Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Ach Lieve Tijd » Deel 13: Westfriezen en hun dagelijks leven » pagina 316

Twintig eeuwen West-Friesland, de Westfriezen en hun dagelijks leven

Meer armen dan rijken

In een stad als Hoorn leefde de gegoede burgerij ‘op stand’ aan bijvoorbeeld het Groote Oost of de Roode Steen. In de achteraf gelegen stegen en sloppen huisde de gewone man. Dat waren de volksbuurten waar men saamhorigheidsgevoel kende, dat wel. Maar de stad was benauwd, stoffig, de grachten stonken en er schuilden allerlei gevaren.
In de late Middeleeuwen waren de huizen en gebouwen in Hoorn van hout. Eén moment van onachtzaamheid met vuur kon hele stadswijken doen verwoesten. In 1481 gebeurde dat dan ook. Het Enkhuizer stadsbestuur was beducht voor zo'n ramp en ordonneerde in 1532 dat er geen houten voor- of achtergevels meer gebouwd mochten worden. Rieten daken werden eveneens verboden en schoorstenen moesten voortaan worden gemetseld. Pas in 1666 waren de meeste huizen er ‘met stenen gevels gebout en met pannen gedekt’.
Lange tijd telden de Westfriese steden veel meer armen dan rijken, ondanks de perioden van grote welvaart. Ook op het platteland hadden veel mensen moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Zo stond eenderde van de 317 huizen in Barsingerhorn in 1827 te boek als bouwvallig. De buurt Kagerbos in Wervershoof werd vroeger als arm bestempeld. Maar het kan verkeren; tegenwoordig woon je er riant.

Op de lange regel

Ze staan er nog, schamele arbeiderswoningen op het platteland. Als je daar nu binnenstapt, dan is het bijna niet voor te stellen dat daar vroeger acht, tien of nog meer mensen woonden. Half rechtop sliep men in muffe bedsteden. Aan het voeteneind lag de baby in de krib en in de onderkooi, die soms ook gebruikt werd als opslagplaats voor aardappelen en weckflessen, sliepen doorgaans ook een paar kinderen. Bovendien sprong daar nog wel eens wat ongedierte rond... Op de houten bedsteeplanken lag stro met daarop de beddetijk, die bij de armen met haverdoppen, wier of stro was gevuld.
Was er door de kinderaanwas een slaapplaatsgebrek opgetreden, dan zocht men zijn heil op zolder. Het credo werd: ‘op de lange regellegge’. Ledikanten werden naast elkaar geplaatst en een schot of kleed scheidde de jongens- van de meisjesslaapkamer. Winterdag kon het voorkomen dat de sneeuw onder de pannen doorstoof en de dekens aan het schot vastvroren.
Met de hygiëne was het vóór 1920 slecht gesteld, zeker waar het de watervoorziening betrof. Pannen, borden en bestek werden (met zand of schuurklei) op de ‘boenstoep’ in de sloot gereinigd, veelal op korte afstand van de ‘huisies’. Ook de poepluiers werden in het slootwater uitgespoeld. Geen wonder dat typhus en cholera vele slachtoffers eisten.

AFBEELDING(EN) NOG NIET BESCHIKBAAR = Boven: Omstreeks 1900 kwam er maar zelden een fotograaf in de Westfriese dorpen. Als het gebeurde, liepen velen ervoor uit. Men poseerde graag. De fotograaf drukte zijn foto's als ansichtkaarten af. Zo kon de afbeelding het hele land door. Dit is de Dorpsstraat in Oudkarspel. (SLV)

Onder: Portret van een welgestelde vrouw uit Hoorn uit het midden van de 19de eeuw. Opvallend is de hoofdtooi van de vrouw. Het belangrijkste onderdeel hiervan is het oorijzer dat dient om de kanten muts vast te zetten. Meestal zijn oorijzers van goud of zilver, maar wie dat niet kon betalen liet een oorijzer maken van koper of messing. De vrouw heeft aan weerszijden van haar slapen boeken. (WFM)

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.