Archivering » De Speelwagen » 1946 » No. 10 » pagina 288
Eerder verschenen in 'De Speelwagen',
1e jaargang, 1946,
No. 10,
pagina 288.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Zeker predikant kwam onderweg in de stuurstoel van een volle trekschuit en vroeg om een plaatsje in
de roef, dewijl het zeer hard begon te regenen. Niemand was beleefd genoeg om een weinig voor hem in te
schikken. Hij moest zich dus getroosten doornat te worden. In plaats van hierover geweldig uit te varen,
begon hij een gesprek met den schipper en zijn knecht over de waarschijnlijkheid van een aanstaanden vrede.
Nu begon men in de roef aandachtig te luisteren, en, om hem te beter te kunnen verstaan, ruimde men hem
een plaatsje in, want een ieder was nieuwsgierig. Men vroeg hem, op welken grond die vrede toch zou kunnen
gesloten worden.
„Door onderlinge inschikkelijkheid”, was het antwoord, „evengelijk de heren, ten mijnen
behoeve, ook inschikkelijk zijn geweest, en wel een plaatsje hebben willen afstaan.”
Enkhuizer almanak van 1818
Herinnering aan de zomer
West-Friesland, omarmd door zware dijken,
Je bent mij zo vertrouwd wanneer ik rust
Aan de bloeiende bermen van je kust,
Waar fluitekruid en boterbloemen prijken.
Ik voel mij kind aan moeders borst gelijken,
Een rijkdom zwelt van binnen onbewust;
Hier is mijn erf, mijn leven en mijn lust,
Ik ruil dit goed voor goud noch koninkrijken.
Verbroken is de vlugge vaart der tijd.
Hier is zelfs rust in bezigheid:
De zomerwind stuwt er de witte wolken,
Een glanzend, golvend pad op 't water leidt
Tot aan de kim - en hoor, een leeuw'rik jubelt blijd'.
Hij moet als ik zijn grote vreugd' vertolken.
Willem Veer