Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Delen
:



RSS

Facebook

Archivering » Ach Lieve Tijd » Deel 6: Westfriezen en hun dorpen » pagina 142

Twintig eeuwen West-Friesland, de Westfriezen en hun dorpen

De winkeliers kwamen al in de week voor de kermis langs om te vragen wat er nodig was. In Grootebroek probeerde de middenstand daar een slaatje uit te slaan door een extra kermis in te voeren: de ‘appelkermis’ in oktober. De kermisexploitanten zagen er niet veel heil in en deze kermis stierf dan ook een natuurlijke dood.

Wognum lag aan de spoorlijn Hoorn-Medemblik. Vanaf 1898 kwam de tram uit Schagen op hetzelfde station aan. Overigens bracht de drukker dezelfde kaart ook uit voor plaatsen waar helemaal geen trein reed; hij wijzigde slechts de plaatsnaam. (A.A.G. Smit, Wognum)

Weg van beton niet berijdbaar

Op behangsels in het Westfries Museum te Hoorn zijn prachtige taferelen met daarop paardenkoetsen, trekschuiten en hondenkarren te zien. Al waren veel plaatsjes in staat om in een groot deel van de eigen behoefte te voorzien, dorpelingen moesten toch naar steden als Hoorn, Purmerend, Schagen en Alkmaar voor de luxere artikelen. Ook gingen zij naar de stad om hun eigen producten te verkopen.

Om voorbij komende paarden netjes op de weg te houden was er tegenover de slagerij van Langedijk in Noord-Spierdijk een hek langs de sloot geplaatst. Het wilde namelijk nog wel eens gebeuren dat de paarden schrokken van de bloedgeur bij de slager. (Jb. Meilink, Spierdijk)

Veel werd via water of (later) spoorlijn vervoerd. Er waren lijndiensten tussen de dorpen en steden; beurtschippers hadden contacten met de Westfriese haventjes en de steden in het gebied. De steden onderhielden veel van de waterwegen met bijbehorende sluizen en overhalen; voor hen was het belangrijk om hun functie als centrale marktplaats te behouden of uit te breiden. Rond 1885 kwamen tram en trein naar West-Friesland. Daarmee konden meer goederen sneller vervoerd worden. Veel dorpen kregen een eigen stationnetje. Met de toename van het transport over de weg verdween een groot aantal spoorlijntjes, maar in Warmenhuizen bleef de trein nog komen tot in de jaren zestig. Na een van de laatste treinritjes – een bejaardenuitje – werd het stationnetje daar omgebouwd tot een sfeervol woonhuis.
Met de toeneming van het wegverkeer in de eerste decennia van deze eeuw werd ook de kwaliteit van de wegen steeds belangrijker. In Langedijk ontstond er in 1910 een probleem rond de vernieuwing van de straatweg. Die moest aan de eisen van de moderne tijd gaan voldoen en na bestudering van een paar offertes besloot het dorpsbestuur tot een ‘goedkope’ oplossing: de weg zou met betonnen platen worden versterkt.


Bessenpluktijd in Wijdenes, omstreeks 1910. Gerrit Timmerman zorgde er voor dat de bessen op de plaats van bestemming kwamen. Op deze foto staat hij rechts. De kettewagen links was van Dirk Eilander. (AWG)

 


© 1924-2017 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.