Archivering » De Speelwagen » 1955 » No. 2 » pagina 34
Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 10e jaargang No. 2, 1955,
pagina 34.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
De plannen om te komen tot opbouw van een typisch Oudzaanse buurt nemen steeds vaster vorm aan.
Wil men iets redden van wat de Zaanstreek nog bezit aan Zaans skoon, dan wordt het wel de hoogste
tijd maatregelen te treffen. De industriële ontwikkeling brengt de oude bouwwerken in verdrukking
en hoewel wij altijd willen voorstaan dat historische monumenten op de oorspronkelijke plaats
gehandhaafd blijven, menen we toch dat hier verplaatsing te verkiezen is boven verplettering tussen
staal en beton van moderne fabrieken.
Men hoopt binnen afzienbare tijd met het verplaatsen en opbouwen te beginnen. In het Openluchtmuseum
heeft men reeds een Zaans hoekje, maar wat men daar mist is de Zaanse atmosfeer, de geur van het
Zaantje zelf. We mogen ons dus verheugen dat er nu een reservaat op de juiste plaats zal komen en we
twijfelen er niet aan of men krijgt er plezier in om daar te gaan wonen, want een goed doortimmerd
Zaans huis is gezellig, vooral als men uitzicht geniet op het water.
We hopen echter dat het geen kijkspul wordt voor het vreemdelingenverkeer, maar een levend centrum
van Zaanse cultuur.
Bovendien lost hiermede de Zaanstreek een ereschuld in jegens het verleden, want al is een huis maar
een huis en een molen maar een molen, het getuigt van gebrek aan eerbied voor de arbeid van onze
voorgeslachten als we zonder meer afschrijven wat zij met zoveel bekwaamheid en liefde hebben
voortgebracht.
De laatste Zaanse molens blijven behouden, zelfs „De Ooievaar” bij de Julianabrug wordt
waarschijnlijk weer in de veren gestoken. Wie had dat ooit durven verwachten. Bravo, gemeentebestuur
van Zaandam.
„De Ooievaar”, symbool van jong veelbelovend leven heeft jaren geplukt en rillend kaal
staan treuren, taai volhardend in de strijd om het bestaan, met aan de overzij „De Dood”
voor ogen. „De Dood”, die dank zij de activiteit van „De Vereniging de Zaanse
Molen” zichzelf overwint en tot nieuw leven wordt gewekt.
Molens zijn persoonlijkheden, ze hebben een ziel en hun levens hebben met het onze gemeen, dat ze
treuren als niemand meer naar ze omkijkt. Maar ze zijn onze blijmoedige kameraden als ze geacht worden.
Zag de oude „Schoolmeester” onlangs in feesttooi ter ere van z'n jubilerende principaal.
Het Zaanse hart ging open.

Molen „De Schoolmeester”, in 't mooimakersgoed,
bij 't jubileum van de baas (Foto S. Kok)