Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Thema's » Andijk

Andijk: Historie

Reeds voor 1300 was in het midden en oosten van West-Friesland een zevental duidelijk begrensde maatschappelijke eenheden tot stand gekomen met elk een eigen kerkelijk, plaatselijk, rechterlijk en waterstaatkundig bestuur. Toen West-Friesland tegen het einde van de 13e eeuw aan de Hollandse gravenkroon was gehecht, vereiste de economische ontwikkeling herziening van het rechtsbestel. Dit kwam tot uiting in het verlenen van stedelijke rechten. Na Medemblik, dat in 1289 als eerste stadsrechten verwierf, verkregen ruim een halve eeuw later ook Enkhuizen en Gommerkarspel, Hoorn, Grootebroek en Bovenkarspel deze rechten. Onder de stadsrechten van Grootebroek werden in 1402 Lutjebroek en in 1403 Hoogkarspel gebracht. Deze stadsrechtverleningen lieten de werkzaamheden der dorpsbesturen evenwel onverlet. Afgezien van Enkhuizen, traden er in 1795 als opvolgers van de dorpsbesturen in dit deel van West-Friesland zes gemeentebesturen op, te weten: Westwoud, Binnenwijzend, Hoogkarspel, Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel.

De reeds lang bestaande buurt 'aan de Dijk' (Andijk), in het noorden van het grondgebied van Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel gelegen en die in het midden der 17e eeuw kerkelijk zelfstandig was geworden, ontbeerde nog een eigen dorpsbestuur, hetgeen in de loop der eeuwen reeds aanleiding had gegeven tot vele moeilijkheden en conflicten. Bij keizerlijk decreet van 21 oktober 1811, dat met ingang van 1 januari 1812 alle gemeenten met minder dan 500 inwoners deed opgaan in andere gemeenten, werd Andijk, dat toen 1162 inwoners telde, ten koste van Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel en onder toevoeging van het te kleine Wervershoof (447 inwoners) tot een zelfstandige gemeente verheven. Deze beslissing werd, behoudens herstel in 1917 van Wervershoof als zelfstandige gemeente, na de Franse tijd gehandhaafd.
Omstreeks 1660 woonden er slechts een paar honderd mensen aan de dijk, waaraan op het westeinde in 1667 een eenvoudig kerkje werd gebouwd. Rond dat kerkgebouw ontwikkelde zich een buurtje, dat allengs het hart van een groeiende gemeenschap werd. In 1811 telde Andijk 1160 inwoners, bijna allen Nederlands Hervorrnd. Er stonden toen ruim 200 huizen, waarvan 60 boerenplaatsen met ruim 100 ha. grasland en 100 ha. bouwland.
Er was op het Buurtje een school en er kwam een raadhuis. In het jaar 1836 scheidden de Gereformeerden zich af van de Hervormden.
In het begin van deze eeuw is er langs de dijk een vrijwel aangesloten lintbebouwing ontstaan vanaf de grens met Enkhuizen in het oosten tot aan die met Wervershoof in het westen over een lengte van circa 7,5 km.

De bevolking vond vroeger voornamelijk een bestaan in de veeteelt. Na 1850 werd geleidelijk overgeschakeld van veeteelt op akkerbouw en zaadbouw en rond de eeuwwisseling is Andijk een tuinbouwdorp geworden.
Het inwonertal is dan uitgegroeid tot ruim 2500. Bij afwezigheid van een duidelijke kern ontstonden op verschillende plaatsen langs de dijk buurten van tuindershuisjes (Bangert, Krimpen, Munnikij, Kerkbuurt, Geuzenbuurt, Broekoord).

In januari 1916 woedde er een hevige storm en tal van dijken om de Zuiderzee bleken te laag en te zwak. Op enkele plaatsen braken de dijken zelfs door. Ook hier had de dijk het zwaar te verduren, maar hield ternauwernood stand. Na de storm verdween de smalle rijweg op de dijk en werd de dijk verzwaard en een meter opgehoogd. Aan de voet van de dijk kwam de nieuwe weg. Het één en ander leidde tot een verplaatsings- of afbraakoperatie van een kleine 300 opstallen. Vervangende bouwterreinen werden verkregen langs een in de polder aangebracht netwerk van wegen.
Zo ontstonden de Stormweg (nu omgedoopt tot Kleingouw), de Kleingouw, de Knokkel, de Middenweg, de Hoekweg en de Molenweg. Er moesten 25 bruggen worden gebouwd en de Andijkers moesten na eeuwen van de dijk af. Doordat kernvorming achterwege bleef kon de lintbebouwing zich uitbreiden over een totale lengte van ongeveer 20 km. De stormramp had ook grote invloed op de verwezenlijking van de Zuiderzeeplannen. Nog in 1916 werd een wetsontwerp voor de drooglegging aangenomen en in 1926 werd begonnen met de bedijking van de Andijker Proefpolder. Op 18 augustus 1927 viel de polder droog.

Door de bouw van het poldergemaal Het Grootslag (thans museum) in 1871 en de uitbreiding daarvan in 1883 werden de molens overbodig, zodat afbraak volgde (1906/1908). Bij al deze veranderingen voegde zich nog een andere en wel de opkomst van de bloembollencultuur, die tot op heden - naast de toename van de glascultures - een van de voornaamste bestaansbronnen werd. In de crisisjaren verlieten veel kleine tuinders het dorp of emigreerden. De oorlog ging aan Andijk zelf betrekkelijk rustig voorbij. De polder vormde door z'n ontoegankelijkheid een ideaal toevluchtsoord voor wie moest onderduiken. Na de oorlog volgde een emigratiegolf. Met vooral als uitschieters de jaren 1947-1953, vertrok tot 1965 bijna 15% van de bevolking (656 personen), voor het merendeel naar Canada (ruim 500 personen). Oorzaak: slechte economische omstandigheden in de tuinbouw. In 1951 werd een proefverkaveling uitgevoerd.

Vanwege de sterk verouderde productieomstandigheden deden verschillende gemeenten waaronder Andijk, in het begin van de zestiger jaren een aanvraag tot ruilverkaveling van gronden. Met name bestonden er ernstige gebreken op het gebied van de ontsluiting, de verkaveling, de perceelsgrootte en ligging van bedrijfsgebouwen, waardoor een rendabele bedrijfsvoering onmogelijk werd gemaakt. De daadwerkelijk ruilverkaveling van de polder Het Grootslag vond plaats tussen 1973 en 1979.
Daarmee heeft de complete metamorfose van het landschap van Andijk, door de overgang van de vaar- naar rijpolder, zijn beslag gekregen.
Steeds meer bedrijven verplaatsen zich vanaf 1974 vanuit de lintbebouwing naar de verkaveling. Vanaf de beginjaren vijftig tot medio jaren zestig komt in het centrum van het dorp de dorpskern van de grond, met daarin huishoudschool, kruisgebouw, bejaardencentrum, raadhuis, postkantoor, zwembad, dorpshuis, winkelcentrum (1973) en bovenal woningbouw, waardoor het vertrekoverschot kan worden gewijzigd in een geringe bevolkingsgroei.

Tot 1969 is er sprake van een vrij geringe bevolkingsgroei, in hoofdzaak veroorzaakt door het geboorteoverschot, maar van 1971 t/m 1973 kan voornamelijk door vestiging van stedelijke bevolking een vrij snelle groei worden gesignaleerd. De Bangert ontwikkelt zich tot een secundaire kern, gericht op het opvangen van de eigen woningbehoefte. Na de heftige bouwactiviteit in Lange Deele II (1980-1981) is de woningbouw door bijgesteld beleid van de hogere overheid afgenomen.

Per 1 januari 1979 is de gemeentelijke herindeling van West-Friesland Oost een feit geworden. De grillige zuidgrens van de gemeente is daarbij in zuidelijke richting verplaatst en ligt nu in het midden van het water van de Kadijk. Als gevolg van Andijk vroeger en nu de grenswijziging is het grondgebied van de gemeente van 1623 ha. gebracht op 2260 ha. Het aantal inwoners stijgt daarentegen slechts met 61 personen. Per 1 januari 1990 is in het kader van een bestuurlijke indeling van het noordelijk deel van het IJsselmeer aan de gemeente Andijk een aanzienlijk gedeelte IJsselmeerwater toegevoegd. De oppervlakte van de gemeente is hiermee gekomen op 4760 ha.

Bovenstaande tekst is overgenomen uit de gemeentegids van Andijk (editie 2000-2001).

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.