Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Ach Lieve Tijd » Deel 13: Westfriezen en hun dagelijks leven » pagina 311

Twintig eeuwen West-Friesland, de Westfriezen en hun dagelijks leven

Hij liep dan een blauwtje. Een ander ‘negatief’ seintje voor de jongeman was als ze naar de tang greep om de haard voor de nacht klaar te maken.
Maar als hij wel in de smaak viel en vader en moeder waren naar bed gegaan, dan ging het vrijlustige stel naar de koestal waar twee stoelen klaar stonden.

Boerendochters en burgermeisjes

Een andere gelegenheid om een meisje aan de haak te slaan, was de jaarlijkse kermis. Menigeen had dan gasten over de vloer en de kans was groot dat er ook leuke meisjes uit andere dorpen bij waren. Vóór de Eerste Wereldoorlog was het gebruik dat de boerendochters aan de ene kant van de zaal zaten en de burgermeisjes aan de andere kant.
En reken maar niet dat een boerenzoon een tuindersdochter ten dans vroeg. En als een ‘mansig bouwersknechie’ het in zijn malle hoofd haalde om met een rijke boerendochter de valeta te dansen, dan wreven de boerenzoons de ‘snotkukel’ wel even onder zijn neus dat hij zijn eigen soort maar moest vragen. Veertien dagen na de kermis ging men bij het meisje ‘te koffie-ophalen’. Een oude Westfriese traditie die ook in ere werd gehouden als men met een meisje naar een bruiloft was geweest.
Toen na 1900 de vrijers mobieler werden, konden ze hun blik verruimen en in omringende plaatsen een meisje opduiken.
Wat ook voorkwam was het zogenaamde nachtvrijen. ‘Kweeste’ noemde de Westfries het. De vrijer kroop dan 's avonds of 's nachts door het openstaande raam bij het meisje naar binnen en dan hoorde hij al gauw of het goed was dat hij de nacht bij haar doorbracht. Volgens zeggen lag zij dan onder en hij boven de dekens...

Het weer vroeger

Ook in vroeger eeuwen was het weer vaak het gesprek van de dag. In 1575 woedde er een verschrikkelijke storm. De schade aan ‘omgeworpe’ molens, omgewaaide huizen en binnen- en buitendijken werd geschat op 255 duizend gulden. Precies een eeuw later, in 1675, veroorzaakte een hoge watervloed een dijkbreuk bij Scharwoude. Iedereen boven de 17 jaar werd ‘door ordre der regering bij het geklank der trompetten’ geordonneerd aan het herstel te werken. Vrouwen in schuiten en pramen brachten de werklui gratis brood, kaas en bier.
De winter van 1635 was zeer streng. Toen het dooide lag er zoveel water op het ijs dat de Opperdoezers met 'n schuit tussen de schaatsenrijders door voeren.
De zomer van 1694 was ‘bij uitnemendheyd’ koud en nat. Verscheidene lage landen kwamen onder water te staan, het hooi lag te drijven op het veld. De watermolens konden het land nauwelijks ‘boven houden’.
In 1740 vroren er tijdens 'n strenge winter verscheidene postiljons dood op hun paarden; veel vogels vielen dood uit de lucht. 1759 was een droog jaar, water was schaars. De boeren moesten diepe kuilen in het land graven om water voor het vee te bemachtigen. Het moest toen met teilen en emmers bij de beesten worden gebracht.

Bruid ‘onder 't laken’ gehaald

Was de losse ‘skarrelderai’ serieus geworden, dan zat er al gauw een trouwerij in. Zo'n honderdvijftig jaar geleden werden bij een boerenfamilie bruid en bruidegom voor en tijdens de bruiloft bijgestaan door de ‘speelnoot hoog’ en ‘speelnoot laag’. Dit waren twee paar (jonge) mensen, doorgaans een broer en/of zuster van de bruid en bruidegom met hun vrijer of vrijster. Als het bruidspaar in die dagen bij familie te gast ging, werden ze door de ‘speelnoten’ geflankeerd. Het viertal maakte enkele dagen voor het feest roosjes en strikjes en dergelijke dingen voor de versiering van de bruiloftstafel. Door anderen werd in de avond of nacht voor de bruiloft bij de voordeur een boog van groen, bloemen, vlaggedoek en linten neergezet.
De bruid werd ‘onder 't laken’, een uit vier versierde stokken en een beddenlaken samengesteld baldakijn, bij het ouderlijk huis afgehaald; dat was het zogenaamde ‘bruid-opeisen’. Lopend onder het laken bracht men de bruid naar het rijtuig.
Bruid en bruidegom gingen met de tilbury naar het gemeentehuis om het burgerlijk huwelijk te sluiten, daarna trouwden ze in de kerk. Het spreekt vanzelf dat eenieder op z'n fraaist gekleed was. De bruid droeg de kap met het gouden – of als de rijkdom iets minder was, zilveren – oorijzer en natuurlijk een fraai ‘kleedje’ (jurk). De bruidegom hulde zich in een jas met lange slippen en droeg een hoge hoed. Zelfs het hoofdstel van het paard was versierd met bonte pluimen en aan de zweep was een bloem bevestigd.

Brandewijn in kom ging rond

Bij de herberg verzamelden de gasten zich en betraden stuk voor stuk de feestzaal. Op de tafels stonden de met strikjes versierde kopjes, koffiekannen, tabakspotten, en standaards met Goudse pijpen. In het midden van de hoofdtafel nam het bruidspaar plaats, geflankeerd door de ‘speelnoten’ en voorts zocht een ieder volgens vaste regels zijn plek, waarna het welkomstlied gezongen werd.

AFBEELDING(EN) NOG NIET BESCHIKBAAR = Boven: Huwelijksfoto uit 1904 van het bruidspaar Marten Melle en Margreet Gijzelaar. Margreet was de dochter van Chris Gijzelaar (links), wethouder van de stad Medemblik. De bruidegom was dominee. Spoedig zou het paar uit West-Friesland vertrekken. Melle werd predikant van de gereformeerde kerk in Brouwershaven. (OVM)

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.