Archivering » Westflinge » 2008 » 25 juni
De ‘hersensmedingen’ van een tekenaar
Westflinge
De rubriek Westflinge richt de schijnwerper op het verleden van West-Friesland met een actuele aanleiding.
Vandaag aandacht voor pentekeningen van kloosters en andere oude gebouwen in Hoorn.
(Eerder verschenen in het Noordhollands Dagblad, woensdag 25 juni 2008.)
Door Ed Dekker
HOORN – Ceciliaklooster, Agnietenklooster, Geertenklooster, Mariaklooster, Claraklooster. Hoorn
kende in vroeger tijden een rijk kloosterleven. Er bestaan prachtige afbeeldingen van deze gebouwen.
Vereniging Oud Hoorn
besteedt in de jongste uitgave van haar kwartaalblad uitgebreid aandacht aan deze pentekeningen.
De schrijver van het artikel in het blad is Christiaan Schrickx. De titel luidt ‘Hersensmedingen van
Andries Schoemaker’. De term ‘hersensmedingen’ (verzinsels) roept op het eerste gezicht vragen op.
Later blijkt deze wonderlijke aanduiding heel toepasselijk, zoals we straks ook hier zullen zien.
Andries Schoemaker was een rijke lakenkoopman uit Amsterdam. Hij leefde van 1660 tot 1735. De man
interesseerde zich sterk voor oudheidkunde en verzamelde alles op dat gebied. Ook legde hij een
collectie topografische tekeningen aan.
Andries Schoemaker beperkte zich niet tot verzamelen. Hij tekende ook zelf, schrijft Christiaan Schrickx.
Per koets reisde schoemaker in 1726 en 1727 door Noord-Holland om kastelen, kerken, buitenhuizen en
dorpsgezichten vast te leggen. Van hem zijn minstens 150 tekeningen bekend die West-Friesland als
onderwerp hebben.
Schrickx vermoedt dat Schoemaker niet in Hoorn heeft getekend. Veel afbeeldingen blijken te zijn
nagetekend van bestaande prenten en gravures. Deze werkwijze kan onderzoekers op het verkeerde been
zetten. Christiaan Schrickx heeft uitvoerig studie gemaakt van tekeningen van Schoemaker en van
anderen.
Diverse publicaties over de geschiedenis van Hoorn bevatten getekende afbeeldingen van kloosters en
andere gebouwen, zoals kerken en 't Gasthuijs. De prenten riepen eerst veel vragen op bij
Christiaan Schrickx. Deze vragen beantwoordt hij in zijn artikel. Zijn conclusies kunnen van belang
zijn voor iedere historisch geïnteresseerde die in aanraking komt met afbeeldingen van Hoorn uit
die periode.
De onderschriften doen geloven dat de prenten dateren uit het begin van de zeventiende eeuw. Meestal
staat 1609 als jaartal genoemd. Handschrift en stijl van tekenen zijn volgens Christiaan Schrickx
duidelijk achttiende-eeuws. „Hoe kon je in de achttiende eeuw weten hoe de kloostergebouwen in
Hoorn er begin zeventiende eeuw uitzagen? Verscheidene afgebeelde gebouwen waren in de achttiende eeuw
al verdwenen“, aldus Schrickx. Twijfels over de historische betrouwbaarheid groeiden.
Ook stuitte Schrickx op verwarring wie precies de prenten heeft getekend. Veel tekeningen worden
toegeschreven aan Andries Schoemaker, maar zijn gesigneerd met J.S., de initialen van Jacobus Stellingwerf
(1667-1735). Vragen, veel vragen. Christiaan Schrickx liet zich niet ontmoedigen en ging verder op
onderzoek uit.
Wat bleek? Andries Schoemaker, de lakenkoopman en verzamelaar, had wel geld maar was niet begiftigd
met een groot tekentalent. Sterker nog, zijn tekeningen zijn, vindt Schrickx, van een ‘aandoenlijke
onbeholpenheid’. Dat besefte Schoemaker terdege en riep de hulp in van Jacobus Stellingwerf. Deze man
kon heel goed schetsen in het net uitwerken.
Na de dood van Stellingwerf in 1727 deed Schoemaker veel zaken met Cornelis Pronk (1691-1759). Amsterdammer
Pronk was zeer getalenteerd. Met grote nauwkeurigheid legde hij in steden en dorpen gebouwen vast. Op
zijn eerste reis, in 1727, deed tekenaar Cornelis Pronk Hoorn aan. Dat was direct of indirect in opdracht
van Schoemaker.
Ter uitbreiding van zijn verzameling prenten kopieerde Andries Schoemaker veel tekeningen, vooral van
Pronk. Andere tekeningen waren schetsen van Schoemaker die Stellingwerf had uitgewerkt. Op basis waarvan
heeft Schoemaker deze schetsen gemaakt? Immers, hij heeft niet in Hoorn getekend, zoals eerder gesteld.
Andries Schoemaker heeft zich voor zijn Hoornse kloosters en andere gebouwen gebaseerd op een kaart
van Velius uit 1615, concludeert Christiaan Schrickx. Met deze kaart naast zich maakte hij schetsen
die hij Stellingwerf liet uitwerken. De weergegeven situatie op de kaart leidt snel tot, zoals Schrickx
stelt, ‘vermakelijke vergissingen’. Hij noemt een aantal voorbeelden. Zoals met de Hoofdtoren en Oosterpoort.
„We herkennen deze bestaande gebouwen nauwelijks. De verhoudingen zijn zoek. Wie de kaart van
Velius bestudeert, kan begrijpen dat Schoemaker ze zo heeft weergegeven. Het is bekend dat de weergave
van gebouwen op oude kaarten onbetrouwbaar is.”
Van kwade opzet wil Schrickx niets weten. Hij benadrukt dat Andries Schoemaker wél in andere
plaatsen ‘naar het leven’ heeft getekend. „De prenten die hij van Hoorn maakte, waren niet
bedoeld voor publicatie. Ze waren voor hem zelf, als verzamelaar. We moeten goed beseffen dat de prenten
van Hoorn ‘hersensmedingen’ zijn, om in de eigen woorden van Andries Schoemaker te spreken.”
‘Hersensmedingen’. Dat mag zo zijn, de tekeningen blijven mooi. Vooral om over te fantaseren.