Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1951 » No. 4 » pagina 108-109

Toen de afsluitdijk nog niet bestond

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 6e jaargang, 1951, No. 4, pagina 108-109.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: M. Zwaagdijk.

Een jeugdherinnering

In die tijd werd bij ons op Zwaagdijk elk jaar opnieuw de lente aangekondigd door de visman uit Enkhuizen. Als de wind enige dagen uit het Oosten had gewaaid - het verband tussen Oostenwind en de Enkhuizer visman zal nog eens door de historicus worden verklaard - en de lucht was blauw en de zon bescheen de lichtgroene bruidsluiers van de iepen langs de grintweg - dan kwam met deze „nieuwe lente een nieuw geluid.” Want de visman, tronende op zijn hondenkar zong - ja hij zong! Zodat ik dacht, dat hij het voor zijn pleizier deed - met heldere stem de Enkhuizer straatroep, die we op Zwaagdijk anders nooit hoorden: „Pan-èriiiing! Pan-èriiiing!!” En moeder, die hem had zien en horen aankomen, spoedde zich met een emmer over de dijk en de visman liet al tellende het zilveren zeebanket door de handen in de emmer glijden. In Enkhuizen hadden ze de haringen zeker maar voor 't opscheppen, want ze waren ongelofelijk goedkoop. Voor een paar dubbeltjes had je een emmer vol blanke vissen. Ze werden aan een speet geregen en in de zon en de wind aan een paar spijkers tegen de muur te drogen gehangen. Als de visman met zijn lege kar huistoe ging, liet hij het wapen van Enkhuizen achter, dat pronkend uithing aan de nederige woningen, die hij had bezocht. De boeren schenen van hem minder gediend te zijn. - Gedroogd gingen de haringen in de schoorsteen en na enige weken waren ze voor de consumptie geschikt. Ze hadden dan een donkere kleur en waren spijkerhard. Ze werden gekookt en bij de aardappelen gebruikt. Wat ik erg jammer vond, want dit zeebanket vond ik zo uit 't vuistje veel lekkerder.

De vergelijking met een ander banket was voor mij niet weggelegd, want dat had ik nog nooit geproefd.
Ja, toch. Eens was ik in de grote stad Hoorn met de vele winkels. En ik was in 't zeldzame bezit van twee en een halve cent. Mijn nichtje, even groot als ik, maar met veel meer levenservaring, zei, dat ik daar een roomhoren voor kon krijgen. 'k Wist niet, wat voor horen dit was, maar zij bracht mij naar een étalage van een banketbakker en beschreef mij het genot van een roomhoren zo verleidelijk, dat ik bezweek - de geschiedenis is aloud, maar altijd nieuw - en het vierduitstuk in zijn geheel versnoepte. En toen de roomhoren op straat in onze magen was verdwenen, waren mijn kleverige vingers de enige getuigen van een korstondig en losbandig genot.

Dat was de wufte stad! Hoe geheel anders de dege-degelijkheid van het platteland!
Als ik naar school ging, kreeg ik van moeder zo'n spijkerharde haring mee. En ik kloof er op met onuitsprekelijk genot gedurende het hele schoolpad! En in de bank had ik dan nog een stuk over in mijn „diesek” voor de terugweg! Gezegend zij de eenvoud van het land en de zingende Enkhuizer visman op zijn hondensnor in het voorjaar, toen de afsluitdijk nog niet bestond.

M. Zwaagdijk

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.