Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » West-Friesland toen en nu » Deel 10. Stolpboerderijen » pagina 42-45

10.10 Brongasketel in Wognum

De ontdekkingen van pionier Wouter Sluis

Het museum Huis van Oud bestaat uit de authentieke woning en stallen van een kleine boer met een gemengd bedrijf. Het staat wat verscholen aan de Grote Zomerdijk 33 in Wognum. Dichtbij de slootkant is in 2009 een brongasketel geplaatst, die afkomstig is uit de Wogmeer.
De ketel is niet meer in bedrijf, maar in de stallen is veel informatie te vinden over deze energiewinning, die vanaf 1895 tot ver in de 20ste eeuw huizen en boerderijen van gas voor verlichting, koken en verwarming voorzag. Wouter Sluis is de ontdekker van dat brongas zoals het nu nog wordt gebruikt.


Het Huis van Oud aan de Grote Zomerdijk in Wognum is behalve museum ook het onderkomen van de Historische Stichting De Cromme Leeck. (Pc)

Wouter Sluis werd geboren in 1827 in een stolp in de West-Friese buurtschap De Hout nabij Hoogkarspel. Door zijn huwelijk belandde hij op een boerenplaats in de Beemster.
Nadat zijn vrouw overleden was, trad hij voor de tweede keer in het huwelijk en werd boer op het Deutzenhofje aan de Neckerweg. In de winter van 1875 zag de Beemster boer in een dichtgevroren sloot enkele open gaten in het ijs. Daaruit borrelden gasbelletjes naar boven. Sluis ving die bellen op in een omgekeerde ton en toonde aan dat dit gas kon branden. Met dit experiment legde hij de basis voor de brongasinstallaties die op veel plaatsen in Noord-Holland werden aangelegd. Dat betekende een eigen energievoorziening voor honderden huishoudens. Maar van veel groter belang was dat Sluis met deze vinding ook de boerenkaasproductie behoedde voor een neergang tijdens de grote landbouwcrisis in de jaren tachtig van de 19de eeuw.

Een ooggetuigeverslag:

‘Het zal geweest zijn omtrent 1858. De heer W. Sluis van Beemster zou een voordracht houden op een avond in de afdeeling van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw. De naam Sluis was op aller lippen in dien tijd. Hij hield overal voordrachten over polderbemaling, over draineeren, over landbouwwerktuigen enz.; men las het elken dag in de couranten. De zaal was vol; aanwezig was een kaaskuip met melk, gereedschappen enz., want Mijnheer Sluis zou kaasmaken en de boeren leren hoe men goede kaas kon maken, ergo het volk verkondigen, dat kaasmaken een wetenschap is.’

Pionier

Wouter Sluis, die als één van de weinige boeren zijn vrouw tweemaal daags hielp bij de productie van de volvette Edammertjes, ontdekte bij het vermarkten dat de afzet begon te haperen en dat de prijs zakte. Hij introduceerde een nieuwe methode van kaas maken. ‘Kaasmaken is een wetenschap, die beoefend dient te worden’, stelde hij. Het via eigen brongas kunnen beschikken over voldoende heet water in de kaaskamer speelde een belangrijke rol in dat productieproces. Wouter Sluis was een pionier in agrarisch Noord-Holland die ver voor de muziek uitliep. Hij maakte het Deutzenhofje tot een kraamkamer van allerlei nieuwe landbouwmethodieken.
Ook ging hij de boeren af om hun zijn manier van kaasmaken te leren. Hij hield spreekbeurten en verstrekte raadgevingen aan de honderden bezoekers op zijn boerderij. In 1872 richtte Sluis met een buurman een fabriekje op, te beschouwen als de eerste Nederlandse kaasfabriek. Die poging mislukte echter, wellicht doordat hij met teveel dingen tegelijk bezig was. Wouter Sluis vond pas gehoor toen de kaasprijs onderuit ging.
De bruggenbouwer tussen wetenschap en praktijk overleed in 1891 in een zenuwinrichting.
Aan het eind van de 19de eeuw begon de opmars van de fabrieksmatige productie van kaas. Het silhouet van Oudorp werd als eerste dorp binnen de Omringdijk in 1884 verrijkt met de schoorsteen van een kaasfabriek. In 1885 volgden Warmenhuizen, Nieuwe Niedorp, Barsingerhorn en Schagen. In totaal zijn er in West-Friesland 75 zuivelfabrieken operationeel geweest, waarin kaas werd gemaakt. Er is er nog één over: de Friesland Campina-kaasfabriek in Lutjewinkel.

Zomaar uit de grond

Eeuwenlang al borrelt er gas in de polders omhoog. Dit gas werd na 1895 op duizenden plaatsen systematisch benut en nog steeds zijn er in de Noord-Hollandse polders zo'n 150 particuliere gasbronnen: kleine, primitieve energievoorzieningen waarbij gas wordt opgevangen dat zomaar uit de grond komt. Bij slecht weer geven ze veel gas, bij rustig weer een heel stuk minder. Op het gas wordt gekookt, er wordt mee gestookt en een enkele brongashouder eet bij gaslicht, nog net als vroeger. In sommige polders had driekwart eeuw geleden bijna elke boerderij zo'n installatie. Het boren van de putten, het maken van de ketels, de leverantie van gaslampen, kousen en glaasjes: het was een industrie die licht bracht in de polder.

(Bron: Vereniging tot Behoud van Gasbronnen in Noord-Holland)

Bolronde Edammers

Maar na bijna honderd jaar volgde een kentering. In 1971 begonnen Willem en Truus Koopman, wonend aan De Weere, als eersten in West-Friesland weer met het maken van kaas op de boerderij. Hun Edammers vonden gretig aftrek en met de verkoop ervan krikte Koopman en passant ook zijn inkomen omhoog. Zoon Sjaak is in de voetsporen van zijn vader getreden. Zijn vrouw Lia vertelt: ‘Wij brengen als enigen nog de bolronde boeren Edammer op de markt’.
Willem Koopman kreeg in West-Friesland enkele volgelingen. De gebroeders Wim en Piet Klaver richtten in 1977 in hun stolp aan de Langereis een kaaskamer in. Niet voor het maken van gewone boerenkaas, maar voor de productie van kaasspecialiteiten. De grote vraag naar hun product maakte uitbreiding noodzakelijk. De broers stichtten Klaver Kaas BV en lieten op het bedrijventerrein Winkelerzand in Winkel een fabriek bouwen, waarin zo'n acht miljoen liter melk tot kaasspecialiteiten wordt verwerkt. Een tweede productielijn zorgt voor het verwerken van de melkopbrengst van ruim duizend eigen geiten tot kaas. Deze boerenkaasfabriek staat op een steenworpafstand van de FrieslandCampina-fabriek in Lutjewinkel.
Zelfs in zijn stoutste droom had Wouter Sluis deze afloop van de ontwikkeling van de kaasproductie binnen de Omringdijk niet kunnen bedenken. In het dorp Winkel is de cirkel weer gesloten.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.