Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Ach Lieve Tijd » Deel 13: Westfriezen en hun dagelijks leven » pagina 303

Twintig eeuwen West-Friesland, de Westfriezen en hun dagelijks leven

Vlees ‘onder de pekel’

Brood was belangrijk, maar het eten van vlees op den duur niet minder. Er werd veel geslacht. Nog altijd wordt november de slachtmaand genoemd, vroeger wás het met recht de slachtmaand. Als de winter in aantocht was, zorgde menigeen dat hij het nodige vlees ‘onder de pekel’ kreeg.
Speciaal voor de slachtmaand werden dieren vetgemest; meestal een varken, soms ook een koe. Wie niet alleen een heel varken kon betalen, kocht er één samen met een ander. Het was het handigst als de slachter aan huis kwam. Dat voorkwam gesleep en tijdverlies bij het verwerken. Het bloed werd in een teil opgevangen om er bloedworst van te maken. De haren werden weggeschroeid of met kokend water afgekrabd. Vervolgens werd het opengesneden dier op een ladder gespannen om het een nacht af te laten koelen. Dat kwam de houdbaarheid van het vlees ten goede. De volgende dag werd het varken in stukken gesneden: spek, karbonades, ham. Het vlees werd gezouten en laag voor laag netjes in de pekelkuipen gelegd. Na enkele weken werden de hammen eruit gehaald en te drogen gehangen. De darmen werden schoongespoeld en gebruikt om worsten te stoppen. Deze werden met een houten stop gesloten en daarna gekookt.
De eigenaar van het dier gaf de ingewanden vaak weg aan arme mensen om ze op te bakken. Zelfs de kop bleef niet onbenut. Gekookt, van botten ontdaan en gekruid met kruidnagel leverde die hoofdkaas op. De ‘vinke’, ofwel kaantjes die na het vetsmelten overbleven, werden op een snee roggebrood gedaan. Het spreekt vanzelf dat de kwaliteit van het vlees na verloop van tijd minder werd.
Soms hadden de mensen plotseling een meevaller. Als er bijvoorbeeld een koe verdronken was, deed de slager na keuring het vlees snel als vrijbankvlees van de hand.

AFBEELDING(EN) NOG NIET BESCHIKBAAR = Linksboven: Simon Bies (1869-1939) was de stadsomroeper van Medemblik. Met een stok sloeg hij op zijn koperen bekken en berichtte over een aanstaand boelhuis, over uitverkoop bij een plaatselijke middenstander of over de visafslag. Simon woonde met zijn zus en broer aan het Achterom. Op de foto staat ook zijn zuster Jansie met de pathefoon, een voorloper van de grammofoon. (OVM)

Rechtsboven: Ruim dertig jaar was Heertje Peerdeman (1903-1979) in dienst van de gemeente Bovenkarspel, in de eerste plaats als omroeper, maar ook als als huurophaalder, belastingcontroleur en in de zomermaanden als badhuisbeheerder. Om hem er een beetje knap bij te laten lopen, kreeg Heertje van de gemeente een donker paken een pet. (AWG)

Onder: Willem Botman, samen met zijn vrouw in de deuropening, was omstreeks 1930 vleeshouwer in Bovenkarspel. Zijn winkel stond aan de Hoofdstraat, niet ver van de Hogesluissloot. (P.M. Rooker, Enkhuizen)

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.