Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » WFON » 1944 » Pagina 21-23

Verslag over het Vereenigingsjaar 1941-1942

Eerder verschenen in West-Friesland's Oud en Nieuw, 17e bundel, pagina 21-23.
Uitgave: Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”, 1944.
Auteur: Th. P. H. Wortel.

Ondanks de moeilijkheden, die deze tijd stelt, bleef ons Genootschap gezond en krachtig en het verheugde zich in een toenemende belangstelling. Het getal der beschermers kwam van 9 op 10; dat der leden steeg van 467 op 534, een vermeerdering dus met ruim 14%.

Bedankjes kregen wij slechts weinig en van sommigen, die deze zonden, weten wij zeker, dat ze in onze gelederen terug zullen keeren zoodra voor hen de omstandigheden weer beter zullen zijn. Van eenige oude getrouwen kwam het bericht van hun overlijden tot ons. Het zijn de heeren J. J. Moll uit Enkhuizen, A. Jonk uit Amsterdam en O. J. Bosker van Wieringen. Mogen zij in vrede rusten.

Het bestuur bleef ongewijzigd. Vijf maal kwam men bijeen. ondanks allerlei verkeersbelemmeringen, die overwonnen moesten worden, zelfs met behulp van een tandem en een oude vigelante.

Op den vorigen Westfriezendag te De Rijp kan met voldoening worden teruggezien. De overstelpend groote belangstelling, ondanks het slechte weer, de oude dansen voor het mooie raadhuis, het bezoek aan de stemmige, oude dorpskerk — om maar enkele dingen te noemen — zij zullen bij velen onzer lang in het geheugen blijven.

Ook zal niet licht vergeten worden de wijze, waarop mevrouw Wegener Sleeswijk-Van Balen Blanken den uitslag bekend maakte van onzen wedstrijd op tooneelgebied. Vermeld kan hier worden, dat de prijzen in geld en de medailles nadien aan de winnaressen en winnaars zijn toegezonden. Informaties werden ingewonnen betreffende de kosten van het drukken van de bekroonde stukken. Deze bleken nogal hoog, zoodat is besloten geleidelijk alle in onzen bundel te doen opnemen en dan tevens daarvan een aantal overdrukken te laten maken.

Het is verheugend U vandaag de opvoering van een der beste stukken te kunnen brengen. Droevig is het, dat de schrijfster, mevrouw G. J. Loevens-Jongejan, dit niet mag beleven. Door deze opvoering willen wij daarom tevens hulde brengen aan haar, die door dit werk blijk gaf van haar liefde voor het Westfriesch.

Het in de vorige jaarvergadering door ons medelid, den heer Porte, ter tafel gebrachte voorstel om te komen tot een uitgave betreffende de geschiedenis van West-Friesland (eventueel Noord-Holland boven het IJ) en wel in den vorm van een wetenschappelijk werk en/of een werk voor den belangstellenden leek en voor het onderwijs, vormde bij uw bestuur een punt van ernstige bespreking. In het leven is geroepen een commissie, waarin behalve uw voorzitter en secretaris, ook zitting hebben genomen de heeren Hemmer, Köhne en Westenberg en later nog de heeren Kroeskop en Van der Worp, allen leden van ons Genootschap. Jammer genoeg moest de initiatiefnemer, de heer Porte, zich wegens ziekte afzijdig houden. Er kunnen nog geen resultaten van de beraadslagingen bekend worden gemaakt, maar wel kan worden verklapt, dat men is gekomen tot de volgende uitspraak: Het is van groot belang te achten, dat ons Genootschap, eventueel in samenwerking met soortgelijke vereenigingen, tracht te komen tot uitgave van een geïllustreerd maandblad voor Noord-Holland boven het IJ, gewijd aan de geschiedenis van dat gebied. De voorbereiding van een dergelijke uitgave is het doel dezer voorloopige commissie, die, wanneer dit oogmerk uw aller instemming mag verwerven, met nadere plannen voor U hoopt te verschijnen, zoodra het oogenblik daartoe rijp zal zijn.

Een belangrijke onderneming, welke met flinken financieelen steun van ons Genootschap is geschied, vormde het archeologisch onderzoek naar de z.g. Vikinggraven bij Wervershoof, onder leiding van prof. dr. A. E. van Giffen. Door dit onderzoek is in ieder geval komen vast te staan, dat daar geen Noormannen een laatste rustplaats hebben gevonden. Er zijn wel graven ontdekt, maar uit een veel ouder, vóór-Christelijk tijdperk.

In de onderzochte heuvels zijn z.g. kringgreppels blootgelegd en binnen de kringen daarvan zijn eenige resten van geraamten gevonden, evenwel zonder een enkele bijgave: slechts een karig kraaltje vormt het eenig opgedolven museumstuk. T.z.t. zal door prof. Van Giffen een uitgewerkt verslag van diens bevindingen aan het Genootschap worden toegezonden en te uwer kennis worden gebracht.

De molens in ons gewest blijven zorgenkinderen. Van dien te Benningbroek zijn onlangs de roeden afgenomen. Plannen voor restauratie lagen gereed, benevens een subsidieregeling, die zoo danig was, dat de eigenaar in de totale kosten ten bedrage van ƒ 4500.-, zelf ƒ 1250.- zou bijdragen. Helaas is men niet tot overeenstemming kunnen geraken en zoo staat de molen nu onttakeld, zonder wieken. Blijder nieuws kan worden gemeld betreffende den molen van De Moel te Wervershoof: die is wat men noemt „verbusseld” en draait thans tot aller genoegen.

De zorg voor het landschapsschoon behield de volle aandacht van ons Genootschap. Zij gaf uw bestuur een adres in de pen, gericht aan de Directie van de Zuiderzeewerken, met het verzoek op de hoogte te mogen worden gebracht van de plannen ten aanzien van den Z.W.-polder, grenzend aan dit gewest.

Een ander adres werd gericht tot den Commissaris dezer provincie, verzoekend om een verordening in het leven te roepen, waardoor het niet meer mogelijk zal zijn gebouwen tot stand te brengen zonder goedkeuring van een bevoegde instantie.
Dit speciaal om te voorkomen, dat het platteland nog meer ontsierd wordt door bouwsels, die in ons landschap uit een oogpunt van schoonheid niet zijn te aanvaarden.

Als uitvloeisel van onze daadwerkelijke belangstelling voor het behoud van het schoone, kan ook worden beschouwd een bescheiden subsidie, geschonken aan „Heemschut”, als bijdrage in de restauratiekosten van een oud huisje met merkwaardigen puibalk; aan het Nieuwe Vaartje no. 171, te Edam.

Belangrijk was ook de verschijning van onzen bundel, waarnaar in dezen barren winter met meerder ongeduld werd uitgezien, omdat hij ditmaal erg lang op zich liet wachten. Voor het verwerven van het benoodigde materiaal, het drukken en publiceeren komt tegenwoordig zeer veel kijken. Gelukkig kUnnen we ons prijzen, dat het blijven verschijnen van ons jaarboek gewaarborgd is. Voor een gezond redactioneel beheer kwam het aan uw bestuur gewenscht voor om, evenals ten tijde van onzen onvergetelijken dr. Van Balen Blanken, weder een derde lid aan de redactie toe te voegen. Op een daartoe strekkend verzoek verklaarde mevrouw Kerkmeyer zich bereid om voorloopig de nog steeds bestaande vacature te bezetten, zoodat de redactie thans als van ouds weer uit drie leden bestaat.

De bibliotheek van ons genootschap breidde zich onder beheer van onzen archivaris langzaam maar gestadig uit. Zij trad in ruilverkeer met het Economisch-Historisch Archief.
Er verschenen in het afgeloopen vereenigingsjaar tal van boeken, die onze aandacht verdienen en daaronder verschillende van de hand van leden van ons Genootschap. Ik wijs op: K. Norel, Dispereert niet (uitg. Sijthoff, Leiden), dat het leven van Jan Pietersz. Coen behandelt. Bij de Uitgevers-Mij. „West-Friesland” te Hoorn zagen het licht: H. P. van den Aardweg, Menschen; Jac. Broersen, Boerenvolk en U. G. Dorhout, De Hornstra's.
Twee andere leden publiceerden werken in de bekende Heemschutserie: G. N. Honig, De vroege M.E. in Holland, en J. C. Kerkmeyer, De historische schoonheid van Hoorn .

Ons medelid, de heer A. Merens, verzorgde een keurige uitgave onder den titel: Een dienaar der O.I.C. te Londen in 1629, Journael van Abram Booth en zijn descriptie van Engelandt (bij A. A. M. Stols, 's-Gravenhage). Ons medelid drs. E. Besse, te Amsterdam, publiceerde in het Tijdschrift van het Nederl. Aardrijksk. Genootschap diverse door hem gevonden nieuwe gegevens betreffende Jan Adriaensz. Leeghwater, speciaal in verband met diens werkzaamheden bij de drooglegging van de Starnmeer. Ds. J. P. van Mullem, eveneens lid van ons Genootschap, bracht een eerste aflevering van een door hem verzorgde uitgave betreffende de geschiedenis van het dorp Akersloot.

Als van belang zijnde voor de geschiedenis van West-Friesland wijzen wij voorts op de van de hand van dr. A. de Goede in de Verslagen en Mededeelingen der Vereen. t. uitgaaf der bronnen v. h. Oud-Vaderl. Recht verschenen studies: „Westfriesch leenrecht” en „De Westfriesche seniores”. Voorts op een boekje over „De molens te Assendelft” van P. Boorsma (uitg. P. Out, Koog aan de Zaan) en ten slotte nog op een herdruk van „Een Cleyn Cronyxken.... door Dirck Burgher van Schoorel”, verschenen als no. 1 van de Leidsche facsimile-uitgaven (door Burgersdijk & Niermans).

Van verschillende zijden kwamen nog berichten tot ons betreffende werken over Westfriesche onderwerpen, die in staat van wording verkeeren. Het is verheugend dit alles te bemerken. In bewogen tijden, wanneer al het stoffelijke zijn wankele waarde bewijst, keert de mensch in tot zichzelf en klampt zich vast aan het geestelijke, onvergankelijke, en zoekt steun bij het verleden, dat hem zichzelf beter leert begrijpen; de geschiedenis van eigen stam, van eigen stad of dorp of gewest boeit hem sterker dan ooit, brengt hem een klaarder besef van eigen kracht en waarde en sterkt hem daardoor tot den strijd voor het behoud van wat oud, vertrouwd en dierbaar is. Zonder een diep doorvoelen van het verleden kan men in het heden niet leven en werken en niet streven en bouwen voor de toekomst.

Zóó gezien is er voor ons Genootschap, juist in dezen tijd, overvloedig werlt aan den winkel.

Th. P. H. Wortel, Secretaris.

 


Andere jaarverslagen:

'33/'34 | '34/'35 | '38/'39 | '41/'42 | '42/'43 | '43/'44 | '45 | '46 | '47 | '48/'49 | '51 | '53 | '54 | '55 | '56 | '57 | '58 | '59 | '60 | '61 | '62 | '63 | '64 | '65 | '66 | '67 | '68 | '69 | '70 | '71 | '72 | '73 | '74 | '75 | '76 | '77 | '78 | '79 | '80 | '81 | '82 | '83 | '84 | '85 | '86 | '87 | '88 | '89 | '90 | '91 | '92 | '93 | '94 | '95 | '96 | '97 | '98 | '99 | '00 | '01 | '02

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.