Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » WFON » 1938 » Pagina 173-181

Bestuursinrichting van West-Friesche dorpen, 18de eeuw

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 12e bundel, pagina 173-181.
Uitgave: Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”, 1938.
Auteur: D. Brouwer.

Op de beschrijving van de constitutie van Grootebroek met de annexen Bovenkarspel, Lutjebroek, Hoogkarspel (en Andijk) in den vorigen Bundel willen wij hier nog laten volgen bijzonderheden over de bestuurs-inrichting van Hem en Venhuizen in het midden der 18de eeuw.

“Hem en Venhuizen,” zoo lezen we, “zijn bevoorregt met een gemeene Vrijheid en Poortregt, in sulker voegen, dat al soo wyde als haar Banne gaan, sy eene Vrijheid en een Steede wees en sullen, geheeten Hem.”

De Regeering bestaat uit een Schout crimineel en civiel, die mede Schout is over Schellinkhout, Wijdenes en Oosterleek; een Secretaris, beurtelings gekozen door de vroedschappen van Hem en Venhuizen en verplicht te resideeren ter plaatse, waar hij gekozen is; een Gerechtsbode ook afwisselend benoemd als de Secretaris: 33 Vroedschappen, waarvan 17 uit de burgers van Hem en 16 uit die van Venhuizen; 2 Burgemeesteren; 7 Schepenen en 2 Vreedemakers.

De vroedschappen kiezen uit hun midden bij meerderheid van stemmen telken jare op den Nieuwjaarsdag twee Burgemeesters, één uit Hem en één uit Venhuizen, die niet langer dan één jaar mogen dienst doen. De Schout benoemt ook op Nieuwjaarsdag uit de leden der vroedschap 7 schepenen: het ééne jaar 4 uit Hem en 3 uit Venhuizen, het andere jaar 3 uit Hem en 4 uit Venhuizen.

In ieder dorp zijn 3 Weesmeesteren, 1 Secretaris, 1 Predikant, 5 Ouderlingen (H. 2 en V. 3), 5 Diacenen (H. 2 en V. 3), 1 Koster en Schoolmeester, 5 Kerkmeesteren (H. 2 en V. 3) en 5 Armenvoogden (H. 2 en V. 3).

Burgemeesteren en Schepenen hebben het recht voor de aanstelling van een vroedvrouw in ieder dorp en van de turfvulsters, Roeper, Veilder en verdere bedieningen.

Bij vacature van de Kosters- en Schoolmeestersplaats wordt door de Vroedschap en Kerkeraad van Hem een nominatie van 3 personen opgemaakt, waaruit door Vroedschap en lidmaten één wordt gekozen, wiens benoeming en aanstelling alsdan geschiedt onder approbatie van den Burgemeester.

Het Schoutambt was belast met een jaarlijksche retributie van ƒ 100.- aan de Rekenkamer, ƒ 400.- in het Kohier van het Ambtsgeld en ƒ 10.- in het Kohier van den 200sten penning.

Het plan voor de separatie van de civile jurisdictie van Hem en Venhuizen, bevattende de voorwaarden, waarop de ambachtsheerlijkheid der stede zou worden verkocht (1740) komt overeen met dat van Grootebroek, in den vorigen bundel meer uitvoerig overgenomen en levert weinig verdere bijzonderheden. Alleen zij hieruit nog vermeld, dat de Schout civil het profijt had van al de civile boeten, die niet hooger zijn dan 52 stuivers en voorts de regten op de taxatie van het collateraal en de rechten en emolumenten uit de administratie van de civlie jurisdictie ten zijnen opzichte proflueerende.

Voor de visscherij in de sluizen van Venhuizen was Hem verschuldigd een recognitie van 28 gld. 's jaars en Venhuizen 29 gld. 5 st.

WIJDENES EN OOSTERLEEK.

De regeering van Wijdenes bestond uit 32 Vroedschappen (22 voor Wijdenes en 10 voor Oosterleek); 2 Burgemeesters, voor elk dorp één, die ook tevens Vredemakers zijn aan den dijk; 7 Schepenen; 2 Kerkmeesters; 1 Predikant; 2 Ouderlingen; 2 Diacenen; 1 Voorlezer, die tegelijk koster is.

Ter aanvulling wordt vermeld: Te Oosterleek is mede een Predikant en Schoolmeester, die op dezelfde wijze beroepen en aangesteld worden als die van Wijdenes, doch door de twee Schepenen van Oosterleek.

In Wijdenes wordt voor de benoeming van een Predikant (doorgaans) een nominatie van 3 personen opgemaakt door den Kerkeraad, daaruit door de lidmaten één gekozen werd onder voorbehoud van approbatie door de Burgemeesteren.

De Koster, die tegelijk Schoolmeester is, werd gekozen door de Vroedschappen en lidmaten uit een nominatie, door Burgemeesteren en den Kerkeraad opgemaakt.

Die van Wijdenes betalen voor hun tienden van de bezaaide landen in hun ressort een zekere recognitie, “hebbende dezelve de laatste negen jaaren dooreen gerekend, jaarlijks gerendeerd 27 gld. 1 st.; en voor hun aanslag in het recht van visscherij in de sluizen van Schellinkhout, jaarlijks 7 st.”

SCHELLINKHOUT.

Het Schoutambt is evenals voor Wijdenes en Oosterleek, voor Schellinkhout gecombineerd met dat voor Hem en Venhuizen.

Verder bestaat de regeering uit 32 Vroedschappen; 2 Burgemeesters; 7 Schepenen; 2 Kerkmeesters; 2 Armenvoogden; 1 Predikant; 2 Ouderlingen; 2 Diaconen; 1 Voorlezer, die tegelijk Koster en Schoolmeester is.

De verkiezing van de Burgemeesteren geschiedde hier op een andere wijze dan in de voren vermelde “steden”. En wel als volgt:
“Tot het verkiezen van de twee Burgemeesteren worden 120 personen opgeschreven, allen burgers boven de 20 jaren; tegenwoordig zijn er echter maar 60 bekwame personen te vinden. Hun wordt door den Bode aangezegd, om op den laatsten dag van December des middags te compareeren op het Kerkhof nabij het Raadhuis. Hun namen worden dan in een bus of doos gestoken, waaruit eerst de Schout één trekt en vervolgens de (aftredende) Burgemeesteren en Schepenen ook ieder een, te zamen 10, die dan door den Secretaris uit een venster van (er staat eigenlijk: boven op) het Raadhuis worden geroepen om te komen stemmen; op dezelfde wijze worden daarop weer 10 gekozen en vervolgens nog eens 10 tot 30 toe. Deze 30 kiezen bij meerderheid van stemmen de twee burgemeesters voor het volgende jaar, die tegelijk ook de Vredemakers zijn voor den Drechterlandschen dijk.

De twee nieuwe Burgemeesters zijn bevoegd, na het afleggen van den eed in handen der aftredenden, om indien er vacatures zijn in de vroedschap, deze aan te vullen; zij gaderen de dorps-onkosten, maken en repareeren, hetgeen noodig is; zij stellen ook den Waagmeester, Omroeper, Hooischatter en Turfvulsters aan; de aanstelling van den Verpondingsgaarder, de Vroedschap, de Molenaars van de Watermolens en van den Bul- en Ramlooper berust bij de Vroedschappen.

Op Nieuwjaarsdag levert de Secretaris bij den Schout een lijst in met de namen der 32 vroedschappen en deze kiest hieruit 7 schepenen, die zoo in het crimineel als civil de justitie administrateeren en met Schout en Burgemeesteren de keuren maken.

Gewoonlijk wordt de Vierschaar om de 14 dagen gespannen; Burgemeesteren mogen daar ten allen tijde bij tegenwoordig zijn, doch zonder eenige stem in het punt der justitie.

Er is ook een weinig buiten- of uiterdijksland, waarvan twee ingelanden op dezelfde wijze als kerkmeesteren en armenvoogden door Burgemeesteren en Schepenen tot Heemraden worden gekozen; de schout is daarvan de Dijkgraaf.”

De beschrijving der wijze van benoeming van predikant en kerkelijk functionarissen wijkt wel eenigszins af van die van andere plaatsen, maar geeft geen bijzondere aanleiding tot speciale vermelding.

Alleen wordt er nog bij aangeteekend: “Schellinkhout heeft ook het Regt van een Waag en het aanstellen van een Waagmeester en het beëdigen van dien.”

Blijkens de regeling voor het plan van verkoop der Ambachtsheerlijkheid was Schellinkhout tienden verschuldigd, berekend naar 20 stuivers per morgen en brachten deze in de laatste 10 jaren 13 gl. 15 st. per jaar op.

WESTWOUD.

De stede “Westwoud” omvatte Westwoud, Binnenwijsent, Ooster-Blokker en Wester-Blokker, terwijl daaronder ook ressorteerden de Bangert, Lageweg, Munnekey, Blokdijk en Oudijk.

De “Constitutie van derselver Regeering” bestaat uit 1 Schout crimineel en civil; 4 Burgemeesters, waarvan 1 uit Westwoud, 1 uit Binnenwijzend, 1 uit O.-Blokker en 1 uit W.-Blokker, gekozen uit en door de Vroedschap buiten concurrentie of medestemming van den Schout; 33 Vroedschappen (Westwoud 6, Binnenwijzend 6, O.-Blokker 11, W.-Blokker 10); 9 Schepenen (l of 2 uit Westwoud, 1 of 2 uit Binnenwijsent bij tourbeurte, 3 uit O.- en 3 uit W.-Blokker); 4 Weesmeesteren; 5 Vredemakers of Waardschappen; 1 Secretaris; 1 Dorpsbode; 2 Predikanten (een voor de gecombineerden Westwoud en Binnenwijsent en 1 voor O.- en W.-Blokker); en voorts in ieder dorp een Verpondingsgaarder, 2 Kerkmeesteren en 2 Armen-voogden.

De Schout wordt elk jaar op den Nieuwjaarsdag gekozen door de Vroedschap, evenals de Schepenen.

Indien 1 of meer der 33 Vroedschappen komt te overlijden of andersints uit te vallen, wordt op den 2den Kerstdag door de respectieve Burgemeesters van al de 4 dorpen, zoo oude als nieuwe, die de laatste 2 jaren geregeerd hebben, op voordracht van den Burgemeester van het dorp, waar de vervulling moet plaats hebben, uit een dubbeltal een keuze gedaan. In dringende gevallen kan die verkiezing ook op een anderen dag extra-ordinair geschieden.

De benoeming van de 4 Weesmeesteren geschiedt elk jaar op Dinsdag na Driekoningen door den Schout met de Burgemeesters, met continuatie van een der zitting hebbende leden. Op denzelfden dag worden ook door de Vroedschap (zonder den Schout), vijf Vredemakers of Waardschappen aangesteld, voor elk dorp één, benevens een voor Oudijk, dat wel onder Westwoud behoort, maar in de verstoeling en het onderhoud van den dijk daarvan gesepareerd is. De Vredemakers hebben nevens de Dijkgraven van Drechterland, toezicht op den Dijk, zijn belast met de invordering van landschot, dijk- en molengelden, en doen jaarlijks ieder in zijn dorp aan Burgemeester en vroedschappen aldaar in tegenwoordigheid van Ingelanden rekening en verantwoording.

De Secretaris wordt door de 33 vroedschappen benoemd, maar moet elk jaar continuatie van zijn ambt verzoeken aan de Burgemeesteren, die het kunnen verleenen, zonder de andere leden van de vroedschap daarin te bemoeien.

De landschotsrekening van W. Blokker wordt gedaan aan de Burgemeesteren van Hoorn, die ook den omslag regelen tot verval van de dorpsonkosten “op de Petitie van den Burgemeester, de vroedschappen en den vredemaker van W.-Blokker.”

Het aanstellen van een vroedvrouw, nachtwaker en dergelijken staat alleen aan den Burgemeester en de vroedschappen van ieder dorp afzonderlijk, die daarin handelen naar welgevallen. Bij de benoeming van een voorlezer, koster en schoolmeester wordt ook de Kerkeraad daarin gemoeid, “sonder dat den schout daar inne iets te seggen heeft gehad.”

De voorschriften betreffende de aanstelling van andere functionarissen bevatten geen bijzondere bepalingen.

Uit het plan voor den verkoop van de Ambachtsheerlijkheden ter regeling van de aan den Ambachtsheer toe te kennen bestuurs-rechten en inkomsten en verplichtingen valt nog te vermelden, dat de gemiddelde opbrengst der tienden, berekend naar 20 st. per morgen van de bezaaide landen bedroeg: voor Westwoud 5 gld. 10 st., voor Binnenwijsent 24 gld. 15 st., voor G.-Blokker 47 gld. 19 st., voor W.-Blokker 11 gld. 8 st.

Bovendien was Westwoud voor pacht van de visscherij te Westwoud verschuldigd 1 gld. 3 st.; Binnenwijsent voor pacht van de visscherij van de sluizen te Venhuizen 10 gld.; O.-Blokker ook voor deze visscherij 18 gld. 15 st.

W.-Blokker moest aan erfpacht van 2 stukjes land in de banne van Westwoud gelegen, groot 9 morgen en 300 roeden, tegenwoordig bezeten door Pieter Cornelisz. Hoed, ieder jaar met Kerstmis betalen 30 gld.

Het schoutambt van Westwoud was belast met een jaarlijksch recognitie van ƒ 55.- en bovendien aan ambtsgeld ƒ 25.-.

SIJBEKARSPEL.

Sijbekarspel gecombineerd met Benningbroek was ook bevoorrecht met een gemeene Vrijheid en Poortrecht en alzoo een stede, geheeten Sijbekarspel.

De regeering bestaat uit een schout (jaarlijksche recognitie ƒ 45 en ƒ 10 voor ambtsgeld); 2 Burgemeesteren (elk dorp één); 7 Schepenen (S. 4, B. 3, benoemd door den schout); 33 vroedschappen (S. 18, B. 15) en 1 dorpsbode; en voorts in ieder dorp 1 predikant, 2 kerkmeesteren en 2 armenvoogden en één verpondingsgaarder.

De verkiezing van Burgemeesters en Schepenen geschiedt jaarlijks op Woensdag na Paschen, die van Kerkmeesteren en Armenvoogden (door Burgemeester en Schepenen van ieder dorp afzonderlijk) “op den eersten Regtdag”.

De regeerende Burgemeesteren en Schepenen, zoo in Sijbekarspel als Benningbroek, vullen de vaceerende vroedschapsplaatsen, elk in hun dorp uit de Pondrijkste, “ingevolge haar Edele Groot Bog. Resolutie van 14 Dec. 1643”.

De regeerende Burgemeesteren en Schepenen stellen een Vroedvrouw aan tot laste van beide dorpen en begeven voorts alle kleine bedieningen.

“Het Koster- en Schoolmeesterambt tot Sijbecarspel werd tegenwoordig bediend bij Cornelis Volkertse Laan en is aangesteld bij de Vroedschappen en Kerkenraad bij meerderheid van stemmen, buiten den schout.

In dier voege is het mede gelegen met het Koster- en Schoolmeestersambt tot Benningbroek, hetgeen tegenwoordig bediend werd bij Aalbert van den Bos.”

ABBEKERK.

Onder Abbekerk behooren Twisk, Midwoud en Lambertschaag, welke vier dorpen bevoorrecht zijn met een gemeene Vrijheid en Poortrecht “in suLker voegen, dat al soo wyde als hare Bannen gaan, sij eene Vryheede en eene Stede weesen vullen, geheeten Abbekerk.

Zij zijn verder vereenigd onder een Schoutambt; de Schout door de Rekenkamer aangesteld tegen een recognitie van ƒ 50 en in de verponding (ambtsgeld) een van ƒ 16. Hier komt nog bij, dat het schoutambt in de beide kohieren van het ambtgeld is aangeslagen voor ƒ 600 en in het kohier van den 200sten penning voor ƒ 15. In de “constituties” der andere hiervoor gemelde “steden” komt een dergelijke speciale aanslag niet voor. Bij de voorwaarden voor den verkoop van de ambachtsheerlijkheid wordt bepaald, dat de Schout voortaan 2 derde parten zal betalen in dezen aanslag van het ambt in de beide kohieren. Toch blijft het een belangrijk bedrag en daaraan zal het wel moeten worden toegeschreven, dat het dikwijls groote moeite heeft, gegadigden te krijgen voor dit ambt en in latere jaren heelemaal geen. (ResolutIën StAten van Holland 1787-1793; aant. van D.B.)

De Regeering bestaat uit den Schout, 43 Vroedschappen, 2 Burgemeesteren, 9 Schepenen, 1 Secretaris, 1 Bode.

De 43 vroedschappen worden genomen uit de rijkste en gegoedste burgers en gekozen door zes daaruit gecommitteerde rijkdommen, anders genaamd Riggelmeesters, die de Quohieren van de Kapitalen hebben en het recht om hun burgers onder eede te vragen, hoedanig zij gegoed zijn.

Uit deze 43 vroedschappen kiest de Schout jaarlijks op Nieuwjaarsdag 9 Schepenen, t.w. 3 wonende te Abbekerk, 3 te Twisk, 2 te Midwoud en 1 te Lambertschaag.

Uit de overige Vroedschappen worden door hen zelf op Nieuwjaarsdag gekozen 2 Burgemeesteren: één uit Abbekerk met Lambertschaag en één uit Twisk met Midwoud.

De genoemde Burgemeesteren hebben in de audientie ter Rolle op het gemeene Raadhuis te Abbekerk, alwaar al het vorengenoemde geschiedt, de voorzittende plaats en een adviseerende stem in crimineele zaken, beleggen ook bij absentie van den Schout den Regtdag en doen de omvraag bij stemmmgen.

De Burgemeesters roepen de Vroedschappen ieder in hun dorpen of op het Raadhuis te Abbekerk samen, wanneer zij dat noodig achten. Zij benoemen met de Vroedschap een Secretaris, waarbij de Schout geen medezeggenschap heeft. Het Bode- en Veilambt wordt begeven door Schout, Burgemeesters en Schepenen.

In ieder dorp is een Koster en Schoolmeester aangesteld door de vroedschappen en Kerkeraad ter plaatse, maar zonder den Schout.

De vroedschappen van ieder dorp stellen een schotvanger aan en 2 Vroedvrouwen, n.1. één voor Abbekerk en Lambertschaag en één voor Twisk.

Schout, Burgemeesters en Schepenen stellen jaarlijks op Vrijdag vóór Paschen voor Abbekerk 2 Kerkmeesters en één Armenvoogd aan, voor Twisk 2 Kerkvoogden en 2 Armenvoogden, voor Lambertschaag (alleen Schout en Schepenen) één Kerkvoog en één Armenvoogd, en jaarlijks op 3 Febr. voor Midwoud (alleen Burgemeesteren en Schepenen) 2 Kerkvoogden en 2 Armenvoogden.

Abbekerk en Lambertschaag hebben samen één Predikant, Twisk één en Midwoud één.

De verkoop van de betreffende Ambachtsheerlijkheden was bepaald op 6 Febr. 1741, onder voorbehoud, dat indien Regenten genegen waren, om die Ambachtsheerlijkheden voor hun ambachten in te koopen, zij zich daarvoor tijdig hadden te adresseeren aan de Gecommitteerden.

Van dat recht hebben o.a. gebruik gemaakt de Magistraten van Grootebroek (zie vorigen Bundel); en van de dorpen, die ook in het plan van 1740 waren opgenomen, te weten: Oude en Nieuwe Niedorp, die hun ambachtsheerlijkheid kochten voor de som van ƒ 10.000; van Winkel (ƒ 5000), van Sint Maarten, Valkoog en Eenigenburg (ƒ 6000).

De regeerders van de hiervoor beschreven ambachten maakten bezwaar tegen de taxatie van de opbrengst van tienden en erfpachten, hetgeen door de Gecommitteerden werd toegegeven, die in hun rapport, uitgebracht in de vergadering van de Staten van Holland op 13 Januari 1741, verklaarden, dat de Magistraten na de wijziging, te dien aanzien aangebracht, bereid waren hun ambachten te koopen:
     Westwoud c.a. voor ƒ 10000.
     Sijbekarspel c.a.voor ƒ 4000.
     Schellinkhoutvoor ƒ 3000.
     Hem en Venhuizenvoor ƒ 7000.
     Wijdenes en Oosterleekvoor ƒ 4800.
     Abbekerk c.a.voor ƒ 5000.

Gecommitteerden achtten deze sommen ten volle voldoende, waren van oordeel, dat bij publieke verkooping geen hoogere opbrengst kon worden verkregen en adviseerden daarom op deze aanbieding in te gaan, waarmee de Staten bij Resolutie van 13 Jan. accoord gingen.

D. Brouwer

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.