Archivering » De Speelwagen » 1948 » No. 1 » pagina 3-6
Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 3e jaargang, 1948, No. 1,
pagina 3-6.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: E. Kroeskop.
In 1543 (dus juist een jaar vóórdat in ons Noorderkwartier de eerste grondslag werd
gelegd voor het Hoogheemraadschap der Uitwaterende Sluizen!) lag in het verre Polen de geleerde Domheer
Nicolaas Copernicus op zijn sterfbed. Zijn leven had hij gewijd aan de studie der hemellichamen en
daarbij was hij tot nieuwe inzichten gekomen. Eeuwenlang had men geleraard, dat de bolvormige Aarde
vastzat in het middelpunt van het Heelal, terwijl de sterren, ook de Zon, rondom dit onbeweeglijk centrum
in cirkelvormige banen wentelden.
Een strelende gedachte voor de menselijke ijdelheid: onze aardse woonstee het middelpunt van het Heelal.
Reeds in 1440 had een geleerde Kardinaal ingezien, dat de Aarde niet "vast" zat, doch om haar as wentelde.
Copernicus betoogde, in een van die meesterlijke boeken, die van tijd tot tijd het mensdom in rep en
roer brengen, dat de Aarde géén centrale positie in het Heelal inneemt, maar als een niet
eens bijzonder grote ster, onder vele soortgenoten rondom de Zon beweegt. Niet de Aarde het middelpunt,
maar de Zon!
Een oude, vertrouwde voorstelling was onderste boven geplaatst. De tijdgenoten aanvaardden de denkbeelden
van de "sterrenwichelaar" niet, men geeft niet gaarne oude denkgewoonten op! Copernicus moet de storm
van verontwaardiging hebben voorzien, hij liet z'n boek pas drukken tegen het einde van zijn leven, en
de anecdote vertelt, dat het eerste gedrukte exemplaar hem nog juist op zijn sterfbed bereikte.
Tegenwoordig wordt de voorstelling van Copernicus op de scholen onderwezen en de naam van de Domheer
is blijven voortleven. Het volkomen omverwerpen van verouderde denkbeelden duidt men gaarne aan met
de term:
Een Copernicaanse omwenteling!
In Juni 1945, enige weken voor het ontploffen van de atoombom boven Hiroshima, verscheen in de Verenigde
Staten een boek, dat binnen de tijd van een jaar over de hele wereld tienduizenden lezers vond. Het
geeft een ontleding van de hoogst ernstige situatie, waarin de wereld zich bevindt en bepleit als enig
redmiddel: een Copernicaanse omwenteling op het gebied van onze historische, economische en staatkundige
denkbeelden. Zoals men vóór Copernicus de aarde dacht als middelpunt van het heelal, zo
is nú het eigen land, het eigen volk overal het centrum van waar uit men de verschijnselen in
geschiedenis en maatschappij waarneemt. En niets - zo betoogt de eerste alinea van het boek - geeft
een meer verwrongen beeld van toestanden en gebeurtenissen rondom ons, dan het aanvaarden van eigen
land als middelpunt voor de opbouw van de wereld onzer voorstellingen. Niets leidt tot ernstiger
waarnemingsfouten, tot noodlottiger gezichtsbedrog, dan de beschouwing der dingen van dit "onbeweeglijk
centrum" uit! Het is een aangrijpend boek, dat zijn lezers niet weer loslaat, dit werk van Reves: "De
anatomie van de vrede"! De schrijver wil ons brengen tot het verlaten van een standpunt, dat in een
wereld, beheerst door snelverkeer en industrialisatie, als vór-Copernicaans bijgeloof wordt
gekenmerkt. Hoe en in welke vorm Reves een "wereldregering" bepleit, diep doordrongen van het besef,
dat de huidige situatie de mensheid voor de keuze stelt: "een wereld, of . . . geen", valt op 't
ogenblik buiten het kader van een Speelwagen-gesprek. Maar binnen dat kader ligt de ernstige overweging:
is het in het aangezicht van deze alles overschaduwende problemen verantwoord zo zeer de nadruk te
leggen op onze
Eigen steek-cultuur?
Inderdaad geeft men zich tegenwoordig overal en tot in de hoogste lagen van Europese en Nederlandse
geleerden en kunstenaars rekenschap van deze vragen! "Rekenschap van Europa" heet een ander boek, dat
de laatste maanden onze aandacht vroeg. Denkers en dichters van allerlei geestelijke richting, uit
verschillende landen geven daarin hun kijk op de vraag, die ons allen aangaat: is er nog hoop voor
ons mensengeslacht? Bestaat er nog een levend Europa, of is het al bezig in ontbinding over te gaan?
De één laakt er in scherpe woorden "de eigenliefde der volkeren, die er belang bij
hebben hun eigen cultuur te handhaven." Een omverwerping van alle waarden, vooral in het
geschiedenisonderwijs, is nodig; in dit stadium van de menselijke ontwikkeling mag het accent niet
meer vallen op de verscheidenheid, op het eigene. Merkwaardig was het, dat juist de oudste denker
van het gezelschap deze stellingen bepleitte.
Ook sombere klanken kon men daar vernemen, vaak ziet men Europa reeds als een trieste collectie van
cultuurloze, economisch geruïneerde "Balkanlandjes", met hier en daar een interessante ruïne,
attractie voor buiten-Europees vreemdelingenverkeer. Ook deze kijk op de dingen gaat ons aan! In deze
sfeer toch van troosteloze ondergangsromantiek wordt een liefdevol verdiepen in een schoner Verleden,
vooral in het verleden van dat kleine stukje wereld, waar men van kindsbeen af alle paden heeft
platgelopen, tot een
Vlucht uit de werkelijkheid!
De weerzin tegen de loop, die de dingen van het heden gaan, brengt ons er maar al te gemakkelijk toe
de blik af te wenden, de historie te zoeken ter wille van de schone droom. Wij restaureren oude
kunstwerken, verzorgen onze verzamelingen en musea. Trouwens - zo sprak één der
Hooggeleerden op de boven aangeduide Internationale Ontmoetingen - zelfs deze functie van de geschiedenis
mag men vooral niet als bagatel beschouwen. Wie zo met liefde verzorgt, wat voor het geestelijk leven
der mensheid niet teloor mag gaan, heeft in de wereld van heden het slechtste deel nog niet gekozen.
Toch zullen de jongeren vooral oog hebben voor de treffende symboliek in het oude Bijbelverhaal van
de vrouw van Lot, die onder het voortgaan omzag en veranderde in een zoutpilaar. Beeld van verstarring!
Jongere geleerden beseffen dit goed; geschiedenis is: zich rekenschap geven van het verleden, maar met
het bewuste doel, eigen heden te leren verstaan. En daar ligt
Onze Weg
Wij mogen niet versagen - geen enkele alarmerende filosoof kan ons met zekerheid een catastrofe
voorspellen! Wie dat tòch doet, zegt meer dan hij kan verantwoorden. Onze tijd kan zeker niet
meer in een steeds voortschrijdende Vooruitgang geloven, zoals een vroeger geslacht dat met oprechte
bezieling wèl kon! Maar daarom zijn we nog niet tot wanhoop gedoemd! Wij onderstrepen de woorden:
zodra wij onze pogingen om tot een betere wereld te komen bewust gaan staken, pas dan is het moment
van de ineenstorting onafwendbaar. Bij die pogingen hebben we een hecht geestelijk bezit nodig, dat
ons kracht geeft voort te gaan. Dat vinden we in de geestelijke en zedelijke waarden, die het meest
tastbaar voor ons liggen in eigen streek, in streek-cultuur en streek-historie.
Regionalisme!
is de naam, die men voor dit bewuste streven in ons land en elders in West-Europa groeiend, heeft
gestempeld. Men streeft naar eenheid in het mogelijke, maar deze eenheid is niet mogelijk zonder
eerbiediging van geestelijke en zielkundige verscheidenheden. Een van de woordvoerders van het
Nederlandse regionalisme heeft het duidelijk gezegd: wij streven naar een harmonische wereld, ons
einddoel ligt buiten eigen streek en gewest, maar wij gaan "via het kleine". Een harmonisch geheel
kan slechts opgebouwd worden uit kleine, hechte dingen!
En als wij het goed zien, beoogt ook de Amerikaanse schrijver met zijn "Copernicaanse omwenteling"
géén tegenstelling van ons streven. Ook hij waarschuwt voor de gevaren van een
monsterachtige superstaat, waarin de geest niet leven kan. Wereldburgerschap begint met het bewust
verdiepen van eigen waarde en eigen geestelijk bezit. De beste dingen van wijsheid en schoonheid
groeiden in de kleine staten, in de beperkte gebieden!
Wij willen noch verstarring, noch ontvluchting van de harde werkelijkheid. Achter onze vertrouwde
polderdijken wijkt de horizon, daar zien wij het verre doel, dat echter droombeeld blijft zonder de
concrete weg daarheen!
Die weg ligt in de richting, welke ook onze Speelwagen gekozen heeft.
E. Kroeskop