Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1951 » No. 6 » pagina 161-165

1626 Wijde Wormer 1951

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 6e jaargang, 1951, No. 6, pagina 161-165.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: K. Oly.

Dezer dagen is er in Wijdewormer opgewekt feest gevierd ter gelegenheid van het 325-jarig bestaan van het waterschap „De Wijde Wormer”. Dan zal worden herdacht, hoe 31 eeuw geleden energieke voorvaderen het Wormermeer hebben drooggemalen en in een vruchtbare polder herschapen.
Ter gelegenheid van dit gedenkwaardige jubileum laten wij onderstaand artikeltje volgen.

Dijkhuis, Neck, Gem. Wijde Wormer.

Dijkhuis, Neck, Gem. Wijde Wormer.

Blijkens oude kaarten stond het Wormermeer vóór de droogmaking in open verbinding met andere wateren als de Enge Wormer, de Starnmeer, de Zaan en het Twiske en werd omringd door de dorpen Neck, Purmerland, Oostzaan, Wormer, Jisp en de stad Purmerend. Langs het meer woonden vissers en „De Wormer„ zal toen aan velen een bestaan opgeleverd hebben.

Nadat in 1612 het Beemstermeer en in 1622 het Purmermeer waren drooggemaakt werden ook plannen gemaakt om van de Wormermeer een polder te maken. Het initiatief daartoe werd genomen door de burgemeesters van Purmerend en enige andere bekende voorname personen van die tijd.
Op 24 Maart 1623 werd tussen hen een overeenkomst gesloten om aan de Staten octrooi te verzoeken voor de bedijking en droogmaking van de Wormer. Dit stuk is in het archief van de gemeente Purmerend te vinden. Op grond van het door de toenmalige Rekenkamer uitgebracht advies hebben de Staten op 25 Maart 1624 onder verschillende voorwaarden het octrooi toegestaan. De benodigde vergunning was verkregen, zodat met bedijking en droogmaking een begin kon worden gemaakt.

Toen het meer werd drooggemaakt bestond reeds 't oude dorp Neck. De Ringdijk werd zodanig aangelegd, dat enige huizen binnen de dijk kwamen te liggen. Enige huizen, die voor het leggen van de dijk in de weg stonden, werden gesloopt. Hetzelfde lot onderging een oud kerkgebouw. Een toegekende vrijdom van lasten op de in de Wormer te bouwen huizen werd van toepassing verklaard op de reeds bestaande huizen.

Er deden zich bij de bedijking ook tegenslagen voor. In 't begin van 1625 werden er in de Zuiderzeedijk tussen Durgerdam en Uitdam door storm gaten geslagen, waardoor heel Waterland werd overstroomd. Het water bereikte ook de Wormerdijk en vernietigde ten dele het werk der bedijking. Doch de bedijkers lieten zich door deze schade en tegenspoed niet ontmoedigen. Men ging weer met nieuwe moed aan het werk met gevolg dat in de eerste helft van 1626 het Wormermeer was droog gemaakt.

De gronden werden 't vrije eigendom van de bedijkers en allen die in het grote werk deel hadden, tot wie voor de Wormer o.a. nog behoorde de stad Monnickendam. Hieruit mag men echter niet concluderen, dat zulke droogmakingen voor de ondernemers groot voordeel opleverden. Het tegendeel was het geval. Zo werd in de vergadering van Juni 1624 besloten tot aanbesteding van achtkante watermolens en in Augustus van dat jaar werd volgens de notulen besloten om voor de dekking van de kosten der dijkagie drie omslagen van totaal honderdduizend gulden te heffen zijnde ƒ 18.- per ha.

Men zou aan enkele gemeenten rond Wijdewormer (o.a. Purmerend en Monnickendam) de erenaam kunnen toekennen van „belangrijke plaatsen” voor de droogmaking van het Wormermeer.
O.i. gaat de grootste eer echter naar De Rijp, woon- en geboorteplaats van Jan Adriaansz. Leeghwater. Deze Leeghwater was een veelzijdig bekwaam man, die vooral bekendheid verwierf als molenmaker en waterbouwkundige. Van zijn grote kennis werd gebruik gemaakt bij het droogleggen van de Noordhollandse meren, waardoor deze „ingenieur en molenmaker” ook in het buitenland beroemd werd.
Het is Leeghwater geweest met wiens bekwame medewerking ook de Wormer werd drooggemaakt.

Voor de droogmaking een feit was, was er dus reeds een bestuur. Dat bestuur zorgde later ook voor de verkaveling, waar de z.g. kavelcondities voor werden opgesteld. Deze vormden als het ware de grondwet voor het nieuwe gebied.
Zo bepaalden de kavelconditiën, dat elk jaar de rekening van de Wormer ten raadhuize te Purmerend zal worden behandeld. De vergaderingen van het polderbestuur werden de eerste tijd alle in het Purmerender stadhuis gehouden. Later toen de Wormer een Polderhuis (Dijkhuis genoemd) kreeg werd ook daar vergaderd. De grote vergadering wordt nog altijd in Mei te Purmerend gehouden. Vandaar dat de desbetreffende kamer in het meergenoemde gemeentehuis de Wormerkamer wordt genoemd.

Op de dag van de verkaveling n.l. op de eerste Augustus van het jaar 1626 was er nog een andere belangrijke gebeurtenis voor de Wormer en omgeving. Wij bedoelen de „dankzegging” in de kerk te Purmerend. Deze dag werd namelijk aan de droogmaking een kerkdienst gewijd. Voorganger was Ds. Brouwerus, die van het polderbestuur een zilveren schaal ontving.
Na deze dienst gingen de heren van de Wormer weer naar het Stadhuis van Purmerend „omme de als noch gemeene, ende onverdeelt leggende gronden van de Wormer, bij lot ofte cavelinge te scheyden”.

De Wijde Wormer heeft veel van overstromingen te lijden gehad, als gevolg van doorbreken van de Zuiderzeedijk. In 1825 liep de polder vol water, zodat de bewoners moesten vluchten en enkele personen en vele runderen en schapen de dood in het water vonden.
Bij de overstroming in 1916 kon het water met grote moeite worden gekeerd.

Een van de weinige overgebleven historische plekjes vormt zeker het „Dijkhuis” te Neck, hierboven reeds genoemd.
Het gebouw verloor uitwendig weinig van het oorspronkelijk uiterlijk. De omlijsting vertoont nog aardig lofwerk en in de gevel komt de wijzerplaat van het uurwerk en een voorstelling van het wapen voor.
Het overheersende groen in het schilderwerk doet echt Waterlands-Zaans aan, tussen welke beide streken deze polder de verbinding vormt.
Jammer genoeg bezit het gebouw geen historische (vergader) kamer meer en zijn aldaar weinig oudheden bewaard gebleven. Het wordt reeds geruime tijd door een 3-tal gezinnen bewoond. De tegenwoordige vergaderkamer, de zgn. „Herenkamer"”, beslaat slechts een beperkte ruimte, waar tevens het archief in enkele muurkasten is ondergebracht. Enkele tekeningen van historische feiten vinden in deze kamer een plaats. Verder prijkt op de groene tafel een prachtig zilveren inktstel, indertijd aan het bestuur geschonken door de gezamenlijke molenaars.

In het beperkte polderarchief zijn gelukkig een aantal octrooien en andere waardepapieren bewaard gebleven, die de basis vormden voor de drooglegging.
Octrooien van de Staten van Holland, sierlijk geschreven op zwaar perkament en voorzien van jaartallendragende lijvige lakzegels.

K. Oly, Gemeentesecretaris

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.