Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » WFON » 1928 » Pagina 60-62

Oude Westfriesche Vertellinkjes

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 2e bundel, pagina 60-62.
Uitgave: Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1928.
Auteur: J. Schuitemaker Cz.

En ik had in mijn jeugd een kleinzoon,
die te Buiksloot moest wezen.
De Schoolmeester.

Ik had in m'n jeugd 'n oom, die "allemeugendjes" mooi vertellen kon. En hij had 'n onuitputtelijken voorraad van "vertellinkies". Vele er van hadden tot onderwerp de onbegrijpelijke domheid en onbenulligheid van de "poepen".
Dat waren, zooals bekend is, de grasmaaiers, die elken zomer, tegen hooitijd, uit het Oosten kwamen om bij de grasboeren in Holland hun diensten aan te bieden. De brave kerels werden dikwijls door de volwassenen voor den gek gehouden en door de kinderen nageschreeuwd of met spotversjes geplaagd. Zooals b.v.:

Ik kwam reis in 'n poepekraam,
Daar zag ik zooveel poepe staan.
Ik zei, wat doen die poepe hier,
Die poepe drinken poepebier,
Die poepe drinken poepewijn,
Wat zullen die poepe vroolijk zijn.

Maar onze goede hannekemaaiers trokken zich meestal daar heel weinig van aan. Ze reisden zoo goedkoop mogelijk, hadden bitter weinig behoeften en waren tevreden met heel eenvoudige kost. Karnemelksche pap of "zuurwaaienzuipen" (meelpap in zure wei gekookt), roggebrood met spek, bij afwisseling dikke spekpankoeken, als ze 't geluk hadden soms 'n nest met eendeneieren in 't hooiland te vinden, daar waren ze mee tevreden. 'n Heel eenvoudige slaapgelegenheid in 't hooi in den berg of in de boet was voldoende voor hun nachtrust. Ze werkten vele uren per dag en waren heel gelukkig en tevreden, als ze maar met 'n goede spaarduit weer naar "heimat" terugkeerden, als het werk af was.
Op 'n keer, toen de ooievaar z'n komst bij ons thuis had aangekondigd, werden m'n zusje en ik naar oom Simon en peet Trijntje "te warskip stuurd". Ze woonden bij ons op 't dorp op 'n boerderij. Dat was voor ons 'n waar feest. Op 'n boerderij "te warskippen" is op zichzelf al heerlijk voor kinderen. En oom en peet waren zulke lieve, hartelijke en gulle menschen! Peet Trijntje had ('t was aan 't eind van de maand December) altijd zooveel lekkere, fijne appels, en ze was zoo royaal met haar krentenbol, spikkelaas en peperneuten! En haar trom was zoo goed voorzien van seletjes en kokinjes, van die mooie bruine, die zoo strooperig waren, en van die dikke witte met roode strepen, die zoo fijn naar pepermunt smaakten en waar je zoo lekker lang op zuigen kon!
Maar meer nog dan al die lekkere dingen bevielen ons de vertellinkies van oom. 's Middags had peet Trijntje ons op "bolle buisies" met krenten getracteerd en 's avonds kregen we zooveel "sukkelamelk en peperneute" als we maar bergen konden.
Toen 't donker begon te worden, zaten we eerst nog 'n tijdje te "skemeren". 1). De "keers" stond klaar op den blaker op tafel, met den snuiter en 't "zwavelstokkenbakkie" er naast.
Eén vetkeers voor de heele familie in de ruime weuning 2). ('k weet niet of 't er een van de zes of van de acht was), 't was zeker geen schitterende verlichting. Maar de menschen waren het in den goeien ouwen tijd niet beter gewoon.
Toen peet de keers had aangestoken, zaten we met ongeduld te wachten op wat er zou komen, en, toen oom opnieuw z'n pijp had gestopt en aangestoken, begon hij te vertellen.
De eerste vertelling was van:
DRIE POEPEKNOETERS.
Drie hannekemaaiers kwamen met het beurtschip van Kampen te Hoorn aan. Ze wilden naar Schellinkhout gaan om zich te verhuren als grasmaaiers. Toen ze pas aan wal gestapt waren, liepen twee straatjongens achter hen aan en ze riepen: "Drie poepeknoeters, drie poepeknoeters!"
De grasmaaiers hadden zich voorgenomen om Hollandsch te leeren. Daarom wilden ze alles, wat ze hoorden, goed onthouden. Ze liepen al maar in zichzelf te brommen: "Drie poepeknoeters, drie poepeknoeters!" Net zoo lang, tot ze die woorden goed van buiten kenden.
Toen ze op de markt waren gekomen, stonden daar groepjes van menschen met elkander te praten. Ze bespraken 'n verschrikkelijken moord, die er den vorigen nacht was gebeurd. 'n Alleen wonende oude boer, die buiten de poort woonde, was vermoord en al z'n geld was gestolen. De drie hannekemaaiers verstonden wel niets van wat de menschen elkander vertelden, maar ze luisterden toch heel aandachtig. Slechts enkele woorden vingen ze op:
"Met 'n mes!" en: "Om 't geld!"
Ze liepen nu verder en bromden gedurig: "Met 'n mes, om 't geld, met 'n mes, om 't geld". En dan weer: "Drie poepeknoeters, met 'n mes, om 't geld". En zoo altijd maar door.
Toen ze bij de Oosterpoort waren gekomen, zagen ze, hoe 'n timmerman bezig was 'n plank te schaven. De man keek met 'n timmermansoog langs de plank en riep verheugd: "Dat 's recht!"
Nu riepen onze grasmaaiers ook: "Dat 's recht, dat 's recht, dat 's recht!"
Juist toen ze door de poort wilden gaan, kwam 'n veldwachter op hen af. Hij was door den commissaris er op uitgezonden om de moordenaars van den rijken boer op te "snorren".
Hij vond, dat die drie hannekemaaiers er erg verdacht uitzagen. Hij zei daarom, dat ze met hem mee moesten gaan naar den commissaris. De goeie grasmaaiers begrepen er niets van, maar toen die veldwachter hen beduidde, dat ze moesten omkeeren en weer naar de stad terug moesten, gingen ze gewillig mee.
De commissaris deed 'n omslachtig verhaal van wat er was voorgevallen en vroeg hun of zij misschien wisten, wie de moordenaars waren.
"Drie poepeknoeters!" zei de eerste hannekemaaier met 'n blij gezicht.
"O zoo," zei de commissaris, "dus, jullie hebt 't gedaan. En waarmee?"
"Met 'n mes!" zei de tweede poep, blij, dat hij ook wat zeggen mocht.
"Verschrikkelijk!" riep de commissaris uit. "En waarom hebben jullie dien man doodgestoken?"
"Om 't geld!" antwoordde de derde grasmaaier triomfantelijk.
"Jawel, jawel," knikte de commissaris. " 'n Roofmoord! Dat klopt precies. Nu, jelui zult je straf niet ontgaan, schavuiten. Jelui zult netjes worden opgehangen!"
"Dat 's recht!" riepen ze alle drie tegelijk.

NOTEN:

1) Schemeren, in halfdonker zitten.
2) Woonkamer.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.