Gedenkboek Hoogkarspel 1940-1945
De hongertochten
UITTREKSEL UIT EEN TER SECRETARIE INGEVULDE VRAGENLIJST
OMTRENT DE HONGERTOCHTEN OCTOBER 1944 - APRIL 1945
| Wanneer bereikten ze hun hoogtepunt? | Omstreeks de jaarwisseling | |
| Schatting van het aantal trekkers, dat voorbij kwam langs de hoofdwegen |
's Ochtends 25 à 30 trekkers 's Middags 10 's Avonds25 à 30 |
) ) gemiddeld per ) uur |
| Trok men in groepen of meest individueel? |
Meest in kleine groepjes van ongeveer 6 personen |
|
| Omschrijving | Leetijd en sexe der trekkers | Wie waren lichamelijk het flinkst? | Wie hielden de moed er het meest in? | |||
|
m |
v |
m |
v |
m |
v |
|
| Jonger dan 21 jaar van 21 tot 45 jaar ouder dan 45 jaar |
30%
|
10%
|
x |
x |
||
|
100% |
||||||
Geschat, dat zich ongeveer 80% Amsterdammers onder de trekkers
bevond.
De Amsterdammers waren minder in aanzien, omdat zij. brutaal en
diefachtig waren.
Bij het geven van voedsel genoten beschaafd optreden, alsmede
vrouwen en kinderen enige voorkeur.
De trekkers kwamen uit alle rangen en standen. Zij waren vermagerd,
maar wel gezond. Ernstige ziekte of sterfgeval kwam niet voor.
Er was gemeenschapszin onder de trekkers. Tochtgenoten verstrekten
elkaar inlichtingen omtrent adressen, prijzen, geaardheid der boeren
enz.
Stemming onder de trekkers was goed, humor bleef bewaard.
Verschillende boeren geven gelegenheid tot overnaohten. Organisatie
voor verzorging der trekkers bestond hier niet. De centrale keuken
deelde elke dag het overtollige voedsel uit.
Omstreeks Kerstmis was er practisch niets meer te koop en werd
alleen nog geruild.
99% der boeren leverde voor persoonlijk gebruik, 1% ook bewust aan
zwart-handelaren.
| Verkoopprijzen van |
voorjaar 1944 |
September 1944 |
1 Januari 1945 |
1 Mei 1945 |
|
| Aardappelen boter graan bonen |
per kg f |
0,10 |
0,14 |
niets meer te koop |
|
Bij voorkeur werd geruild tegen textiel.
Voorbeelden: 50 kg aardappelen tegen 1 wollen deken en 2 overalls;
50 kg aardappelen tegen 2 paar rubberlaarzen.
Voor direct gebruik gaven de boeren ook wel gratis voedsel.
De trekkers waren meestal dankbaar als zij werden. geholpen.
Diefstal bij de boeren kwam ook nogal eens voor.
De boeren hebben zich niet slecht gehouden; hebben gedaan wat ze
konden.