Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Ach Lieve Tijd » Deel 12: Westfriezen en hun handel en nijverheid » pagina 293

Twintig eeuwen West-Friesland, de Westfriezen en hun handel en nijverheid

Afvoer gebeurde via de spoorlijn Alkmaar-Amsterdam en Enkhuizen-Amsterdam (vanaf 1885). In 1892 kreeg Bovenkarspel een station, in 1902 volgde Langedijk. Grootebroek kreeg geen geen toestemming voor een station, ondanks dat het de ‘hoofdstad van de groenten teelt’ was.

Speculatie in teeltrecht

De Streek slaagde er beter in om nieuwe producten te vinden dan de Langedijk. Andijk speelde daarbij een voortrekkersrol. Al in 1885 werden daar voor het eerst tulpenbollen geteeld, maar zonder succes. Na 1900 kwam er wel de lelieteelt tot ontwikkeling. Vanaf 1900 kwam in Bovenkarspel en Lutjebroek toch de teelt van tulpen van de grond. Bovenkarspel groeide uit tot het hoofdcentrum van de op klei geteelde bloembollen, vooral nadat dit dorp in 1919 een bloembollenveiling kreeg.
De overheid kromp in 1933, in de crisistijd, het areaal bloembollen in om de prijzen op peil te houden. Tuinders die wilden uitbreiden moesten voortaan teeltrecht kopen. Kleine kwekers uit Grootebroek protesteerden hiertegen, ook omdat in teeltrechten werd gespeculeerd.
Grote telers verhuurden teeltrecht aan beginnende telers. Rijken van buiten de sector kochten teeltrecht om deze aan telers te verhuren. Dit systeem werd in 1964 afgeschaft. West-Friesland kon in de jaren zeventig daardoor het belangrijkste bloembollengebied van Nederland worden.

Andijker met Europese reputatie

De teelt en handel in tuinbouwzaad zijn al zo oud als de tuinbouw zelf. In 1726 kochten tuinders uit de Langedijk ondeugdelijk bloemkoolzaad van Jan Koensz, ‘saatcooper’ uit Haarlem. Het meeste groentenzaad werd echter in West-Friesland verbouwd. Tuinders uit Wervershoof, Medemblik en Onderdijk verkochten groentenzaad aan rondreizende Teuten uit Duitsland en aan bollenhandelaren uit ‘de Zuid’ (Zuid-Holland), die het buitenland bezochten. Nanne Groot en Dirk Rood, beiden uit Andijk, lieten na 1800 andere tuinders voor zich werken. Zij gaven gekeurd zaad aan deze tuinders en namen de oogst weer terug. Deze teelt was op contract, voor een van te voren afgesproken prijs.
In 1867 werd in Andijk de firma Sluis en Groot opgericht door de kleinzonen Nanne en Simon Groot, samen met Nanne Sluis Pzn. Deze drie mannen gaven het bedrijf een internationaal aanzien. Vooral Nanne Groot had als vakman een Europese reputatie. Hij bezocht vanaf 1865 Amerika en vanaf 1866 Rusland, waar hij het vaakst te vinden was. In 1868 richtten de Andijkers Jacob en Pieter Sluis de firma gebroeders Sluis op. Deze bedrijven vestigden zich in Enkhuizen en gaven de stad een belangrijk aanzien in de internationale zaadwereld. West-Friesland was omstreeks 1900 uitgegroeid tot het belangrijkste zaadteeltgebied van de wereld. Ongeveer tweeduizend kleine tuinders uit De Streek en Langedijk verbouwden bijvoorbeeld stullezaad, ofwel koolzaad, of bloemen zaad van de viool of de Oost-Indische kers.

AFBEELDING(EN) NOG NIET BESCHIKBAAR = Linksboven: Aardappeloogst in Enkhuizen. (P.M. Rooker, Enkhuizen)

Rechtsboven: De zaadhandel bracht Enkhuizen opnieuw welvaart. Toen in de 19de eeuw duidelijk werd dat de stad op het spoorwegnet zou worden aangesloten, namen Nanne Sluis en Nanne Groot uit Andijk het besluit om hun lucratieve zaadhandel te verplaatsen naar Enkhuizen.

Midden: Oude foto van de eerste consumptietent van De Boer Tenten uit Hensbroek. In de jaren '20 en '30 werd deze tent gebruikt bij muziek- en turnfeesten in geheel West-Friesland. (K. de Boer, Hensbroek)

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.