Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Ach Lieve Tijd » Deel 6: Westfriezen en hun dorpen » pagina 149

Twintig eeuwen West-Friesland, de Westfriezen en hun dorpen

De was kostte de meeste tijd. Zondagavond werd het water gekookt, zodat er op maandag kon worden gewassen. Maandag was de vaste ‘wasdag’.
Extra werk was er met de kermis. In de week voor de kermis werden de muren en de straatjes geschrobd, de erven gemaaid en woningen en hekken opnieuw geverfd. Het huis moest er zo mooi mogelijk uitzien voor de gasten die naar het dorp kwamen. Iemand die niet aan deze schoonmaakactiviteiten meedeed, werd er van verdacht een ‘stadter’ te zijn. Ook was het op de boerderijen de gewoonte om eind april of begin mei, als het vee weer naar het land ging, de schoongeboende stal extra te versieren met schelpen en zand. Het boerengezin leefde zomers in een afgeschut gedeelte van deze zomerstal.


Tot 1910 hebben de drie molens van de Schagerkogge bij Kolhorn gediend voor de uitwatering van het boezemwater. Een dieselgemaal nam hun werk over. Rechts vooraan de houtzaagmolen van timmerman Arie Droog, gebouwd in 1910. De molen stond boven op zijn werkplaats en dreef de houtbewerkingsmachines aan. (A. Wit, Nieuwe Niedorp)

 

Een nieuwe ket

Bakker Bol van de Omval bij Alkmaar had al jaren een trouw paardje voor z'n broodkar, een ket. Z'n uitgebreide ventwijk werd bediend met zelfgebakken tarwe-, rogge- en witbrood. Het ketje werd echter oud en grijs en z'n rug was doorgezakt. Enkele mannen in de plaatselijke kroeg bedachten een grap. Ze gingen naar de bakker toe en zeiden ‘dat ze hoord hadden dat ie een nieuwe ket hewwe most.’ ‘Nou moeten, moeten’ zei de bakker, maar hij gaf toe dat het paardje oud begon te worden. De oplossing was volgens de mannen simpel: ‘Geef ons de ket mee en we ruilen hem morgenochtend in voor een jong, levenslustig paardje’. Bol zou er weer jaren mee vooruit kunnen. Bol twijfelde, maar liet zich overhalen en stemde toe.

De volgende dag kreeg de bakker z'n nieuwe ket, een mooi zwart jong beest, die fanatiek heen en weer sprong en als een raket voor de kar rende. De bakker betaalde en omdat het al laat in de middag was ging het paardje in de schuur. De volgende ochtend kwam Bol in de schuur om de ket in te spannen. Hij wist niet wat hij zag: de rug doorgezakt, net als bij zijn oude paard, en toen hij hem over zijn kop streek, was zijn hand zwart van de schoensmeer en kwam er grijs haar te voorschijn. Actief was de ket ook niet meer; de gember die de ‘kooplui’ onder de staart van de oude ket van Bol hadden gestopt was uitgewerkt...

Vrouwen organiseren zich

Voor de ontwikkeling van vrouwen op het platteland zijn de boerinnenorganisaties die in de jaren twintig en dertig van deze eeuw werden opgericht, van groot belang geweest. De plattelandsvrouw kwam in de maatschappij rond 1900 weinig buiten haar woning en eigen erf. Zij kwam voornamelijk in contact met haar familie en buren en met aan de deur komende leveranciers, ketellappers en marskramers.


Al eeuwenlang wordt het beeld van Benningbroek gedomineerd door de Nederlandse Hervormde Kerk. De kerk werd gebouwd in de 16de eeuw. Jaartallen op een steen (1548) en op de klok (1525) wijzen daarop. De toren is in de 19de eeuw geheel vernieuwd. De kerk is opgedragen aan St. Pieter. Een van de versieringen in de kerk is het symbool van Petrus: een sleutel. Annie Saal uit Oostwoud schilderde dit dorpsgezicht omstreeks 1985.

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.