Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » WFON » 1944 » Pagina 27-29

Verslag over het Vereenigingsjaar 1942-1943

Eerder verschenen in West-Friesland's Oud en Nieuw, 17e bundel, pagina 27-29.
Uitgave: Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”, 1944.
Auteur: Th. P. H. Wortel.

Ons Genootschap zag in het afgeloopen jaar het getal van zijn beschermers stijgen van 10 op 11 en dat van zijn leden van 534 op 596. Onze gelederen werden dus wederom aanzienlijk versterkt en het zesde honderdtal werd in totaal reeds overschreden.

Naar ons ter oore kwam verloren wij door overlijden zes leden, t.w. de heeren M. Eecen, Alkmaar; Jb. Kaan Kz., Bergen; G. H. Lückens, Hoorn; H. van Ree, oud-ho d. s. te Aartswoud, H. R. Schottee de Vries, Hoorn en J. C. Vis, Zaandijk.
Mogen zij in vrede rusten.

Het bestuur bleef ongewijzigd. Het kwam zes maal bijeen.
De 17de Westfriezendag te Koog aan de Zaan trok wederom een overweldigende belangstelling. Prettig was de kennismaking met de Zaankanters en het deed goed te zien hoeveel daar door kundige liefhebbers van geschiedenis en oudheidkunde tot stand werd gebracht. De prachtige verzamelingen, welke wij mochten bewonderen, bewezen hoezeer men daar oog en hart heeft voor het rijk verleden van deze merkwaardige streek.

Als een der belangrijkste feiten uit het afgeloopen vereenigingsjaar moet genoemd worden de vorming van een Commissie voor Landschapsschoon in Noordhollands Noorderkwartier. Het initiatief daartoe nam onze voorzitter op den vorigen Westfriezendag te Koog aan de Zaan. Reeds in September d.a.v. kwam de commissie voor het eerst bijeen. Vier leden uit ons bestuur hebben daarin zitting naast vertegenwoordigers van allerlei organisaties, die op het gebied van natuur- en cultuurbescherming reeds werkzaam zijn of daarmede vaak van doen hebben: de Stichting „Het Noordhollandsche Landschap”, de Vereen. t. behoud van Natuurmonumenten in Nederland, de Bond „Heemschut”, de Nederl. Natuur-Histor. Vereen., de afd. Noord-Holland van de Nederl. Heidemaatschappij, het Staatsboschbeheer, de Vereen. V. Noordhollandsche Waterschappen, de Verbonden Nederl. Watersportvereenigingen en voorts onze zustervereenigingen: het Hist. Gen. Midden-Kennemerland, de Zaanl. Oudheidkamer en de Vereen. de Zaansche Molen en ten slotte een bekwaam landschapsarchitect, tevens adviseur van den Prov. Waterstaat. De werkwijze der commissie is dusdanig, dat elk der vertegenwoordigde instanties op eigen terrein volkomen onaangetast blijft. De commissie wil slechts een middel zijn om door samenspreking en samenwerking te bereiken wat anders door ieder afzonderlijk niet of moeilijk zou bereikt worden. Het doel der commissie is overal daar in ons gewest op te treden, waar de schoonheid van het landschap wordt bedreigd; waar oude schoonheid kan worden behouden of hersteld en waar nieuwe schoonheid geschapen kan worden. Het is hier niet de plaats om over de gestes van deze commissie breed uit te weiden. Als de voornaamste agendapunten wil ik slechts noemen: de aanleg van den Z.W.-polder en de ontworpen kanalen en randmeren tusschen dezen polder en het oude land; bevordering van het behoud van mooie, oude en het bouwen van goede en passende nieuwe boerenhuizen; verfraaiing van het landschap door een geschikte en geëigende beplanting van wegen, kanalen, boerenerven, dorpen, enz.; behoud van de z.g. Wielen in de omgeving van Sint Maarten en Valkoog. Het laat zich aanzien, dat ons Genootschap door middel van deze commissie grooten invloed ten goede zal kunnen uitoefenen en zeer veel nuttigs tot stand zal kunnen brengen. De ontmoeting in deze commissie met afgevaardigden van andere oudheidkundige vereenigingen schiep ook de gelegenheid tot een samenspreking en het leggen van een nauwer contact, dat in de toekomst zeker goede vruchten brengen zal. Een van de gelukkige gevolgen is de organisatie van het uitstapje naar Beverwijk, waar het Historisch Genootschap „Midden-Kennemerland” onze gastheer zal zijn.

Om verdere ontluistering van de schoonheid onzer dorpen tegen te gaan, werd, zooals reeds werd medegedeeld, vorig jaar een adres gericht aan den Commissaris dezer provincie. Naar aanleiding daarvan ontvingen wij ten antwoord, dat aan alle burgemeesters een circulaire was gezonden, inhoudende, „dat, bij gebreke van een werkelijk bevoegde plaatselijke instantie als b.v. een schoonheidscommissie, omtrent aanvragen om een bouwvergunning, waarbij het uiterlijk aanzien van nieuw te stichten of ingrijpend te verbouwen woningen en andere gebouwen mede in verband met het behoud van het karakter van de omgeving de aandacht vraagt, geen beslissing wordt genomen, voordat ter zake het advies van de te Amsterdam gevestigde adviescommissie der Noordhollandsche gemeenten voor Bouwontwerpen en Uitbreidingsplannen is ingewonnen”.

Een bijzonder element van schoonheid in het landschap vormen de molens. Sinds eenigen tijd bestaat er een verordening, welke een algeheel sloopverbod inhoudt. De menschen mogen een molen niet meer afbreken. Helaas blijkt het nog wel mogelijk een molen zoodanig te verwaarloozen, dat de natuur langzaam maar zeker het slooperswerk verricht. Dat zien we b.v. gebeuren met den molen te Hoogwoud en met tal van molens van de Schermer. Zij zullen ondanks alle verordeningen ten onder gaan, indien er niet spoedig wordt ingegrepen.

Beter nieuws kwam uit Blokker: de bekende boerderij van Koeman, aldaar, zal nu toch eindelijk op deskundige wijze worden gerestaureerd.

Op 't oogenblik nog in onderzoek bij uw bestuur is de kwestie of het v.m. r.k. kerkje te Zijdewind nog voor restauratie in aanmerking kan komen. Dit bouwwerk, dat uit 1652 moet dateeren, verkeert in een treurigen toestand: aanvankelijk nog als school gebruikt, wordt het nu misbruikt als stal!

Blijven pogingen om te komen tot opgravingen op het terrein van het v.m. klooster te Wester-Blokker nog maar steeds afstuiten op onwil van den pachter, gelukkiger zijn we geweest met de opgraving der grafheuvels te Wervershoof. Zooals reeds in ons vorig jaarverslag kon worden gememoreerd, heeft onder leiding van prof dr. A. E. van Giffen een onderzoek van enkele der heuvels plaats gevonden. Thans kan worden medegedeeld, dat een uitvoerig verslag van deze opgravingen, met teekeningen en foto's van Z.H.G. werd ontvangen. Daar nog niet alle heuvels zijn onderzocht, is het zeer wenschelijk, dat onder dezelfde beproefde leiding binnenkort zal kunnen worden verder gegraven. Het is voor ons Genootschap, dat deze onderneming subsidieerde, een eereplicht hiertoe alle medewerking te geven. Dankbaar moet worden vermeld, dat de gemeente Wervershoof in de kosten bijdroeg door aan ons Genootschap ƒ 75.- te schenken. Van de opgravingen in April 1942 werd een film vervaardigd, die op den 18den Westfriezendag vertoond zal worden.

Een andere opgraving vond onder leiding van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg en met subsidie der gemeente Alkmaar plaats te Oudorp, n.l. van het v.m. kasteel Middelburg, een van de sterkten door graaf Floris V gebouwd als steunpunt in den strijd tegen de Westfriezen. Het bestuur ontving een uitnoodiging om de blootgelegde fundamenten en de opgedolven voorwerpen te komen bezichtigen. Aan den leider der opgraving, den heer J. G. N. Renaud, werd verzocht t.g.t. in ons jaarboek daarover iets te willen mededeelen.

Uw voorzitter en secretaris brachten een bezoek aan Egmond-Binnen in verband met plannen tot verder bodemonderzoek op het terrein van de v.m. abdij van Egmond. Door de tijdsomstandigheden konden niet meer dan zeer voorloopige besprekingen gevoerd worden.

Met instemming nam uw bestuur kennis van de actie der gemeente Enkhuizen t.a.v. een Zuiderzeemuseum. De plannen dienaangaande zullen onzerzijds gaarne gesteund worden. Moge echter gewaakt worden tegen het onnodig losmaken van menschen en dingen uit een omgeving, waar ze vanouds thuis hooren. Het tot stand brengen van een dergelijk museum is een mooi maar moeilijk werk, dat veel tact, fijn inzicht en groote voorzichtigheid eischen zal.

Vermeld moet hier worden, dat onlangs in een der groote bladen een gunstige beoordeeling werd gepubliceerd van het werk van mevrouw J. Sawade-Smit. Voor de opleiding van deze kunstenares heeft het Genootschap indertijd ook zijn medewerking gegeven. Voor een door de fa. Nijhoff uit te geven boek over Westfriesche liederen en dansen vroeg zij een subsidie van ƒ 750.-, zonder dat wij daarvoor eenigerlei recht zouden verwerven. Hoezeer dit werk ook onze sympathie heeft: het verzoek moest worden afgewezen, daar een dergelijk bedrag uit onze bescheiden middelen niet beschikbaar kon worden gesteld.

Teleurstelling veroorzaakte de mededeeling, dat onze bundel ditmaal niet zou mogen verschijnen in verband met de papierschaarschte. Het is van harte te hopen, dat ons jaarboek, dat steeds zoo trouw ons de lange winteravonden kwam korten, weldra weer zal kunnen worden begroet. Het vormt zoo'n mooien band tusschen alle genootschapsleden in een tijd, waarin men elkaar niet zoo gemakkelijk ontmoeten kan.

Het is eigenlijk jammer, dat telkenjare het genootschapsleven zoo'n soort winterslaap moet doormaken. Deze overweging heeft bij uw bestuur de vraag doen rijzen, of het niet goed en nuttig zou zijn om gedurende het winterseizoen in diverse steden en dorpen van West-Friesland, onder auspiciën van ons Genootschap en eventueel in samenwerking met bestaande plaatselijke vereenigingen, avonden te organiseeren, waarop door lezing, voordracht, tooneel, muziek en zang enz., uiting wordt gegeven aan ons streven. Daar zouden onze leden uit een bepaalden hoek van ons gewest elkander nog weer eens kunnen ontmoeten en tevens zou van plaats tot plaats ongezocht een gezonde propaganda voor ons mooie doel gemaakt kunnen worden. Voor de verwerkelijking van dit plan roepen wij reeds bij voorbaat uw aller medewerking in.

Th. P. H. Wortel, Secretaris.

 


Andere jaarverslagen:

'33/'34 | '34/'35 | '38/'39 | '41/'42 | '42/'43 | '43/'44 | '45 | '46 | '47 | '48/'49 | '51 | '53 | '54 | '55 | '56 | '57 | '58 | '59 | '60 | '61 | '62 | '63 | '64 | '65 | '66 | '67 | '68 | '69 | '70 | '71 | '72 | '73 | '74 | '75 | '76 | '77 | '78 | '79 | '80 | '81 | '82 | '83 | '84 | '85 | '86 | '87 | '88 | '89 | '90 | '91 | '92 | '93 | '94 | '95 | '96 | '97 | '98 | '99 | '00 | '01 | '02

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.