Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Ach Lieve Tijd » Deel 18: Westfriezen en hun buren » pagina 429

Twintig eeuwen West-Friesland, de Westfriezen en hun buren

Hier vonden de vermoeide stedelingen de landelijke rust die aan de afgebeulde landman niet gegund was. Vrede? Rust? De zomer met zijn feesten en uitstapjes duurde maar kort. Dan sloeg de verveling toe. Drinken en roken, en vergaderen op het Herenhuis in Middenbeemster, dat was de bezigheid voor de heren; borduren, papier knippen en het maken van schelpenfiguren het lot voor de dames. En... roddelen in de priëeltjes.
Roddelen bijvoorbeeld over hét Beemster schandaal van 1775. Jonkvrouwe Agatha van Foreest, een schatrijke Hoornse dame, dochter van jonkheer Nanning van Foreest (de bouwheer van het Foreestenhuis, 1724, te Hoorn) trouwde toen met haar veel jongere huisknecht Jan Schenk, die bovendien katholiek was. Om commotie in Hoorn te voorkomen was het huwelijk voltrokken op het buitenhuis van de familie in de Beemster. Het schandaal werd natuurlijk gauw bekend en besproken. De enige die het voor vrouwe Agatha opnam, was Betje Wolff. ‘Ik ken die dame zeer wel’, zo schreef ze, ‘en ik ben voor mij gerust, dat niets dan zuivere liefde, waarvan zij zo wel reden kan geven, haar doet doolen, en dat ik haar zwak nooit ondeugend zal noemen’. Opmerking verdient, dat het huwelijk stand hield en dat Agatha na haar dood in 1801 aan haar acht kinderen een miljoen gulden achterliet.

Het Grote Proces

Het noordwestelijk deel van West-Friesland was door de bedijking van Zijpe en Wieringerwaard een stuk veiliger geworden. De veiligheid was nog versterkt door de aanleg in 1553 van de Noord- en Zuid-Schinkeldijken, die het eiland Callantsoog verbonden met het vaste land. Tussen Petten en de Zuid-Schinkeldijk ontwikkelde zich het Zwanenwater.

De ambachten Geestmerambacht en Schager- en Niedorperkogge, die vanouds hun deel in het onderhoud van de Westfriese Omringdijk bijdroegen, weigerden voortaan het volle pond te betalen. De nieuwe polders vormden immers een prachtig ‘voorland’ van de dijk. Deze houding schoot de ambachten De Vier Noorderkoggen en Drechterland in het verkeerde keelgat. Hun dijkvak (tussen Kolhorn en Scharwoude) was immers waterkerend gebleven. Over deze affaire is jarenlang fel geprocedeerd tot bij de Hoge Raad toe. Niet voor niets spreekt men van Het Grote Proces. Uiteindelijk kwam er in 1695 een regeling, die evenwel niet veel aan de bestaande bepalingen veranderde. Vooral de Haagse advocaten waren er beter van geworden...
Heel andere problemen leverden de nieuwe polders voor de zuidelijke buren van West-Friesland. Geregeld wateroverlast bijvoorbeeld in Oosthuizen, waar bij afwezigheid van de dorpsheer al het voorland was vergraven en de solide Beemsterringdijk annex -vaart pal tegen het dorp was gelegd. De Oosthuizer Dorpsweg lag nu lager dan de hoogst toegelaten waterstand in de ringvaart. Dat was vragen om moeilijkheden.

AFBEELDING(EN) NOG NIET BESCHIKBAAR = Linksboven: Op 26 september 1631 werd octrooi verleend voor de drooglegging van de Schermeer. Aan de Zuidervaart verrees het dorp Zuidschermer met het ‘zwarte kerkje’. Dat werd zo genoemd vanwege de zwart geteerde houten wanden. Later zijn ze vervangen door stenen muren. (RAA)

Rechtsboven: Buste van Betje Wolff (1738-1804). Zij huwde de dertig jaar oudere Beemster predikant Adrianus Wolff. In Middenbeemster schreef zij romans en gedichten. (MBW)

Midden: De pastorie van Middenbeemster, waar Betje Wolff twintig jaar heeft gewoond. (MBW)

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.