Archivering » Boeken » Een kijkje in de geschiedenis van Schellinkhout » Pagina 9-11
Een kijkje in de geschiedenis van Schellinkhout
Schellinkhout door de eeuwen heen (1/9)
Hoofdstuk I
Het lijkt niet zo moeilijk om een beginpunt voor een dorpsgeschiedenis te vinden. Men neemt het jaar, waarin het desbetreffende dorp
voor het eerst in de annalen wordt vermeld en gaat van daaruit verder. Voor Schellinkhout is dat 1282; het jaar waarin Floris V met zijn leger
tussen Wijdenes en Schellinkhout landde in een nieuwe poging om de Westfriezen aan zich te onderwerpen.
Zo eenvoudig is het echter niet. Het is duidelijk dat Schellinkhout al voor 1282 bestond en dat er dus ook een geschiedenis is geweest
vóór dat jaar. In de archieven is daarover tot nu toe geen enkel gegeven gevonden; om toch een idee te krijgen van die
tijd, is het misschien zinvol iets over het verleden van WestFriesland in het algemeen te vertellen.
West-Friesland vóór 1282
De geschiedenis van West-Friesland - en zoals we later zullen zien ook die van Schellinkhout - is ten nauwste verbonden met het water.
In periodes, dat de zeespiegel steeg en grote delen van het land werden overstroomd, was bewoning vaak alleen mogelijk op de hoger
gelegen zandruggen. Daalde de zee, dan kwam er weer land, hoewel vaak erg moerassig, voor bewoning vrij. De oudste bewoning van
West-Friesland kan zeker worden gesteld op 2000 v. Chr.; uit opgravingen, o.a. te Zandwerven en Aartswoud, is gebleken dat de toenmalige
bevolking zich voornamelijk bezig hield met jacht, visserij en ook al wat landbouw. Uit de bronstijd (1200 - 500 v. Chr.) dateren de vele
grafheuvels, die vooral op de vrij hoge zandruggen en in het oostelijk deel van West-Friesland, dat blijkbaar vrij intensief werd bewoond,
zijn gevonden. Het was een volk van vooral landbouwers en veehouders, getuige o.a. de vuurstenen sikkels, die bij tientallen op verschillende
plaatsen - Enkhuizen, Andijk, Bovenkarspel - zijn gevonden. Noch uit Schellinkhout, noch uit de omringende plaatsen zijn dit soort vondsten
bekend. Maar hieruit hoeft nog niet te worden afgeleid dat deze omgeving toendertijd geheel onbewoond was, hoewel dat door een
wat lagere ligging wel mogelijk is geweest.
De hierboven vermelde bewoners van ons gebied hadden geen enkele verwantschap met de huidige bewoners, die voor een niet onbelangrijk
deel van Friese oorsprong zijn. De Friezen kwamen tussen 500 en 300 v. Chr., waarschijnlijk van over zee, via het noorden naar ons land,
waarbij zij zich - wat Noord-Holland betrof - vooral vestigden in de wat hoger gelegen kustgebieden. De rest van Noord-Holland was
moerassig, een gebied van veel meren, door riviertjes met elkaar verbonden en het is zeer de vraag of ons gebied toen - en ook in de
eeuwen daarna tot na de Romeinse tijd - voor bewoning in aanmerking kwam. Er zijn uit die eeuwen in ieder geval geen vondsten bekend.
Het begin van onze jaartelling
De stijging van de zeespiegel en de inklinking van de bodem zetten zich ook in de eerste eeuwen van onze jaartelling voort en ten tijde van
de grote Volksverhuizing (ca 400) was West-Friesland waarschijnlijk nog steeds onbewoonbaar. In de 6e eeuw bereikte de transgressiefase
(periode van stijging der zeespiegel, soms gepaard gaande met een daling der bodem) haar hoogtepunt. Daarna werden de voorwaarden
voor bewoning gunstiger en men kan zonder meer aannemen dat West-Friesland toen zeker bewoond is geworden; P. Noordeloos neemt in
zijn fraaie boek over de polder 'Het Grootslag' zelfs aan dat reeds tijdens de transgressiefase vestiging in West-Friesland plaats vond.
Medemblik werd voor het eerst vermeld - en dit is de eerste vermelding van een Westfriese plaats voorzover nu bekend - in 930 in een
goederenlijst van de St. Maartenskerk te Utrecht, die echter is gebaseerd op bronnen uit de 8e en 9e eeuw. Dit was de tijd dat ons land
ernstig te lijden had van de invallen der Noormannen. De Scandinaviërs - voornamelijk Noren en Denen - onderhielden ten tijde van
Karel de Grote intensieve handelskontakten met deze streken, maar na diens dood kregen deze kontakten een veel agressiever karakter.
Het is de vraag of de Noormannen ook West-Friesland hebben bezocht en als dat al het geval is geweest, of die aanvallen dan zo veelvuldig
waren als elders in ons land. Velius verhaalt in zijn 'Chronyk van Hoorn' wel van dergelijke aanvallen, terwijl er ook nog een legende
bestaat over een Noorman, Roelof van Winesse genaamd, die de stichter zou zijn geweest van het kasteel te Wijdenes. Hoogstwaarschijnlijk
was deze dun bevolkte, dikwijls door overstromingen geteisterde streek zonder rijke kerken of kloosters voor de Noormannen echter nauwelijks
de moeite waard.

J. Kuyper - Gemeente-Atlas van Nederland