Archivering » WFON » 1940 » Pagina 191
Ooster-Blokker
Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 14e bundel, pagina 191.
Uitgave: Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland',
1940.
Auteur: H. Kroon.
Het was tijdens de Fransche overheersching onder de leuze „Vrijheid, gelijkheid en broederschap”,
dat er in West-Friesland hier en daar bezettingen lagen van Fransche krijgslieden. Zoo ook te Ooster-Blokker
bij Hein van Wijk – genoemde Van Wijk woonde tegenover de Ned. Herv. kerk op een groote boerderij.
Deze bezetting, groot 50-60 dragonders, was met de paarden in de kerk gehuisvest – vlak bij de
kerk stond een smederij, tevens ingericht voor hoefbeslag. Behalve in het kerkgebouw waren ook verschillende
soldaten in de omliggende boerderijen ingekwartierd. Herhaaldelijk kwamen in die dagen in verschillende
plaatsen ongeregeldheden voor. Vooral in Grootebroek, Bovenkarspel moesten ze af en toe de rust herstellen.
H. van Wijk was een Franschgezinde en zoo was daar in die boerderij de staf gehuisvest en hadden er de
grootste vertrekken in gebruik. Daar het nu niet zoo nauw werd genomen met de eerlijkheid, misten de
boeren veel etenswaren. Ham, spek, kaas, enz. waren van hun gading.
Zoo ook bij H. v. Wijk.
Om de boerderij van H. v. Wijk lagen uitgestrekte landerijen. Het melken geschiedde die dagen per schuit,
waarin dan de melk- of kaastobbe stond. Kwamen ze uit het land met den melkvoorraad, dan sprongen de
soldaten in de schuit en dronken een hoeveelheid melk. De familie Van Wijk deed haar beklag bij den
overste over dien diefstal. De overste riep al de manschappen bij elkander en in bijzijn van de familie
gaf hij zijn orders, hoe het geval zich voor deed ieder van het meisje, de dochter des huizes, moest
afblijven en zich niet met het kind mocht bemoeien, daar dit zeer streng zou worden gestraft.
Het meisje werd nu op het deksel van de tobbe geplaatst en ging nu iederen keer mee te melken en nu
zagen ze, dat, wilden ze melk drinken, ze dit nu niet konden doen.
Na den slag van Leipzig, waar Napoleon werd verslagen, moesten de Franschen onverwacht vertrekken. Zoo
overhaast, dat nu nog enkele geschriften in de familie zijn, die toen zijn blijven liggen.
Genoemde H. v. Wijk was mijn betovergrootvader.