Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » West-Friesland toen en nu » Deel 7. Sporen van strijd » pagina 18-23

7.4 Twee ankers in Enkhuizen

Overvallen van de Geldersen

Het dubbelrondeel de Drommedaris is één van de belangrijkste monumenten van Enkhuizen. In 1540 werd het opgericht als poortgebouw over het tracé van de Westfriese Omringdijk. Een opvallende versiering aan de muur van het laagste rondeel vormen de twee ankers die daar omstreeks 1832 zijn aangebracht. Zij herinneren aan een aanval van de Gelderse vloot in 1537, die door Enkhuizer burgers werd verijdeld.


De Drommedaris met de twee ankers die volgens het verhaal door de Geldersen werden achtergelaten na een mislukte aanval op de stad. Tussen de ankers staat een gedicht in het Latijn dat de Hoornse dichter Hadrianus Junius op dit voorval schreef. (Foto TM)

Prent van de aanslag der Geldersen in 1537, waarop is te zien hoe de ankertouwen worden gekapt. De prent dateert uit de 18de eeuw en is historisch niet helemaal juist, omdat de Drommedaris pas in 1540 werd gebouwd. (WFA)

In de tweede helft van de 15de en de eerste helft van de 16de eeuw bestond er een broos machtsevenwicht tussen de regeerders in het oosten van het land en die in het westen. Het waren de Gelderse hertogen, met hun aanhang in Groningen, Friesland en Overijssel, en de Bourgondische en later de Habsburgse vorstenhuizen, die onder meer heersten over Holland, Zeeland en delen van Noord-Frankrijk.
De strijdende partijen probeerden daarbij vaak hun vetes te beslechten op de Zuiderzee. Ook de kustgebieden werden bij die strijd betrokken.


Het gezicht op de stad Enkhuizen vanuit zee. Het stadsprofiel is een randafbeelding op een kaart van Egbert van den Hoof naar Lucas Jansz Waghenaer. De ankers hingen tot de sloop in 1832 aan de Engelse Toren (b). (WFA)

De Gelderse hoek

In 1473 had de Bourgondische graaf Karel de Stoute de macht over Gelderland overgenomen. De Geldersen betreurden dat en toen Karel in 1477 sneuvelde, zagen ze kans om hun zelfstandigheid terug te krijgen. Allerlei kleine en grotere schermutselingen volgden. De bestuurders van Enkhuizen probeerden echter op het water de rust te handhaven, want de handel en scheepvaart op de Zuiderzee waren voor hen van levensbelang. Die houding zorgde voor onvrede tussen beide partijen. Het gevolg was een poging van de Geldersen om Enkhuizen te veroveren.

Detail van een kaartje van de kust van Enkhuizen uit 1775 met centraal de Gelderse Hoek. Het dijkstuk is vernoemd naar de landing van de Geldersen die ongeveer hier moet hebben plaatsgevonden. (WFA)

Met een invasie op de dijk ter hoogte van de buurtschap Oosterdijk werd, buiten het zicht van de stad, een legermacht aan land gebracht. De Geldersen hadden een afspraak gemaakt met een burgemeester die kennelijk wél vrede wilde sluiten. De bedoeling was dat men de stad tot de Noorderpoort zou naderen en daar van de verraderlijke burgemeester de sleutels toegespeeld zou krijgen. De overvallers werden echter al bij de Noorderdijk ontdekt en de burgers raakten in rep en roer. De overval mislukte. De landingsplaats heet sinds die tijd de Gelderse Hoek.


De haveningang van Enkhuizen omstreeks 1980. Met centraal de Drommedaris, linksonder het havenlicht 't Vuurtje en in het verschiet de Zuiderkerk. (Pc)

De trofeeën

Het plan voor een andere overval vanuit het Gelderse kwam vele jaren later, in 1537. In de nacht van 21 op 22 juni van dat jaar trok een Gelderse vloot op naar Enkhuizen. Twee uur voor zonsopgang bereikte men de stad. Twee schepen naderden de wal en gooiden het anker uit. Maar ze werden tijdig door enige burgers opgemerkt. Pogingen om zich terug te trekken mislukten door de eb. Verraderlijke ondiepten maakte de aftocht nog moeilijker. De ankers werden gekapt en bleven duidelijk zichtbaar achter.
In triomf werden ze door de Enkhuizers binnengebracht en opgehangen aan de Engelse Toren, die dateerde uit 1496. Toen de toren in 1832 gesloopt werd, verhuisden de ankers naar de Drommedaris.
De Hoornse dichter Hadrianus Junius en de Enkhuizer rector van de Latijnse School schreven enige jaren daarna een triomfdicht dat nog steeds bij de ankers te lezen is, zij het in Latijn. De laatste regels, vertaald, luiden:

Dees’ankers afgekapt toen d’aenslag was gemist,
getuigen, Geldersman, uw trouweloose list.


De Drommedaris vanaf de zeezijde met de toegang tot de poort. (Foto TM)

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.