Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » WFON » 1926 » Pagina 46-48

Het Enkhuizer oorkondenboek

Eerder verschenen in West-Friesland's Oud en Nieuw, 1e bundel, pagina 46-48.
Uitgave: Historisch Genootschap "Oud West-Friesland", 1926.
Auteur: D. Brouwer.

Nadat in 1666 de Enkhuizer drukker Egbert van den Hoof op last en met steun van de regeering zijner stad een „Historie van Enchuysen”, waarvan de ongenoemde bewerker later is gebleken de bekende historieschrijver en dichter Gerard Brandt geweest te zijn, het licht had doen zien, gaf hij gevolg aan den wensch of het „bevel” der stedelijke regeerders, om ook de uitgave te verzorgen, waarmee reeds eerder een aanvang was gemaakt en te voltooien van de „Handvesten, Privilegiën, Willekeuren en Ordonnantiën der Stede Enchuysen”, waarbij ook werden opgenomen een aantal Handvesten en Privilegiën van Alkmaar, Hoorn, Medemblik en onderscheidene Drechterlandsche „steden”.

Deze verzameling oorkonden is geworden tot een boekdeel van respectabel en omvang. Het is een folio-uitgave, omvattende niet minder dan 560 pagina's, waaraan nog uitvoerige registers zijn toegevoegd. Eind December 1667 was het werk gereed gekomen, waarvoor reeds in 1664, bij acte van 8 Dec., door de Staten van Holland octrooi was verleend. In de voorrede beveelt de uitgever zich aan in de goedertierendheidder stedelijke regeerders, „dien het belieft had de uitgave te beveelen”, en spreekt daarbij zijn vertrouwen uit in hun gunst „te meer, dewijle Uw Ed. Welachtb. genoeghsaem hekent is, met wat vlijt, arbeyt en kosten dese druck door my is bevordert.”

Voorts onderstelt hij, dat alle burgers en ingezetenen zich aan Hun-Ed. Wel Achtb. ter zake van deze uitgave „niet minder verplicht kennen als voor de gemelde Historie: Want geeft haer de Historie exempelen, die men volgen of mijden moet, dese Handtvesten en Willekeuren geven wetten, die men moet nakomen, opdat de Stadt in bequame orde en rust werde geregeert en 't welvaaren gevordert.” Voor het nageslacht is de waarde van het praktisch nut, dat ten grondslag lei aan den opzet der uitgave, vervallen, omdat wij volgens geheel andere wetten en verordeningen worden geregeerd. Maar toch kunnen wij na een paar eeuwen niet dan erkentelijk zijn voor de beschikking der Enkhuizer stadsbestuurders van 1664-'67 en den durf van den drukker, die het waagde een dergelijke uitgave te ondernemen.

Immers wordt ons daardoor een rijke, waardevolle bron voor de kennis van de zeden en gewoonten, de rechtsbegrippen en de maatschappelijke verhoudingen in Drechterland ende samenstellende eenheden van dit landschap sedert de regeering der Hollandsche graven Willem II en Floris V, wien het gelukte de eeuwen geduurd hebbende strijd tusschen Holland en West-Fries land te doen beëindigen en hun gezag blijvend te doen gelden.

Een tijdschrift, als uitgegeven wordt door of onder suprematie yan het Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”, is uiteraard aangewezen om bijzondere aandacht te wijden aan het materiaal, in dit oorkonden boek bijeengebracht en aan gelijksoortige stukken, die hier en daar nog mochten berusten en nog niet door den druk tot gemeengoed geworden zijn.
In dit nummer willen we ons enkel bepalen tot eenige algemeene mededeelingen ter zake het hier bedoelde oorkondenboek, vertrouwende mettertijd gelegenheid te hebben over sommige belangrijke stukken meer in details te kunnen treden.

Hoewel de verzamelaar en uitgever bijzonder het oog gehad hebben op het practisch doel: dat de burgerij volledig bekend mocht worden met den tekst der wetten en plaatselijke verordeningen, waarnaar zij zich hadden te regelen, hebben zij het toch nuttig en noodig geacht, ook eenige Handvesten op te nemen, „die nu ten deele buyten gebruyck zijn, om de Historie van die voorledene tijden te doen kennen, opdat men sie, hoe ettelycke Hollandsche Graven somwylen Handvesten verleenden, onder den naeme van Vryheden, die gemeenlyck strekten tot beswaernissen der onderdanen; 't geen ons leere”, vervolgt hij, „hoe veel heylsaemer de tegenwoordige Hollandtsche Regeeringe zij, buyten soodanigh een Oppperhooft, wiens geduerigh interest altydts moet strecken tot verdruckingh der gemeente.”

Deze Handvesten vullen met de Privilegiën, Vroedschapskeuren van Enkhuizen, verscheidene Octrooien, accoorden, resolutiën, Unien tusschen de Stadt Enkhuizen en andere Steden, Uitspraken van de Staten van Holland en West-Friesland en van het Hof van Justitie te zamen een boekdeel van 400 pagina's.

Deze verzameling wordt geopend met een Handvest van Graaf Jan I, „Anno 1299 Saterdaghs nae Alderheyligen”, houdende verschillende bepalingen betreffende tienden, diefstal, moord, vechten, verraad en „veelderhande saeken”. Dit handvest heeft niet bepaald betrekking op Enkhuizen (de naam der stad wordt er niet in genoemd), doch geldt voor West-Friesland en is een extract uit, misschien een herinnering aan het „Handtvest van Graef Floris V, Anno 1288 op Maria-Boodtschap; handelt van Tollen, Burgerschap, Burgerrecht en veel andere puncten”, gegeven aan Medemblik, nadat de West-Friezen tot volkomen onderwerping waren gebracht. In die afd. Medemblik-Drechterland is dit handvest opgenomen in Latijnschen en Hollandschen tekst. Voor de andere steden van Drechterland wordt als oudste privilegie in den regel verwezen naar genoemd handvest.

Alleen voor Alkmaar wordt een ouder Handvest vermeld, mede in Latijnschen en Hollandschen tekst, gegeven door Graaf Willem II in het jaar 1254, met de renovatie van 1389.

De verzamelingen oorkonden van Alkmaar en de overige plaatsen bepalen zich hoofdzakelijk tot grafelijke handvesten, slechts heel enkele plaatselijke keuren loopen er tusschen door.
Behalve Enkhuizen, Hoorn, Alkmaar en Medemblik worden vermeld:
de stede Grootebroek met Bovenkarspel, Lutjebroek en Hoogkarspel. (Handvesten van 1364, 1389, 1401, enz. tot 1532 en juridische beslissingen van 1545 en 1547);
Hem en Venhuizen (1387 en 1413);
Schellinkhout en Wijdenes (1402 en 1429);
Westwoud met Ooster- en Wester-Blokker en Binnenwijzend (1413, 1426, 1429, 1431, 1433, 1444 en 1492);
Sijbekarspel en Benningbroek (1413, 1434, 1451, 1456, 1462 en extract uit de Resolutie van de Raden van Holland;
en voorts nog van Drechterland 1288-1458.

Voor wie zich in het verleden van Drechterland wil verdiepen, biedt dit oorkonden-hoek een uitgebreid studie-materiaal aan. Een zeer uitvoerige bewerking van de handvesten en keuren met betrekking tot het stadsrecht, het poorterschap, administratie en bestuur, rechtsorde en vrede, rechtspleging, in verband met de maatschappelijke toestanden en verhoudingen, enz. vindt men in de Werken der Vereeniging tot uitgave der bronnen van het oude vaderlandsche recht, in no. 7: van Mr. S. Pols over „West-Friesche Stadsrechten”, uitgegeven in 1885 en 1888.

In volgende uitgaven van het Historisch Genootschap „Oud West-Friesland” hopen we eenige nadere bijzonderheden uit die oude keuren mede te deelen.

D. Brouwer.

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.