Archivering » WFON » 1926 » Pagina 3
Den Lezeren heil!
Eerder verschenen in West-Friesland's Oud en Nieuw, 1e bundel, pagina 3.
Uitgave: Historisch Genootschap "Oud
West-Friesland", 1926.
„Een West-Friesche bundel! Hoe hebben zij 't durven besteken? Een paar namen die de heele
lading moeten dekken en voor de rest weet je niet waar het vandaan komt en wat het eigenlijk is. Heel
veel groens en weinig rijps. Ze zouden het kunnen noemen: „Van dit en dat, van alles wat”
en daardoor zouden velen, bij groot verschil van eischen er toch nog wel iets van hun gading in kunnen
vinden.”
Vriendelijk dank, Mijnheer de criticus, voor Uw milde beoordeeling: Ge gaaft precies onze gedachten
weer. Wij plantten zooveel groen omdat zonder groen nooit rijp zou kunnen komen en 't blad zijn waarde
heeft zoowel als de vrucht. Wij komen niet op de markt om de wedijveren tegen met eere bekroonden, wij
gaven wat we hadden en die geeft van 't geen hij heeft is immers waardig dat hij leeft.
Wij bieden van alles aan, omdat wij weten dat bij allerhande gading voor alles ook gaaijenaars zijn,
die niet ter markt zouden komen als er niets van hun gading zou wezen. En.... elk koopt naar zijn zin
en beurs! 't Gaat er mee als met de kunst. Het allerhoogste kunnen slechts weinigen bereiken, maar
laat men aan een ieder zien of hooren, waarvoor hij oog of oor heeft, dan ontwikkelt zijn kunstgevoel
spelenderwijze, vandaar het woord amusementskunst. Dat woord maken wij tot het onze, als vrijwel ons
bedoelen weergevend. Op vriendelijke ongekunstelde wijze leeren geven, luisteren en verstaan, als
vóór-oefening, in de hoop om zoo te leeren, later meerder en beter te kunnen geven.
Namens het Bestuur:
Van Balen Blanken, Voorzitter.
Ruijterman, Secretaris.