Archivering » WFON » 1940 » Pagina 177-178
West-Friesland in den Geuzentijd (1/6)
Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 14e bundel, pagina 177-190.
Uitgave: Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland',
1940.
Auteur: F. Vogels.
door F. Vogels
Januari 1568. Nog is de openlijke strijd van de bewoners der lage landen, daartoe geïnspireerd
door den edelen geest van Prins Willem van Oranje tegen de Spaansche overheerschers, de Tachtigjarige
Oorlog, niet uitgebroken. Maar groote gebeurtenissen werpen hun schaduw vooruit. Overal in den lande,
van de Fransche grens tot Dollart en Eems, gist het en men voelt als het ware het onweer naderen. In
hun schuilhoeken wachten honderden om des geloofs wille verjaagde lieden, het Spaansche bewind, dat
hun alles, wat hun lief en dierbaar was, ontnam, tot in het diepst van hun inborst hatend, op de lentezon,
die het ijs op de wateren zal doen dooien en hun in staat stellen, op brooze scheepjes de eerste aanvallen
op de stellingen van de overheerschers en de met hen heulende katholieke partij in de Nederlanden te
ondernemen: de Watergeuzen. En in Duitschland, op 't slot Dillenburg, bereidt de man, die eens als Vader
des Vaderlands onze geschiedenis zal ingaan, de eerste plannen tot bevrijding der Nederlanden, die hij
tijdens zijn stadhouderschap boven alles heeft lief gekregen, voor.
West-Friesland is in dien tijd een belangrijk gewest. Hoorn, Medemblik en vooral Enkhuizen, gelegen
aan druk bevaren waterwegen, waarover zich het handelsverkeer van een groot deel der Noordelijke Nederlanden
voltrekt, zijn bloeiende steden. Handel, scheepvaart en visscherij zijn de voornaamste bronnen van inkomsten.
De kooplieden, wier handelsgebied zich uitstrekt van Portugal tot de Baltische kusten, zijn rijk en......
conservatief. Zij, in wier handen de regeering der steden ligt, zijn gebaat bij geordende toestanden
en moeten van de revolutionnaire nieuwlichters niets hebben. Slechts de mindere man, voor zich hopend
op een betere toekomst, sympathiseert in het geheim met de nieuwe denkbeelden, die Nederland later
groot zullen maken. Maar nog is zijn macht bij lange na niet opgewassen tegen die van den conservatief.
Deze laatste deelt de lakens uit, brengt het gewest op aanwijzing van den Spanjaard in staat van
verdediging tegen de wraakgierige „piraten” – eerst gewillig, later, wanneer handel,
scheepvaart en visscherij geheel lamgelegd zijn en Spaansche garnizoenen de stadskassen uitputten,
tegenstribbelen en ten slotte naar de andere zijde overloopend, om mede te helpen aan den opbouw van
de vrije Nederlanden, die in de zeventiende eeuw een tijdperk van ongekenden bloei zullen beleven. Dat
is echter, om met Kipling te spreken, een ander hoofdstuk. Wij willen hier slechts het begin van deze
ontwikkeling schetsen en aan de hand van oude archiefstukken en uit de gegevens van historische werken
de geschiedenis construeeren van de aanvallen der Watergeuzen op West-Friesland en de verdediging
daartegen, in de jaren 1568, 1569, 1570 en 1571.
Januari 1568. – In de Westfriesche steden zijn vele geruchten in omloop. Men verwacht, dat juist
op dit gewest, dat voor de Watergeuzen vrij gemakkelijk te bereiken is en welks bezit in den strijd
van groote strategische beteekenis moet worden geacht, wijl men van hier uit belangrijke handelswegen
kan beheerschen, de eerste aanvallen zullen worden gericht. En daarbij twijfelt men – niet ten
onrechte overigens – aan de betrouwbaarheid van een deel der bevolking. Dit alles maant tot
voorzichtigheid en derhalve besluiten reeds op 7 Januari 1568 de vroede vaderen van Hoorn de stadspoorten
te versterken, een maatregel, waartoe ongetwijfeld ook in Enkhuizen en Medemblik zal zijn overgegaan.
Dat deze voorzichtigheid niet ongerechtvaardigd is, bewijzen twee geloofsbrieven, gedateerd 25 en 27
Maart 1568, van den Prins van Oranje voor zijn vertrouwensman Mr. Johan Basius, met den last, alle
zorgen en moeite aan te wenden, om Enkhuizen en andere steden en sloten met krijgsvolk aan zijn zijde
te brengen.
Dan valt einde April 1568 graaf Lodewijk van Nassau met zijn leger Groningen binnen en daarmede wordt
de onrust in de Westfriesche steden nog grooter.