op 6 Augustus van dit jaar is het 20 jaar geleden, dat het Genootschap officieel werd opgericht. Juist bij het overlijden van onze leden Volkert Kay en Jacob Portegijs hebben wij weer eens teruggedacht aan die eerste jaren van ons Genootschap. Dank zij het toen verrichte pionierswerk hebben wij thans iets bereikt, dat ons een stevige steun is bij ons verder streven. Ons Genootschap heeft zijn plaats veroverd, het is sterker geworden. Een wijd arbeidsveld ligt voor ons open, maar er zijn thans vele werkers, die gevoelen, dat zij tezamen iets moois en iets goeds tot stand kunnen brengen. Moge ook ons daarbij bezielen, wat 20 jaar geleden hen bezielde, die toen ons genootschap hebben opgericht: een sterke en gezonde liefde voor ons mooie West-Friesland.

Verslag over het tijdvak 1 Juli tot en met 31 Dec. 1944

In zijn eerste bijeenkomst na de bevrijding, gehouden te Hoorn op 23 Mei 1945, besloot Uw bestuur, dat de jaarverslagen niet meer, zooals totnogtoe geschiedde, zullen loop en van 1 Juli tot 1 Juli, maar van 1 Januari tot 1 Januari, dus telkens gelijk met het kalenderjaar.

Het verslag, dat ik u hier thans breng, loopt dus over de tweede helft van 1944: een half jaar waarin ontzettend veel en veel ontzettends gebeurd is en dat daardoor voor ons Genootschap weinig vruchtbaar kon zijn, zoodat uw secretaris uiteraard uit die donkere periode zeer weinig heeft te vermelden.

Het bestuur kwam nog bijeen op 2 September 1944, op welke vergadering .het nieuwe bestuurslid, de heer P. Noordeloos werd welkom geheeten. Van de toen ter sprake gebrachte onderwerpen noem ik: de spelling van het Westfriesch, uitbreiding van het bestuur, restauratie „Zwaansvliet”, gebonden uitgave van den bundel, de wijze van uitgave van den bundel, onze oudheden-enquête, landschapbescherming en uitgave van een uitgebreide geschiedenis van West-Friesland.

Na deze bijeenkomst was het niet meer mogelijk elkaar te ontmoeten. Wel werd er nog correspondentie gevoerd en uw voorzitter en secretaris konden elkander nog vrij regelmatig bereiken, doch behalve het bespreken van enkele loopende zaken en het smeden van eenige plannen, kon er niet veel gebeuren.

Toch bleef ons Genootschap groeien. Bedroeg het aantal leden op 1 Juli: 722, aan het einde des jaars was dit gestegen tot rond 750. (Op 't oogenblik is het getal 800 reeds bereikt!) Voorzoover hierover bericht tot ons doordrong weten wij, dat we door overlijden de volgende leden verloren: Dr. P. A. van der Hoeven, Apeldoorn, sinds jaren beschermer van ons Genootschap, R. Bieren, Amsterdam, Mejuffrouw N. de Boer en P. Visser, Alkmaar. Op bijzondere wijze en met bijzonderen eerbied gedenken wij Dokter S. Wytema, Westwoud, en Dick Jupijn, Alkmaar, die beiden vielen als slachtoffer van hun vaderlandsliefde.

De algemeene vergadering te Alkmaar, op 2 Augustus, mocht zich in groote belangstelling verheugen. De namiddagbijeenkomst in het gerestaureerde koor van de Groote Kerk, welke door orgelspel, declamatie en zang werd opgeluisterd, bracht een waardig besluit van dezen, onder zoo allermoeilijkste omstandigheden gehouden Westfriezendag.
Over het jaar 1945 mag ik in dit verslag niets melden. Geconstateerd kan echter worden, dat na de duisternis het licht is weergekeerd en dat ook voor ons Genootschap een weidsch en lichtend perspectief zich opnieuw ging opendoen. Moge op den volgenden Westfriezendag het verslag over 1945 kunnen getuigen, dat dit jaar voor ons Genootschap rijpe vruchten heeft afgeworpen.

 


Andere jaarverslagen:

'33/'34 | '34/'35 | '38/'39 | '41/'42 | '42/'43 | '43/'44 | '45 | '46 | '47 | '48/'49 | '51 | '53 | '54 | '55 | '56 | '57 | '58 | '59 | '60 | '61 | '62 | '63 | '64 | '65 | '66 | '67 | '68 | '69 | '70 | '71 | '72 | '73 | '74 | '75 | '76 | '77 | '78 | '79 | '80 | '81 | '82 | '83 | '84 | '85 | '86 | '87 | '88 | '89 | '90 | '91 | '92 | '93 | '94 | '95 | '96 | '97 | '98 | '99 | '00 | '01 | '02

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.