Archivering » De Speelwagen » 1955 » No. 10 » pagina 259-260
Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 10e jaargang No. 9/10, 1955,
pagina 259-260.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
De reis is volbracht. Tien jaar zijn we samen met De Speelwagen „an de reed”
geweest en nu gaat ons voertuig weer naar de museumstal en ons paard&hellips;? Ja, beste reisgenoten,
wat moeten we met Bruintje?
Nee, niet naar de markt en dan naar de slager. We willen geen geld en geen tranen, maar zoeken een
vriendelijk reisgenoot met een eigen karretje, een warme stal en een goed hart!
Aart Doets in de Beemster, jij houdt nog van koetsieren en je hebt met de vrouw van „meet of
an” achter ons op de speelwagen gereden, we schenken je van harte onze trouwe viervoeter voor
het verdere leven. Het dier is nog van zessen klaar en heeft geen nukken, zo je weet. Wil je?
En daar staan we nu met z'n allen op het wagenpad en willen afscheid nemen. We zijn dankbaar, dat u
ons zo lange tijd trouw bent gebleven en dat zo velen de ritten hebben opgevrolijkt. En wat ons steeds
het meest heeft verheugd is de gemoedelijke en vriendschappelijke geest onder de reisgenoten. Wie wat
te zeggen had kon altijd z'n woordje doen en het liefst luisterden wij naar hen, die uit het hart
spraken.
Onze ritten beoogden in de eerste plaats u in aanraking te brengen met het gewestelijk volksleven, de
historische schoonheid van het land en vooral met elkander. In onze hooggestemde blijmoedigheid na de
Bevrijding in 1945 konden wij de lust opbrengen met u uit te rijden in een voertuig, dat reeds lang
z'n tijd heeft gehad, maar ons toch zoveel aantrekkelijke mogelijkheden bood, dat we het nooit hadden
willen ruilen voor comfortabel gemotoriseerd vervoer.
Het zijn goede jaren geworden en duizenden zijn met ons meegereden. De Wagenwacht hielp bij het instappen,
de Historische Genootschappen, het Anjerfonds en ons Provinciaal Bestuur zorgden voor haver in de kist
en de mannen in Wormerveer hielden de wagen goed in de verf.
Nu we uitstappen en de schare reisgenoten overzien, kunnen we er heus niet aan beginnen ieder de hand
te drukken, zo velen zijn dat er nog. Het zou nachtwerk worden. Toch mogen we niet verzuimen een enkel
woord van dank te richten tot allen, die hun beste beentje hebben voorgezet en tot het welslagen van
onze reizen hebben bijgedragen.
Noemen we enkele namen, dan richten wij ons tot u mevrouw Ter Horst-Hoekstra met een woord van grote
waardering voor uw prachtige schetsen in het Westfries en tot u mijnheer Belonje voor uw uitstekende
historische toelichtingen en tot u, mevrouw Bekhof-Hartog, voor de artistieke foto's van de reis.
Foto's, die herinneringen opwekken aan de mooiste ritten en door ons nog dikwijls zullen worden bewonderd.
En onze actieve Kuiper, die nu weer op de darsdeuren is geklauterd voor een laatste plaatje. Welbedankt
voor je waagstukken in dienst van de actualiteit.
Verkenners op het terrein van historie en folklore, professor Lampen, rector Voets, mr. Scholtens en
burgemeester Baken, u hebt ons laten genieten van kijkjes in het verleden en Jan Mens, jij bracht ons
de historie met de kleur van een eigen visie. Jouw talent heeft nog voor de IJ-tunnel opengesteld wordt
een vaste verbinding tussen stad en land tot stand gebracht. Kom nog dikwijls naar het land van Leeghwater,
Wijntje Klaasdochter en Betje Wolff.
Dingeman Korf heeft stellig een goede reis gehad, want hij heeft een paar zeldzame tegels op de kop
getikt. Gelukkig heeft hij geen complete schouw in de zak gestoken, want deze behoort in de oude
boerderij te blijven. Dat uw instructieve causerieën mogen bijdragen tot het behoud van zoveel
schoonheid binnenskamers!
En wie kent onze tekenaar Oortwijn niet? Hij heeft nauwelijks tijd om naar ons compliment te luisteren,
want hij ziet weer wat. We wensen je in ons gewest nog lang met de tekenpen op pad te zien, Maarten.
Wanneer we nu nog een blik werpen over alle reisgenoten, dan valt ons op hoe rijk gevarieerd het
gezelschap is. Daar zien we Trijntje Bakker-Mantel uit het „Avondlicht”" en Miss Eikenhout
uit Michigan, Gerrit de Beurs uit Alkmaar en A. L. Koenen uit Paramaribo. Verderop de heren Sieswerda
en De Jong uit De Rijp met Nolte en Van Petten van Curaçao. Lies Leeghwateruit Oost-Knollendam
en G. IJskes, die straks weer naar Tasmanië afreist. De heren Nobel van Lutjewinkel en Valkering
uit de Cameroun: ze hebben elkaar gevonden. De laatsten, die ons verlaten zijn Kerkmeijer en Nooteboom,
ze hebben een zakboek vol aantekeningen, die werk aan de winkel van de Commissie voor Landelijk Schoon
van het Historisch Genootschap „Oud West-Friesland” zullen brengen.
We groeten allen met een brede zweepzwaai en wensen u toe, dat onze reis nog lang in uw herinnering
bewaard zal blijven en dat we elkaar toch regelmatig in „Noordholland” zullen ontmoeten.