Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1951 » No. 1 » pagina 26-28

Allemanswerk

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 6e jaargang, 1951, No. 1, pagina 26-28.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.

Iets over het Enkhuizer dialect

Het was op een zomeravond, dat ik door de straten van mijn goede oude geboorteplaats Enkhuizen wandelde. En het bleek mij dat ik door de vele jaren van afwezigheid daar vrijwel een onbekende geworden ben. Tot op eenmaal een oudere man, genoeglijk op de drempel van zijn woning gezeten, het hoofd ophief en vriendelijk groetend mijn naam noemde. „Sullev. u u. ur.” En toen kwam mij in de gedachte, dat het Enkhuizer dialect toch wel zeer sterk afwijkt van dat in het overig deel van West-Friesland en er zelfs geen verwantschap te bespeuren valt.

Als wij jongens vroeger door de Streek liepen scholden de jongens aldaar ons vaak uit voor „statter vieg” (vijg). En onze neef in Lutjebroek kon ons zo heerlijk plagen met „een aan op un outen ekkie” en met „Rindert ij je nag kninne?” (Rijnder heb je nog konijnen?) We aolden sundesogges een skitter (bollekoek die men spottenderwijs een purgerende werking toeschreef) bij... in de Nijsteeg (Nieuwe Westerstraat) en we liepen daar op het sleggie (kleine steentjes).

We speelden Piewiet (verstoppertje) rond de Westerkarken het soepusie (soephuisje ) en door de steigertjes (steegjes) en je odde maar te zorrege, datte ze je niet krigge konne. We vongen krobbe en garrenille (krabben en garnalen) in de aoven op 't Suud (Zuid).”

We kuierden door de Ouwe Riedik (Rietdijk), die op het Bolwark uutkwam en je konne die wandeling uutstrekken tot om het Karkof (Kerkhof) en langs de Bokseweid (Boxweide) over de Wierdik naar t ôôfd (hoofd). In de Wiede Stijger waren maar weinig usies (huisjes), 't was temet alles tuun (tuin).

De Westerstreet (ee van weer) was het domein van het opkomende geslacht. Er was en is nog wel een straat die Meidenmarkt heet, maar daar was geen aanvoer. Deer od je ok niks an. We ewwe wel lachen om een groentemennetje, dat zei, dat hij naast diverse koolsoorten ook heerappele en huien had.

Ik denk niet dat het Enkhuizer dialect al uutstorven is, maar dat het langzaam uitsterft is wel zeer waarschijnlijk.

Misschien wil de redactie van „de Speelwagen” aanmoedigen, dat iemand, die er wat meer van weet, er ons eens iets van vertelt. Ik geloof wel, dat hiervoor belangstelling bestaat.

W. Silver

 

Boldermutsje

In mijn jeugd te Enkhuizen speelden we vaak boldermussie en de regels van het spel zijn als volgt. (Het werd uitsluitend door jongens gespeeld.)
De deelnemers plaatsten hun hoofddeksels tegen een muur of schutting, maar zodanig dat een bal er vrij gemakkelijk in kon rollen. Dus omgekeerd en met de klep naar voren. De jongens plaatsten zich in een rij op drie en vier meter afstand. De eerste van het rijtje nam de bal en trachtte die in een der petten te rollen. Gelukte dit dan moest degene in wiens pet de bal terecht gekomen was deze zo vlug mogelijk te pakken zien te krijgen om er een van de jongens (die zodra de bal in een pet lag het op een lopen zette) er mee raak te gooien. Raakte je iemand dan kreeg die een steentje in zijn pet, miste je echter dan kreeg je er zelf een. Zo'n steentje noemden we een „stinker”. Wie vijf „stinkers” had was af.

 

W. Silver

Nieuwjaar en Rommelpot

Uit mijn kinderjaren herinner ik mij nog het volgende liedje, dat ik van mijn vader heb geleerd, die het nog kende uit zijn jeugd. Omdat mijn vader in 1841 is geboren, zal dit liedje wel 100 jaar oud zijn.

Nieuwe jaar is 't overal
Koeien en paarden staan op stal,
Vette varkens leggen in 't hok,
Wie durft wat te geven voor de rommelpot?

Moeder staat mijn kapje net?
Want mijn vrijer, die zal komen.
Komt hij van den ochtend niet,
Komt hij van den avond al.

Boven in de hanebalken
Hangt een goeie dikkert.
Snij maar diep, snij maar diep,
Snij maar in 't vingertje of duimpje niet.

Vingertje mocht gaan teren,
Duimpje mocht gaan zweren,
Zweren doet zoo zeer,
Nou kom ik in 't heele nieuwe jaar niet meer!

P.Tonneman

 

Lofzang

De oude heer C. Leeghwater Sr uit Purmerend was zo voldaan dat „De Speelwagen” weer „an de reed” zou gaan, dat hij dadelijk na het bekend worden zijn gevoelens op rijm heeft gezet. Hij trok zijn Zondagse gele klompen aan en kwam ons de lofzang persoonlijk aanbieden.

Welkom weer op dit getijde
Van het nieuw begonnen jaar!
Onze Speelwagen blijft rijden,
Staat weer voor een ieder klaar.
'k Mocht 't bericht met blijdschap lezen
In de Provinciale krant!
't Zou een ramp voor velen wezen
Als „de Wagen” was gestrand.

Vele oudheidkundig' Heren
Staken d'hoofden bij elkaar,
Wilden 't weer opnieuw proberen
Trots 't verlies van 't vorig jaar.
Hulde aan die wakkere mannen,
Die met energie en kracht
Deze mooie grootse plannen
Weer hebben tot stand gebracht.

De Commissie zal dan zorgen
Dat „De Speelwagen” kordaat
(Alhoewel pas opgeborgen)
Weer opnieuw uit rijden gaat.
Nu dan Heren! Laat hem rijden, -
Al de passagiers staan klaar!
Niemand meer? Ik zou haast zeggen:
Instappen! en... „karren maar!”

Gij, die nog nooit hebt gereden,
U geef ik hier een goede raad:
Abonneert u ook nog heden,
Daarmee doet gij 'n mooie daad.
Vele banken zijn nog open
Er is plaats voor u - subiet!
Verder is ons aller hopen:
„Sluit u aan... en aarzel niet!”

P.S. Geef dit boekje ter inzage aan familie, kennissen, buren en verdere verwanten.

 

Enige spreekwoorden en gezegden

De volgende spreekwoorden en gezegden hoorde mevrouw K. de Boer-Schokker in haar jeugd door grootmoeder, die in Kwadijk woonde, gebruiken.

Zuinig, zei ootje en ze brak een zwavelstok in vieren.
Ze was zo loof als een toet (varken).
't Glom als een kaarsenmakersgat in de maneschijn.
Hij heeft z'n leste hempie ook nog niet an.
't Is een koe met schapenribben.

Wie kent er meer?

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.