Gedenkboek Hoogkarspel 1940-1945
Het werk van onze plaatselijke illegaliteit in verband met zorg voor onderduikers (2/5)
S. Kok
Vorige pagina <> Volgende pagina
Ook de verspreiding van illegale blaadjes behoorde tot ons werk.
Vanuit "ergens in Nederland" werden grote pakken met
lectuur, o.a. het blad "Je Maintiendrai" bij ons gebracht.
Gewoonlijk kwamen deze - in die eerste tijd ten minste - met de
vrachtrijder Kramer. Het illegale blad "Trouw" werd
oorspronkelijk gedistribueerd door onze toenmalige plaatsgenoot, de
heer J. Vos. Even vóór Vos naar Haarlem vertrok, had ik zelf de
verspreiding hiervan op mij genomen. Moest ik ze in den beginne zelf
uit Enkhuizen ("Fluitman, Spaansleger") halen, later
werden ze per koerier bij mij thuis gebracht. Ik vergat nog te
melden, dat de pakken "J .M.", die hier via Kramer werden
gebracht, door ons naar verschillende andere plaatsen in de omgeving
werden verzonden, uitgezonderd het gedeelte dat voor distributie in
onze gemeente werd bestemd. Dit verzenden deden we meestal persoonlijk.
Een ander werk, waar we ons voor geplaatst, zagen, was het
veranderen van de gegevens, welke op de persoonsbewijzen stonden
vermeld van de onderduikers. Wanneer we de jaartallen 1923 en 1924
hierop vermeld, veranderden in b.v. 1922 of 1925, dan hadden de
duikers bij een eventuele razzia van de Duitsers minder risico om
gearresteerd te worden. De jongens zelf konden zich dan ook geruster
en veiliger voelen met een dergelijk veranderd persoonsbewijs. Een
meester in het vervalsen van deze persoonsbewijzen was één onzer
beste illegale werkers, Barend Mes uit De Hout. Niet alleen voor dit
onderdeel van ons werk, maar ook voor al het andere illegale werk in
Hoogkarspel en in de omgeving, was het dan ook een zware slag toen
op 30 Augustus 1943 onze collega Barend en zijn broer Bram -
laatstgenoemde was bij Kraakman aan de Wijzend ondergedoken - door
M. v.d. Kuur werden gearresteerd en onder ons raadhuis werden
opgesloten. Het verhaal van de bevrijding van B. Mes is reeds door
anderen geschreven, het is dus overbodig dit nog eens te verhalen.
Alleen zou ik dit er nog van willen zeggen: Ik hoop dat Hoogkarspel
nooit zal vergeten het voorbeeldige stukje heldenmoed wat speciaal
de ondergrondse strijders Kranenburg en Elsinga hierbij hebben
getoond en hetwelk zij uiteindelijk - op 20 Mei 1944 - met hun bloed
hebben moeten betalen.
Bij ons illegale werk, speciaal bij onze hulp voor de onderduikers,
ondervonden we, vooral bij de begin-moeilijkheden, veel steun van
H.H. geestelijken in onze gemeente, te weten van de Weleerw. Ds.
Mentzel, de Z. Eerw. Heer Pastoor Vollebregt en de Weleerw. Kapelaan
Scholten. Van de beide plaatselijke politie-agenten Stein en Kes
ondervonden we eveneens ontzaglijk veel steun en medewerking. Bij
ontbreken van deze hulp zou ons werk grotendeels onmogelijk zijn
geweest. Zonder een ander te kort te doen durf ik gerust te zeggen,
dat zij beiden behoorden tot de beste werkers van onze plaatselijke
illegaliteit. We beschouwden hen dan ook als collega's bij ons illegale verzetswerk.
Een belangrijke datum in 1943 was voor ons ten slotte nog de 14e
October. Op die dag vertrok M. v.d. Kuur haar de Beemster, waar hij
door zijn Duitse meester tot burgemeester was benoemd. Voor onze
gemeente was hiermee een tijdperk van huiszoekingen, intimidatie en
despotisch gemeentebestuur achter de rug. Voor ons betekende dit
heengaan een verlichting en vergemakkelijking bij ons werk. Van der
Kuur werd vervangen door de heer D. Naastepad. Deze was ook
N.S.B.'er, doch ongevaarlijk. Ons werk ondervond van hem geen noemenswaardige moeilijkheden.
Op 18 Februari 1944 ontving iedere Nederlander (boven een zekere
leeftijd, geloof ik) een groene oproepingskaart, welke ingevuld
moest worden ter verkrijging van een nieuwe tweede
distributie-stamkaart. Ook bij deze campagne was het de bedoeling
der Duitsers om ons volk opnieuw te registreren ten bate van zijn
oorlogsmachine. Ons parool luidde ditmaal opnieuw negatief, n.l.:
Uitstellen, verkeerd invullen, saboteren. De prachtige medewerking
die we bij deze actie ontvingen van de secretarie verdiende alle
lof. Hierdoor werd het ons b.v. mogelijk om de groene kaarten,
bestemd voor de jongens, die in Duitsland zaten en/of ondergedoken
waren, voor onze doeleinden te gebruiken. Eigenhandig werden door
ons vele van die kaarten ingevuld met valse namen en adressen. Op
sommige plaatsen in Enkhuizen b.v. werden de ingevulde en ingezonden
kaarten en masse achterovergedrukt en vernietigd. Dank zij al deze
sabotage werden de Duitse plannen voor een nieuwe
bevolkingsregistratie dan ook volkomen getorpedeerd. Het positief
resultaat van onze actie hier ter plaatse was een veertigtal extra
tweede distributiestamkaarten, welke door ons werden gebruikt ten
behoeve van de onderduikers in onze gemeente. Op deze stamkaarten
met inlegvellen kregen wij dan de bonkaarten. Deze werden ons door
Mej. Annie Smit, die aan het distributiekantoor van Venhuizen was verbonden, trouw verstrekt.
Af en toe kwamen er Duitsers in ons dorp. Op 3 Maart 1944 b.v.
hielden een zevental Moffen een razzia op motoren, autobanden enz.
Soms echter waren deze razzia's van ernstige aard, wanneer ze op
zoek waren naar onderduikers b.v., wat meestal gebeurde als gevolg
van verraderlijke briefjes of uitlatingen van met de Duitsers
sympathiserende mede-burgers. Op dergelijke tijden moesten alle
onderduikers worden gewaarschuwd, waarop zij zich konden verbergen.
Dit alarm maken geschiedde dikwijls des nachts, d.w.z. in
"spertijd". Persoonlijk gingen wij dan iedere onderduiker
langs, en bovendien ook de mensen waarvan we wisten dat ze nog een
radiotoestel in huis hadden voor het luisteren naar de "Engelse
Zender". In de meeste gevallen werden wij al vóór de komst
der Duitsers verwittigd. Het spreekt vanzelf dat ook af en toe wel
eens "loos" alarm werd gemaakt, doch dat mocht 'm niet
hinderen. Het alarm-systeem werkte tamelijk perfect, al kon alles
hiermee niet worden voorkomen, wat dan ook moeilijk in de dikwijls
zeer gevaarlijke omstandigheden, waarin we ons werk moesten
verrichten, verwacht kon worden.
De bonkaarten-voorziening voor onze onderduikers verliep steeds
vlotter. Dit ging echter niet vanzelf. Voornamelijk was dit te
danken:en aan de uit de illegaliteit samengestelde
"Knok"-Ploeg, die op 28 Maart 1944 midden op de dag (3 uur
's middags) het distributiekantoor van Venhuizen overviel, en een
massa bonkaarten, inlegvellen, extra-rantsoenen enz. als buit
meenam. Al deze bescheiden werden onder de verschillende
plaatselijke illegale mensen gedistribueerd, die ze op hun beurt
gebruikten ten behoeve van de onderduikers.
De 2e Juni 1944 des nachts om 1 uur werd Dr. Wytema door Duitse
S.D.-agenten op lafhartige wijze vermoord. Als een donderslag bij
heldere hemel kwam deze tijding ons ter ore; Dr. Wytema immers was
de promotor en mentor van de illegale verzetsorganisaties en zonder
hem konden we ons het illegale werk nauwelijks voorstellen. Lang,
heel lang hebben we onze onvergetelijke dokter gemist, doch deze
misdaad was aanleiding voor ons om met verdubbelde ijver onze strijd
tegen de onderdrukker en vóór onze Vrijheid en ons Recht voort te
zetten. Een maand later werd de leider van de illegaliteit in onze
buurtgemeente Westwoud door de Duitsers opgepikt. Dit was op de 1e
Juli 1944. Tijdens deze razzia verloor de onderduiker Van der Jagt,
die bij N. van Diepen was ondergedoken, het leven. Hij was het land
ingevlucht en de Moffen, die dit hadden gezien, vuurden hem achterna
met het noodlottige gevolg, dat hij dodelijk werd getroffen.
Korte tijd na deze gebeurtenissen in Westwoud was Hoogkarspel aan de
beurt. In de nacht van 24 op 25 Juli vereerden de Moffen ons dorp
met een bezoek. Eerst kwamen ze op huiszoeking bij C. Gorter aan de
Nieuweweg, waar ik net een kwartier tevoren een illegaal blaadje in
de brievenbus had gestopt. Overigens werd hier niets gevonden, want
de onderduiker die bij Gorter ondergebracht was geweest, was net
enkele dagen tevoren vertrokken. Vervolgens kreeg C. de Vries de
heren op bezoek; ook hier werd niets van hun gading gevonden. Bij
Jn. Schaper, onze illegale voorman, die als nummer drie werd
bezocht, werd het persoonsbewijs meegenomen van de onderduiker die
zich daar in huis bevond. De duiker zelf werd met rust gelaten, daar
hij volgens zijn persoonsbewijs nog maar 17 jaar was en dus niet tot
de door de Duitsers opgeroepen jaarklassen behoorde. Ze vertrouwden
het echter niet erg en namen daarom dit persoonsbewijs, dat
inderdaad vervalst was, mee voor onderzoek. Ten slotte togen de
Moffen naar E. Meilink, waar helaas een onderduiker werd gevonden en meegenomen.
Na dit nachtelijk gebeuren werd in de namiddag van dezelfde dag onze
secretarie-ambtenaar, P. Spanjaart, gearresteerd en onder in de cel
van het raadhuis opgesloten. Waarschijnlijk was dit het gevolg van
een onderzoek op het persoonsbewijs van de onderduiker, dat door de
Duitsers in de afgelopen nacht was meegenomen. De
secretarie-ambtenaar A. Bakker, die waarschijnlijk ook medeplichtig
was bij het vervalsen van genoemd persoonsbewijs, was er bijtijds
vandoor gegaan, zodat de Duitsers, wat hem betrof, achter het net
visten. Bakker, die een bereidwillig en actief medewerker van de
illegaliteit, moest onderduiken en was dus voor ons werk verloren.
Nog diezelfde avond verliet ook Jan Schaper onze gemeente om elders
onder te duiken. Hij vreesde een eventueel volgend Duits bezoek en
achtte het veiliger zo spoedig mogelijk te evacueren.
De nu volgende nacht werd beraadslaagd, hoe we het best Spanjaart
konden bevrijden uit de cel van het raadhuis. Aanvankelijk hadden we
afgesproken dat Theo Laagland en ik des nachts de deuren van 't
raadhuis zouden forceren en Spanjaart uit zijn gevangenschap zouden
verlossen, maar op 't laatste nippertje moest hiervan worden
afgezien, daar Stein en Kes gedurende de nacht tot aan half negen 's morgens de verantwoording hadden. Een eventuële bevrijding tijdens
deze uren zou wis en zeker op beide politie-agenten worden verhaald.
Besloten werd toen om de hulp van de "K.P." in te roepen
en de "kraak" overdag uit te voeren. Na in de morgen
vergaderd te hebben bij Smit, de bierbottelaar, tezamen met de
inmiddels opgehaalde "zware jongens", werd tussen half
negen en negen uur de kraak uitgevoerd. Barend Mes, geholpen door
"Joep" en "Steef" forceerden de celdeuren en
bevrijdden Spanjaart. Onderwijl was Naastepad, de toenmalige
burgemeester, komen aanstappen om naar het raadhuis te gaan. Ik had
tot taak te verhinderen, dat hij vóórtijdig op het raadhuis zou
arriveren. Vlak voor de deur van politie Stein wist ik hem aan de
praat te houden tot alles achter de rug was. Zonder gerucht was dit
alles dus verlopen en Spanjaart was voorlopig weer buiten bereik van
de Duitsers. Toen om ± 10 uur de Duitsers hun slachtoffer zouden
komen halen, vonden ze slechts een lege cel en - naar ik
veronderstel - een verbouwereerde burgemeester.
Daar mijn naam genoemd werd, door bepaalde praatzieke mensen, in
verband met Spanjaarts bevrijding, was ook ik genoodzaakt om onder
te duiken. De avond van de volgende dag was ik echter weer boven
water; het bleef nogal rustig, dus ik waagde het maar weer.
Vorige pagina <> Volgende pagina